Schrif­te­lijke vragen inzake de bescherming van gebouw­be­wo­nende dier­soorten bij reno­vaties


Indiendatum: 20 jul. 2021

In de onlangs door de gemeenteraad vastgestelde Omgevingsvisie staat de ambitie dat de stad natuurinclusief wordt aangelegd en beheerd. Een onderdeel hiervan is “Een verplicht puntensysteem natuurinclusief bouwen bij nieuwbouw en renovatie. Dit betreft legio dingen, zoals vleermuiskasten, groene daken en inheemse plantensoorten.” Als het gaat om dierenwelzijnsambities en de mogelijkheden die vrij levende dieren hebben om de voor hen meest ideale leefomstandigheden op te zoeken, staat er: “Deze mogelijkheden willen we in stand houden en verbeteren. Bij bouwplannen of veranderingen in de openbare ruimte nemen we de zorg voor dieren zo vroeg mogelijk mee in keuzes en afwegingen.” [i]

Uit de beantwoording van schriftelijke vragen van mei 2020 (over de plaatsing van steigers voor de vliegopening van nesten van gierzwaluwen en huismussen) blijkt dat er gezamenlijk door gemeenten is gewerkt aan een concept Gedragscode op basis van de Wet Natuurbescherming. Hierin zouden stappenplannen staan “(…) over wat te doen als corporaties bij werkzaamheden nesten van vogels aantreffen (en/of hoe hier eerder op te anticiperen).” Het college zou deze Gedragscode na publicatie onder de aandacht van de Amsterdamse corporaties brengen.[ii]

De fractie van de Partij voor de Dieren heeft ook deze zomer weer meldingen binnengekregen van geplaatste steigers met steigerdoeken voor panden waarvan bekend is of had moeten zijn dat er gebouwbewonende diersoorten zoals vleermuizen, mussen of gierzwaluwen aanwezig zijn. Dit terwijl bijvoorbeeld gierzwaluwen slechts van ongeveer mei t/m juli in Nederland broeden en de overige 9 à 10 maanden in het zuidelijke deel van Afrika overwinteren. Het lijkt een kleine moeite om de werkzaamheden, zoals kozijnen verven of een dak renoveren, niet in die twee cruciale maanden te doen. Door de wet Natuurbescherming worden deze dieren en hun nesten beschermd: de nestplaats verwijderen of het broeden verstoren is een overtreding. De Omgevingsdienst Noord-Holland Noord is de bevoegde partij om te handhaven, in opdracht van de provincie Noord-Holland.

Gezien het vorenstaande stelt ondergetekende, namens de fractie van Partij voor de Dieren, op grond van artikel 84 van het Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Amsterdam, de volgende schriftelijke vragen:

  1. Kan het college uitleggen hoe, in het geval van verstoring van gebouwbewonende diersoorten bij werkzaamheden aan gevels, de verdeling van verantwoordelijkheid en betrokkenheid is belegd bij de provincie, gemeente, Omgevingsdienst, Milieupolitie en stadsecologen als het gaat om signaleren, melden, informatiedeling, controle en handhaving?
  2. Kan het college een update geven van hoe compleet en actueel de gemeentelijke kaarten zijn van gebouwbewonende diersoorten, zoals een jaar geleden ook is gedaan in antwoorden op schriftelijke vragen[i]?
  3. Is het inmiddels mogelijk geworden om de informatie van deze kaarten te koppelen aan de systemen van objecten melden en vergunningverlening zodat de uitvoerders én de gemeente direct over de situatie van het desbetreffende adres geïnformeerd worden? Graag een toelichting over de stand van zaken en de plannen voor de toekomst.
  4. Kan de informatieverstrekking bij een melding of vergunningaanvraag zodanig verbeterd worden dat een uitvoerder niet alleen direct locatie specifieke informatie te zien krijgt over mogelijk aanwezige diersoorten, maar ook aanwijzingen en tips toegespitst op de uit te voeren werkzaamheden en met contactinformatie van bijvoorbeeld een stadsecoloog voor verdere afstemming? Zo ja, wanneer kan dit worden doorgevoerd? Zo nee, waarom is dit niet mogelijk?
  5. Heeft de gemeente als vergunningverlener goed in beeld wat de meest belangrijke typen broedplekken zijn voor gebouwbewonende kolonies, zoals Mansardedaken, bepaalde oude dakkapellen en kantpannen? Zo ja: om welk aandeel van het totaal bestand aan gebouwen moet de indiener dan denken? En kan deze informatie ook worden meegenomen in de situatie beschreven bij vraag 4, zodat natuurinclusief renoveren wordt gestimuleerd en belangrijke potentiele broedplaatsen behouden blijven?
  6. Ziet het college een sterkere rol weggelegd voor de stadsecologen om bij specifieke risicovolle meldingen en aanvragen proactief polshoogte te nemen om mee te denken voor mitigerende maatregelen of natuurinclusief renoveren? Graag een toelichting.
  7. Op welke manier zorgt de gemeente voor goede informatievoorziening en/of samenwerking met woningbouwcorporaties en particuliere eigenaren over natuurinclusief renoveren? Hoe voorkomt de gemeente dat gevels en daken bij (isolatie)werkzaamheden ongeschikt worden voor gebouwbewonende diersoorten?
  8. Hoe staat het ervoor met de Gedragscode voor gemeenten op basis van de Wet Natuurbescherming? Kan het college deze meesturen met een toelichting over de betekenis van de code voor de gemeente en betrokken partners zoals de corporaties?
  9. Kan het college de raad separaat informeren over de ervaringen met het groen puntensysteem voor nieuwbouw en grootschalige renovaties[i]? Welke mogelijkheden ziet het college voor verbeteringen van dit systeem?

Het lid van de gemeenteraad,

A.L. Bakker


[i] https://amsterdam.raadsinforma...

[i] https://amsterdam.partijvoorde...

[i] https://www.amsterdam.nl/bestu...

[ii] https://amsterdam.partijvoorde...