Schrif­te­lijke vragen van het lid Emmerik inzake de alter­na­tieven voor Amster­damse boeren


Indiendatum: 1 aug. 2024

Toelichting: 

 

Op 26 juni j.l. heeft onze fractie een motie ingediend om het college aan te sporen met een landbouwvisie te komen voor de stad. En ook de TAC heeft eerder in hun jaarverslag al aangegeven dat het tijd wordt dat deze visie ontwikkeld gaat worden. In een stad waar we te maken hebben met woningtekort, een biodiversiteitscrisis en waar veehouderijen gevestigd staan die bijdragen aan het klimaatprobleem door hun grote CO2 en stikstof uitstoot, maar ook het land-, en waterverbruik [1]  en bijdragen aan diverse gezondheidsrisico’s zoals de ontwikkeling van zoönoses en antibioticaresistentie[2], is het van belang dat we boeren mogelijkheden bieden om over te schakelen naar een duurzamere vorm van ondernemen en landgebruik.  

 

Deze noodzaak om een gemeentelijke landbouwvisie te ontwikkelen werd afgelopen week in het Parool nog maar eens onderstreept. Hierin wordt omschreven hoe een boer graag neveninkomsten zou willen verdienen uit iets anders dan vee – namelijk een zorglogeerhuis - , maar door gemeentelijke regelgeving wordt tegengewerkt [3]. En hoewel de fractie van de Partij voor de Dieren de hotelstop steunt, is het wel van belang dat deze boeren alternatieven worden geboden.  De partij voor de Dieren vindt dat de gemeente het initiatief zou moeten nemen op de omschakeling van deze boeren naar het houden van minder dieren, een duurzamere manier van boeren of ander landgebruik door gezamenlijk op zoek te gaan naar alternatieven. Zeker aangezien regelgeving vanuit het Rijk nog lang op zich zou kunnen laten wachten zoals de TAC stelt in haar jaarverslag.  

 
Met deze schriftelijke vragen wil de Partij voor de Dieren verduidelijking op de koers die het college in wil zetten ten aanzien van boeren in Amsterdam. Want wat onze fractie betreft is het noodzakelijk om alle boeren die over willen gaan op het houden van minder dieren, op een duurzamere manier landbouw willen bedrijven of het landgebruik anders willen inrichten optimaal te stimuleren en ondersteunen.  

 

 

Gezien het vorenstaande stelt ondergetekende, namens de fractie van Partij voor de Dieren, op grond van artikel 84 van het Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Amsterdam, de volgende schriftelijke vragen: 

 

  1. De Partij voor de Dieren acht het cruciaal voor een veilige toekomst om boeren - die dat zelf zouden willen - zo snel en goed mogelijk te ondersteunen in een transitie naar een duurzamere vorm van landgebruik, met minder uitstoot en minder dierenleed. Hoe kijkt het college hier tegenaan? Graag een uitgebreide toelichting 

  1. Ook acht de Partij voor de Dieren het noodzakelijk om toe te werken naar een landbouwsysteem waarin we meer zullen bouwen op biologische akkerbouw in plaats van het gebruik van land door de veehouderijen, zodat de uitstoot afneemt, en de gezondheid van de mensen en biodiversiteit van de bodem en dieren in de omgeving toe kan nemen. Hoe kijkt het college hiernaar? Graag een uitgebreide toelichting? 

  1. Is het college bekend met hoeveel boeren(-bedrijven) dieren houden voor consumptie? Om hoeveel dieren gaat het in Amsterdam? Graag een differentiatie in het aantal kippen, koeien, varkens en eventuele andere diersoorten. 

  1. Is het college bekend met hoeveel boeren zouden willen overschakelen naar een duurzamere vorm van boeren, ander landgebruik of volledig zouden willen stoppen? Zo nee, is het college bereid dit te onderzoeken? 

  1. Op wat voor manier kan – volgens het college – een landbouwvisie bijdragen aan de huidige problematiek in de stad, zoals de biodiversiteitscrisis, woningbouwtekort, en bodemkwaliteit? Graag een uitgebreide toelichting 

  1. Het college gaf aan geen visie te willen ontwikkelen op de landbouw in Amsterdam. Maar diverse partijen (GroenLinks en PvdA) uit Weesp zijn hier eigenhandig wel mee aan de slag gegaan. Hoe reflecteert het college op deze gang van zaken? Graag een uitgebreide toelichting 

  1. Is het college bereid deze visie op termijn – na de juiste procedures zoals een participatietraject en inspraakversie - verder te ontwikkelen en voor te leggen aan de raad? Graag een toelichting 

 


 

Indiendatum: 1 aug. 2024
Antwoorddatum: 13 mrt. 2025

Het college kan de gestelde vragen als volgt beantwoorden: 

1. De Partij voor de Dieren acht het cruciaal voor een veilige toekomst om boeren - die dat zelf zouden willen - zo snel en goed mogelijk te ondersteunen in een transitie naar een duurzamere vorm van landgebruik, met minder uitstoot en minder dierenleed. Hoe kijkt het college hier tegenaan? Graag een uitgebreide toelichting. 

Het college is het met u eens. Vanuit vele invalshoeken wordt gepleit voor een andere landbouw dan tot nu overheersend is. Boeren die dit willen, moeten we helpen. In Amsterdam heeft zich dit vertaald naar de ingezette koers voor kringlooplandbouw (zie de Omgevingsvisie Amsterdam). In de Uitvoeringsagenda Voedselstrategie (raadsbrief van 13 oktober 2023) is dit begrip nader ingevuld. 

Het college volgt hierbij de visie van hoogleraar Dieren en Duurzame Voedselsystemen Imke de Boer van de Universiteit Wageningen. In de visie “Re-rooting the Dutch food system"[5], pleit zij op basis van gezonde agro-ecosystemen die gezonde producten leveren, voor een zonering in de Nederlandse landbouw. Rondom dichtbevolkte stedelijke gebieden pleit de visie voor vernatting van het veen, koolstofopslag, waterberging en het hergebruik van de menselijke afvalstroom in de landbouw. In Amsterdam betekent dit bijvoorbeeld dat we positief staan tegenover de aanleg van voedselbossen, meedenken met agrariërs die door te stoppen het totaal aantal dieren omlaag brengen, en we experimenten met initiëren vezelteelt. 

2. Ook acht de Partij voor de Dieren het noodzakelijk om toe te werken naar een landbouwsysteem waarin we meer zullen bouwen op biologische akkerbouw in plaats van het gebruik van land door de veehouderijen, zodat de uitstoot afneemt, en de gezondheid van de mensen en biodiversiteit van de bodem en dieren in de omgeving toe kan nemen. Hoe kijkt het college hiernaar? Graag een uitgebreide toelichting. 

De meeste gronden rond Amsterdam zijn veengronden met een hoge waterstand, de hoge waterstand verminderd de uitstoot van broeikasgassen. De omschakeling op deze veengronden naar (biologische) akkerbouw betekent een hogere uitstoot van broeikasgassen omdat de waterstand daarvoor omlaag moet. Dit vindt het college uiteraard onwenselijk. Daarom zetten we in op het bevorderen van bodemleven en biodiversiteit binnen de tot nu toe enige mogelijke vorm van landbouw op deze veengronden: de veehouderij. Daarnaast zoekt de gemeente naar alternatief gebruik van dit natte land, zoals vezelteelt met koolstofopslag. Zo is er op gemeentegrond een concessie verleend om de plant ‘Lisdodde’ te telen als vezelgewas. Deze plant wordt geacht een positieve bijdrage te leveren aan de omgeving en de circulaire economie. Via dit project wordt de verwerkingsketen gestimuleerd en onderzocht hoe het verdienmodel eruit kan zien. 

3. Is het college bekend met hoeveel boeren(-bedrijven) dieren houden voor vlees-, en/of zuivelconsumptie? Om hoeveel dieren gaat het in Amsterdam? Graag een differentiatie in het aantal kippen, koeien, varkens en eventuele andere diersoorten. 

Op basis van de meest actuele CBS data uit 2023 waarbij het stadsgebied Weesp en Amsterdam bij elkaar zijn gevoegd, zijn er: • 4260 runderen, waarvan 2122 stuks melkvee • 2144 geiten • 2767 varkens • 0 kippen en andere dieren (gegevens over schapen ontbreken)

4. Is het college bekend met hoeveel boeren zouden willen overschakelen naar een duurzamere vorm van boeren, ander landgebruik of volledig zouden willen stoppen? Zo nee, is het college bereid dit te onderzoeken? 

Van de in totaal 54 rundveehouders binnen onze gemeente is er één agrariër bekend die gebruik maakt van de stoppersregeling van het Rijk. We hebben geen berichten ontvangen van bedrijven die willen omschakelen naar duurzamere vormen van landgebruik. Dat wil overigens niet zeggen dat deze wens niet bestaat; het publiek maken van omschakeling of beëindiging van het bedrijf wordt doorgaans pas in een later stadium van het proces naar buiten gebracht. Sinds 1950 halveert het aantal agrariërs elke 25 jaar, dat proces is nog steeds gaande. Dat betekent dat er elk jaar gemiddeld één bedrijf zou stoppen binnen de gemeente Amsterdam. 

De gemeente is wel in gesprek met boeren die zich zorgen maken over hun toekomst. Zie hiervoor de nadere toelichting bij vraag 6. 

5. Op wat voor manier kan – volgens het college – een landbouwvisie bijdragen aan de huidige problematiek in de stad, zoals de biodiversiteitscrisis, woningbouwtekort, en bodemkwaliteit? Graag een uitgebreide toelichting. 

Het instrumentarium voor het veranderen van de landbouw is voor gemeenten beperkt. Landbouwgrond is namelijk in eigendom of in pacht bij agrariërs. Zij mogen binnen de gangbare landbouwpraktijk hun bedrijf runnen. Er zijn vele regels die door het Rijk (en soms de EU) worden opgelegd en gecontroleerd. De gemeente gaat publiekrechtelijk feitelijk alleen over de functie. Hiermee kan de gemeente verdienvermogen creëren op bedrijven via het toestaan van recreatie, energiewinning, bewoning, detailhandel, horeca, overnachting of zorg. In het algemeen zijn we hier terughoudend mee om het rurale karakter van het gebied te waarborgen en overbelasting van infrastructuur te voorkomen. Als laatste heeft de provincie overigens ook alle veenweide benoemd als bijzonder provinciaal landschap; de gemeente gaat dus niet als enige over de functie. 

Voor zaken die de gemeente wel kan, biedt de Omgevingsvisie reeds richting. We kunnen handelen vanuit het privaat- en publiekrecht: 

• Privaatrechtelijk kan de gemeente alleen iets bepalen op percelen met moderne (liberale) pacht, bij uitgifte om-niet (oftewel uitgifte waarbij geen tegenprestatie verwacht wordt) en bij beëindiging van een bedrijf van pachters met een oud pachtcontract. Dit gaat over een beperkt oppervlakte (50-150 ha). 

• Binnen het publiekrecht kunnen bedrijven omgevingsdiensten verlenen (waterberging, agrarisch natuurbeheer, waterreiniging). Dat kan doorgaans binnen het huidige beleid. De gemeente moet wel bij de volgende herziening van het omgevingsplan een aantal instructieregels van de provincie implementeren en vervolgens daarop handhaven. Zo is er een instructieregel over het verbieden van en het houden van toezicht op het scheuren van grasland (en in het verlengde daarvan het gebruik van herbiciden zoals Glyfosaat) op veengronden. 

De Voedselstrategie biedt aanvullend kansen om de gewenste landbouw dichterbij te brengen, bijvoorbeeld door het via inkoop stimuleren van de markt. 

Het zoeken naar een win-win voor stad en land is een participatief proces. Er zijn voorbeelden van interessante win-win situaties bij buurgemeenten. Deze passen echter niet binnen de huidige van de gemeentelijke omgevingsvisies. 

6. Het college gaf aan geen visie te willen ontwikkelen op de landbouw in Amsterdam. Maar diverse partijen (GroenLinks en PvdA) uit Weesp zijn hier eigenhandig wel mee aan de slag gegaan. Hoe reflecteert het college op deze gang van zaken? Graag een uitgebreide toelichting. 

Vanuit de bestuurscommissie Weesp heeft GroenLinks het initiatief genomen om een bijeenkomst met boeren in Weesp te organiseren. Dit staat los van de inzet van het dagelijks bestuur van het stadsgebied. Het dagelijks bestuur heeft een proces opgestart om in samenwerking met agrarische ondernemers uit het gebied te komen tot een werkprogramma voor het landelijk gebied van het stadsgebied Weesp. Het dagelijks bestuur doet dit in nauwe samenwerking met de bestuurscommissie. Als college ondersteunen we dit proces, omdat we enerzijds de uitdagingen en vraagstukken in het landelijk gebied herkennen en anderzijds dit zien als uitwerking van de Omgevingsvisies van Weesp en Amsterdam. Het dagelijks bestuur neemt hierbij de vastgestelde gebiedsopgaven van de bestuurscommissie Weesp als uitgangspunt. 

In dit proces zijn de agrarische ondernemers uit Weesp en de gemeente met elkaar in gesprek gegaan om in gezamenlijkheid de diversiteit aan vraagstukken en doelstellingen die in ons buitengebied spelen op een integrale wijze op te pakken. Dit sluit aan bij onze doelstelling om ‘samen stad’ te maken, of wellicht in dit geval ‘samen buitengebied’ te maken. Het landelijke gebied van Weesp is ook benoemd als een belangrijke kernwaarde van Weesp, die onderschreven zijn bij het fusieakkoord tussen Weesp en Amsterdam. 

In stadsdeel Noord worden sinds enkele jaren gesprekken gevoerd met de agrarische werkgroep van de centrale dorpenraad. Deze agrariërs vragen niet om een visie. Wel onderzoekt het dagelijks bestuur van Noord hoe de doelen van de Omgevingsvisie, en op de lange termijn ook de doelen van de Voedselstrategie dichterbij kunnen worden gebracht.

Het college ziet geen aanleiding voor het opstellen van een landbouwvisie, maar neemt de Omgevingsvisie en de Uitvoeringsagenda Voedselstrategie als richting om te komen tot de gewenste landbouw in ons gebied.

[5] https://www.wur.nl/nl/show-longread/terug-naar-de-roots-van-het-nederlandse-voedselsysteem-van-meer-naar-beter.htm

Interessant voor jou

Aanvullende schriftelijke vragen van het lid Bakker inzake brandstofverspilling door de GVB-veerponten

Lees verder

Schriftelijke vragen van het lid Bakker inzake netgiraffes: een geboorte in levenslange gevangenschap?

Lees verder

    Word actief Doneer