Vragen inzake toename CO2-uitstoot


Indiendatum: mei 2011

Amsterdam, 19 mei 2011

Aan het college van burgemeester en wethouders

In de CO2-rapportage 2009 valt te lezen dat het energiegebruik in 2009 toegenomen is ten opzichte van het jaar 2008. Dit is vooral veroorzaakt door de sector grootverbruik/bedrijven. De toename staat in contrast met de doelstelling, die Amsterdam zich heeft gesteld, om in 2025 40% minder CO2 uit te stoten dan in 1990. Om de doelstellingen te bereiken wordt er ingezet op stabilisatie van CO2-uitstoot in 2010, zodat vanaf 2013 een neergaande lijn kan worden ingezet.

Gezien het vorenstaande heeft ondergetekende de eer, namens de fractie van de PvdD, op grond van artikel 45 van het Reglement van orde voor de raad van Amsterdam, de volgende schriftelijke vragen te stellen:

1. In de begeleidende brief CO2-rapportage staat te lezen: “In de periode 2011 tot en met 2014 zal in de corporatiewoningvoorraad een kwaliteitssprong gemaakt worden van 48.000-72.000 EPFD labelstappen”
a. Wat houdt deze kwaliteitssprong in?
b. Hoeveel huizen zullen hoeveel energielabels opschuiven?
c. Hoeveel procent van de bestaande woningbouw wordt hiermee verduurzaamd?
d. Is 48.000 stappen de minimale eis? Ofwel wat houdt de 48.000-72.000 in?
2. Opvallend is de toename van het elektriciteitsverbruik van zowel huishoudens als bedrijven. Deze ontwikkeling vraagt om een veel ambitieuzere aanpak. Wij willen veel meer inzetten op groene stroom. Zowel bij gemeentelijke projecten als bij de huishoudens.
a. Kan de wethouder ons garanderen dat hij hier meer op gaat inzetten? Wat zijn de voornemens op het gebied van groene stroom?
3. In dezelfde brief staat te lezen dat in de periode van 2011-2014 40% van de nieuwbouwwoningen klimaatneutraal ontwikkeld zullen worden, als opmaat voor volledig klimaatneutraal in 2015.
a. Is de wethouder het ermee eens dat de doelstelling om in 3 jaar 40% van de nieuwbouw klimaatneutraal te bouwen in schril contrast staat met de doelstelling om in 1 jaar erna een sprong naar 100% klimaatneutraal te maken?
b. Hoe garandeert de wethouder dat deze doelstelling gehaald zal worden?
4. Uit cijfers in de CO2-rapportage blijkt dat een daling in aardgas veroorzaakt werd door de bouwkundige kwaliteitseis van bestaande en nieuwbouw woningen en bedrijven. Bestaande woningen maken percentueel gezien een veel groter deel uit van de woningbouw dan de nieuwbouw
a. Is de wethouder het met ons eens dat er meer ingezet moet worden op het verduurzamen van de bestaande woningbouw?
b. Vindt de wethouder het niet tijd worden voor een concrete doelstelling om bijvoorbeeld 100% van de bestaande bouw te verduurzamen voor 2015 (net zoals de nieuwbouw doelstellingen)? Zo nee, waarom niet?
c. Kan de wethouder inzicht geven in de voortgang bij de gesprekken tussen gemeente en woningcorporaties mbt isolatieprogramma’s (zoals genoemd in het programma Amsterdam Beslist Duurzaam?
5. De wethouder wil vanaf 2010 inzetten op stabilisatie van de CO2-uitstoot en vanaf 2013 inzetten op een neergaande lijn met betrekking tot de CO2-uitstoot. Tot nu toe is de CO2-uitstoot alleen maar gestegen. Naar alle redelijkheid is te verwachten dat de CO2-uitstoot vorig jaar ook is toegenomen. Het lijkt erop dat de Energie Strategie Amsterdam 2040 niet strikt genoeg is om de klimaatdoelstelling van 40% minder CO2 in 2025 te halen (zelfs als Amsterdam blijft groeien, moet de wethouder klimaat inzetten op CO2-uitstootvermindering).
a. Hoe kan de wethouder inzetten op stabilisatie en zelfs daling van CO2 uitstoot als de uitstoot blijft toenemen?
b. Hoe gaat de wethouder garanderen dat er vanaf nu (2011) stabilisatie optreedt in de CO2-uitstoot?
c. Hoe gaat de wethouder garanderen dat vanaf 2013 CO2-uitstoot gaat dalen?
d. Wat gaat de wethouder doen om de klimaatdoelstellingen te halen?
e. Hoe reëel acht de wethouder zijn doelstellingen omtrent daling en stabilisatie, gezien de trend afgelopen jaren, uitgedrukt in een percentage.
f. Welke risico’s ziet de wethouder om deze doelstelling te behalen, en wat gaat hij eraan doen om deze risico’s uit de weg te ruimen dan wel te verkleinen? Aangegeven per risico, en op welke termijn.
g. Waarom is het rapport van de CO2-uitstoot over 2010 nog niet beschikbaar?

Het lid van de gemeenteraad,

J.F.W. van Lammeren

Indiendatum: mei 2011
Antwoorddatum: 19 mei 2011

Inleiding.

In de CO2-rapportage 2009 valt te lezen dat het energiegebruik in 2009 toegenomen is ten opzichte van het jaar 2008. Dit is vooral veroorzaakt door de sector grootverbruik/bedrijven. De toename staat in contrast met de doelstelling, die Amsterdam zich heeft gesteld, om in 2025 40% minder CO2 uit te stoten dan in 1990. Om de doelstellingen te bereiken wordt er ingezet op stabilisatie van CO2-uitstoot in 2010, zodat vanaf 2013 een neergaande lijn kan worden ingezet.

Gezien het vorenstaande heeft vragensteller op 19 mei 2011, namens de fractie van de Partij voor de Dieren, op grond van artikel 45 van het Reglement van orde voor de raad van Amsterdam, de volgende schriftelijke vragen tot het college van burgemeester en wethouders gericht:

Algemene opmerking voorafgaand aan de beantwoording:
De tekst m.b.t. de doelstelling in de vraag van Van Lammeren (inleiding en vraag 5) wijkt af van de tekst zoals door wethouder Van Poelgeest geformuleerd in de brief ‘Amsterdamse CO2-uitstoot in 2009 en doelstelling 2010-2014’: ‘In deze collegeperiode (2010-2014) stelt de gemeente Amsterdam zich daarom als ambitie om de CO2-uitstoot te stabiliseren, zodat vanaf 2013 de neergaande lijn kan worden ingezet’. Conform deze doelstelling dient de CO2-uitstoot uiterlijk in 2013 te zijn gestabiliseerd, en niet in 2010, zoals gesteld in de raadsvraag.

1. In de begeleidende brief CO2-rapportage staat te lezen: “In de periode 2011 tot en met 2014 zal in de corporatiewoningvoorraad een kwaliteitssprong gemaakt worden van 48.000-72.000 EPFD labelstappen”
a. Wat houdt deze kwaliteitssprong in?
b. Hoeveel huizen zullen hoeveel energielabels opschuiven?
c. Hoeveel procent van de bestaande woningbouw wordt hiermee verduurzaamd?
d. Is 48.000 stappen de minimale eis? Ofwel wat houdt de 48.000-72.000 in?

Antwoord:
1a. Deze kwaliteitssprong houdt in dat corporaties energiebesparende maatregelen nemen waardoor hun totale gezamenlijke woningvoorraad 48.000-72.000 labelstappen verbetert. Onder een labelstap verstaan we de verbetering van één woning naar het volgende label. F > E is een labelstap, en B > A ook. De verbetering G > B is 5 labelstappen.

1b. Gemiddeld zal in de periode 2011 t/m 2014 de gehele corporatievoorraad een kwart tot een derde labelstap verbeteren. 1 labelstap komt overeen met ca. 15% energiebesparing. 48.000-72.000 labelstappen leidt zodoende tot 3-5% energiebesparing in de corporatievoorraad.

1c. Het is de verantwoordelijkheid van de corporaties om te bepalen hoe zij de labelstappen verdelen over hun woningen. Antwoord 1b. geeft aan wat de gemiddelde verbetering is van de energetische kwaliteit. Afhankelijk van de investeringen van de corporaties verbeteren bijvoorbeeld 36.000 woningen 2 stappen of 18.000 woningen 4 labelstappen.

1d. Corporaties en gemeente hebben afgesproken 48.000-72.000 labelstappen. Dat betekent dat alle partijen verwachten dat er minimaal 48.000 labelstappen worden gemaakt en verwachten dat – gegeven de huidige omstandigheden – het niet waarschijnlijk is dat corporaties hun woningen met meer dan 72.000 labelstappen verbeteren.

2. Opvallend is de toename van het elektriciteitsverbruik van zowel huishoudens als bedrijven. Deze ontwikkeling vraagt om een veel ambitieuzere aanpak. De fractie van de Partij voor de Dieren wil veel meer inzetten op groene stroom, zowel bij gemeentelijke projecten als bij de huishoudens.
a. Kan de wethouder ons garanderen dat hij hier meer op gaat inzetten? Wat zijn de voornemens op het gebied van groene stroom?

Antwoord:
2a. Het aanbieden van groene stroom is een aangelegenheid waar vrijwel alle energiebedrijven zich mee bezig houden. Zij maken hier veelvuldig reclame voor. De wethouder is van mening dat het weinig toegevoegde waarde heeft als de gemeente zich richt op de vraagkant van de markt en bijvoorbeeld een bijdrage levert aan het breder bekend maken van groene stroom.
Wel geeft de gemeente het goede voorbeeld door nu al zelf 100% van haar elektriciteit groen in te kopen. Het elektriciteitsverbruik van oa. gemeentelijke gebouwen, straatverlichting en het GVB leidt op deze wijze niet tot CO2-uitstoot.
De ambities die dit college heeft op het gebied van groene stroom spelen zich vooral af op het terrein van groene stroom productie. Op dit moment wordt in Amsterdam reeds een grote hoeveelheid groene elektriciteit geproduceerd bij het Afval Energiebedrijf en met behulp van de 37 windmolens in de Amsterdamse haven. Elektriciteitsproductie met behulp van zonnepanelen staat door de relatief hoger kostprijs nog in de kinderschoenen, maar gezien de zeer snelle prijsontwikkelingen in die markt wordt daar voor Amsterdam veel van verwacht op de termijn 2015-2020. Het college spant zich in voor het uitbreiden van het aantal windmolens en treft voorbereidingen om een grootschalige uitrol van zonnepanelen op Amsterdamse daken mogelijk te maken.

3. In dezelfde brief staat te lezen dat in de periode van 2011-2014 40% van de nieuwbouwwoningen klimaatneutraal ontwikkeld zullen worden, als opmaat voor volledig klimaatneutraal in 2015.
a. Is de wethouder het ermee eens dat de doelstelling om in 3 jaar 40% van de nieuwbouw klimaatneutraal te bouwen in schril contrast staat met de doelstelling om in 1 jaar erna een sprong naar 100% klimaatneutraal te maken?
b. Hoe garandeert de wethouder dat deze doelstelling gehaald zal worden?

Antwoord:
3a. In het raadsbesluit Duurzaamheid in de nieuwbouw van september 2008 is de ambitie vastgelegd om in de periode 2010 t/m 2014 40% van de nieuwbouwwoningen klimaatneutraal te realiseren. Dit doen we door de productie van klimaatneutrale woningen langzaam op te bouwen, van 0% in 2010 naar 80% in 2014. Dit is een geleidelijk proces, met gemiddeld 40% over de gehele periode van vijf jaar. Dat maakt de sprong een stuk minder groot.

3b. Om deze ambitie te halen is de Taskforce Klimaatneutraal Bouwen ingesteld. Deze heeft er toe bijgedragen dat klimaatneutraal bouwen nu bij ontwikkelaars, corporaties, stadsdelen en grootstedelijke projectbureaus op de agenda staat. Dit is terug te zien in diverse ambitieuze projecten zoals Buiksloterham en Houthavens. Bovendien zijn in de afgelopen periode diverse instrumenten ontwikkeld, zoals de Toets Amsterdamse Klimaatwoning en de Leidraad Energetische Stedenbouw. Voorts behandelt de Raad binnenkort het voorstel van het college om een subsidie voor klimaatneutraal bouwen in te stellen.
De komende periode staat in het teken van het in de praktijk brengen van de voornemens. Via monitoring zal inzichtelijk worden gemaakt hoeveel van de nieuwbouwwoningen daadwerkelijk klimaatneutraal gebouwd worden. In het najaar van 2011 zal de Raadscommissie BWK in een voortgangsrapportage opnieuw op de hoogte gebracht worden van de ontwikkelingen.

4. Uit cijfers in de CO2-rapportage blijkt dat een daling in aardgas veroorzaakt werd door de bouwkundige kwaliteitseis van bestaande en nieuwbouw woningen en bedrijven. Bestaande woningen maken percentueel gezien een veel groter deel uit van de woningbouw dan de nieuwbouw.
a. Is de wethouder het met ons eens dat er meer ingezet moet worden op het verduurzamen van de bestaande woningbouw?
b. Vindt de wethouder het niet tijd worden voor een concrete doelstelling om bijvoorbeeld 100% van de bestaande bouw te verduurzamen voor 2015 (net zoals de doelstellingen voor nieuwbouw)? Zo nee, waarom niet?
c. Kan de wethouder inzicht geven in de voortgang bij de gesprekken tussen gemeente en woningcorporaties mbt isolatieprogramma’s (zoals genoemd in het programma Amsterdam Beslist Duurzaam?

Antwoord:
4a. Ja, de wethouder is het eens dat er hele hoge inzet moet zijn op het verduurzamen van de bestaande bouw. Daarbij is het vooral aan woningeigenaren om te investeren in de energiezuinigheid van hun woning. De professionele woningeigenaren – waaronder corporaties – zijn vrijwel allemaal doordrongen van het belang van energiebesparing. Zij hebben daar ook rationele argumenten voor. Bij kleine particuliere verhuurders en individuele eigenaren spelen allerlei argumenten een rol, voor en tegen, rationeel, financieel en emotioneel. De gemeente sluit met Vastgoed Belang en Huurdersvereniging Amsterdam een convenant over stimuleren energiebesparing bij particuliere verhuurders.

4b. Ja, het is goed als woningeigenaren zich ten doel stellen hun woningen te verduurzamen. Een gemeentelijke doelstelling voor de woningvoorraad symbolisch aardig en heeft misschien een klein versnellend effect maar het zijn de woningeigenaren die zullen moeten investeren. Waar mogelijke steunt de gemeente hen met goede informatie [www.Amsterdambespaartenergie.nl], slimme financiële instrumenten of beleidsmaatregelen.

4c. zie antwoorden op vraag 1. We hebben met corporaties afspraken gemaakt over energetische verbetering van hun woningen. Isolatie zal een belangrijke bijdrage leveren aan het behalen van deze gedeelde ambitie omdat het in een groot deel van de woningvoorraad een goede, robuuste en relatief goedkope maatregel is.

5. De wethouder wil vanaf 2010 inzetten op stabilisatie van de CO2-uitstoot en vanaf 2013 inzetten op een neergaande lijn met betrekking tot de CO2-uitstoot. Tot nu toe is de CO2-uitstoot alleen maar gestegen. Naar alle redelijkheid is te verwachten dat de CO2-uitstoot vorig jaar ook is toegenomen. Het lijkt erop dat de Energie Strategie Amsterdam 2040 niet strikt genoeg is om de klimaatdoelstelling van 40% minder CO2 in 2025 te halen (zelfs als Amsterdam blijft groeien, moet de wethouder klimaat inzetten op vermindering van CO2-uitstoot).
a. Hoe kan de wethouder inzetten op stabilisatie en zelfs daling van CO2-uitstoot als de uitstoot blijft toenemen?
b. Hoe gaat de wethouder garanderen dat er vanaf nu (2011) stabilisatie optreedt in de CO2-uitstoot?
c. Hoe gaat de wethouder garanderen dat vanaf 2013 CO2-uitstoot gaat dalen?
d. Wat gaat de wethouder doen om de klimaatdoelstellingen te halen?
e. Hoe reëel acht de wethouder zijn doelstellingen omtrent daling en stabilisatie, gezien de trend afgelopen jaren, uitgedrukt in een percentage?
f. Welke risico’s ziet de wethouder om deze doelstelling te behalen, en wat gaat hij eraan doen om deze risico’s uit de weg te ruimen dan wel te verkleinen, aangegeven per risico, en op welke termijn?
g. Waarom is het rapport van de CO2-uitstoot over 2010 nog niet beschikbaar?

Antwoord:
5a t/m f. In de Energiestrategie Amsterdam 2040 en de structuurvisie Amsterdam 2040 wordt aangegeven op welke wijze Amsterdam werkt aan verlaging van de CO2-uitstoot. Een succesvolle uitvoering hiervan, met de CO2-effecten zoals in deze documenten beschreven, is afhankelijk van huidig en toekomstig EU- en Rijksbeleid, en de acties van gemeente, burgers en bedrijven. De cijfers over 2009 lieten een genuanceerd beeld zien: licht dalende CO2-uitstoot bij kleinverbruikers en stabilisatie bij verkeer en vervoer. De uitstoot van grootverbruikers steeg. De mate waarin deze trend zich doorzet kan worden bepaald aan de hand van de CO2-uitstootcijfers 2010. De wethouder zal vraag 5 a t/m f daarom beantwoorden nadat de CO2-uitstootrapportage over 2010 beschikbaar is gekomen.

5g. De CO2-uitstootrapportage is voor een groot deel gebaseerd op jaarlijkse energieverbruikcijfers afkomstig uit de ‘E-Atlas’ van het netwerkbedrijf Liander. Momenteel is Liander bezig om een nieuw en beter product, ‘Energie in Beeld’ te introduceren, waarmee gemeenten beter inzicht kunnen krijgen in hun energieverbruik. Dit nieuwe product komt voor Amsterdam naar verwachting voor de zomer beschikbaar. Zodra dit het geval is wordt de balans opgemaakt en presenteert het college de CO2-uitstootrapportage over 2010. Naar verwachting is dit in september 2011.