Schrif­te­lijke vragen inzake reclame met een koe en pasge­boren kalf voor brood­jeszaak


Indiendatum: mei 2017

Aan het college van burgemeester en wethouders

Inleiding
Bij wijze van reclamestunt plaatste broodjeszaak Koeman op dinsdag 3 mei een koe met haar pasgeboren kalf voor de winkel aan de Amstelveenseweg.[1] De dieren waren gehuurd bij het bedrijf Animal Verhuur. Bezorgde omstanders namen contact op met de politie, die ter plaatse constateerde dat alles in orde was en dat er een melding was gedaan van betreffende actie bij de gemeente. Wat omstanders echter zorgen baarde was dat het kalf nog zeer klein was, de navelstreng nog goed zichtbaar[2] en naar verluidt de avond voor het optreden was geboren.
De Europese wetgeving[3] zegt het volgende over het vervoer van dieren:

GESCHIKTHEID VOOR VERVOER

Alleen dieren die geschikt zijn voor het voorgenomen transport mogen worden vervoerd, en de vervoersomstandigheden moeten van dien aard zijn dat de dieren geen letsel of onnodig lijden kan worden berokkend.
Gewonde, zwakke en zieke dieren worden niet in staat geacht te worden vervoerd, met name in de volgende gevallen:
[…]

c) wanneer het drachtige dieren betreft waarvan de draagtijd reeds voor 90 % of meer gevorderd is, of dieren die in de week ervoor geworpen hebben;
d) wanneer het pasgeboren zoogdieren betreft waarvan de navel nog niet volledig geheeld is;

De Partij voor de Dieren heeft melding gedaan bij de NVWA. Broodjeszaak Koeman heeft op Facebook aangekondigd om op 10 mei wederom dezelfde reclamestunt uit te voeren bij hun locatie aan de Buitenveldertselaan.
In antwoorden op schriftelijke vragen inzake attracties met vastgebonden roofvogels[4] gaf het college aan het beleid voor evenementen in de openbare ruimte in 2017 zodanig aan te passen, dat er voor evenementen waarbij dieren zijn betrokken altijd een evenementenvergunning moet worden aangevraagd, en om verplichtingen op te nemen over gezondheidsverklaring en vakbekwaamheid.
Naar aanleiding van eerdere vragen van de Partij voor de Dieren over een reclamestunt met een rendier heeft de burgemeester toegezegd uit te zoeken hoe er gehandhaafd wordt bij APV-overtredingen waarbij dieren betrokken zijn, en dit meegenomen zou worden in het sanctiebeleid als uitwerking van het stedelijk handhavingsprogramma waarin dierenwelzijn één van de prioriteiten is.[5]

Gezien het vorenstaande stelt ondergetekende, namens de fractie van de Partij voor de Dieren, op grond van artikel 45 van het Reglement van orde voor de raad van Amsterdam, de volgende schriftelijke vragen:

1. Hoe beoordeelt het college het dat er bij wijze van reclame een koe met haar pasgeboren kalf aan een drukke straat neer wordt gezet?

2. Hoe beoordeelt het college het optreden van de handhavers?

3. Is het waar dat er van tevoren een melding bij de gemeente is gemaakt van deze reclame-uiting en er geen vergunning nodig zou zijn?

4. Welke sancties worden aan welke partij opgelegd wegens het vervoeren van een koe die de dag ervoor geworpen heeft en een kalf waarvan de navel nog niet volledig was geheeld?

5. Neemt gemeente Amsterdam maatregelen tegen het geplande optreden met de koe en haar jonge kalf op 10 mei aanstaande?

6. Worden reclame-uitingen met dieren door het nieuwe beleid voor evenementen in de openbare ruimte ook vergunningplichtig?

Het lid van de gemeenteraad,

J.F.W. van Lammeren

[1] http://www.parool.nl/amsterdam/partij-voor-de-dieren-boos-om-reclamekoe-voor-koeman-broodjes~a4492272/

[2] http://www.at5.nl/gemist/tv (uitzending 3 mei vanaf 9:30)

[3] http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=CELEX:32005R0001:NL:HTML

[4] https://amsterdam.partijvoordedieren.nl/vragen/schriftelijke-vragen-inzake-attracties-met-vastgebonden-roofvogels-en-uilen-op-braderieen-in-amsterdam-zuidoost

[5] https://amsterdam.raadsinformatie.nl/document/5198900/1/17-04-13_AZ_termijnagenda_Openbare_Orde_en_Veiligheid

Indiendatum: mei 2017
Antwoorddatum: 4 mei 2017

1. Hoe beoordeelt het college het dat er bij wijze van reclame een koe met haar pasgeboren kalf aan een drukke straat neer wordt gezet?

2. Hoe beoordeelt het college het optreden van de handhavers?

3. Is het waar dat er van tevoren een melding bij de gemeente is gemaakt van deze reclame-uiting en er geen vergunning nodig zou zijn?

Antwoord vragen 1, 2 en 3:
Omdat zijn broodjeszaak in Amsterdam-Zuid mei 2017 110 jaar zou bestaan heeft de eigenaar op 5 april 2017 bij het digitaal loket van Stadsdeel Zuid een melding gedaan voor een evenement. Op het digitale formulier heeft hij aangegeven dat hij 3 mei 2017 een koe op de stoep voor zijn filiaal aan de Amstelveenseweg en op 10 mei 2017 op de stoep voor zijn filiaal aan de Buitenveldertselaan wilde zetten. Hij gaf aan te verwachten dat het aantal bezoekers op het drukste moment van de dag maximaal 50 personen zou zijn. Met dit aantal verwachte bezoekers kon op basis van het huidige evenementenbeleid worden volstaan met het door de eigenaar melden van het evenement en hoefde het stadsdeel geen vergunning af te geven. Op 3 mei 2017 leverde het bedrijf dat de koe verhuurde niet alleen een koe maar ook een pasgeboren kalf voor het evenement. De aanwezigheid van een kalf was ook voor de eigenaar van de broodjeszaak een verrassing. Dezelfde dag is de politie ter plekke gaan kijken. De politie constateerde dat de koe en het kalf goed werden verzorgd en is weer vertrokken. Gemeentelijke handhavers zijn niet aanwezig geweest. Noch de eigenaar van de broodjeszaak noch de politie hebben zich gerealiseerd dat met de plaatsing van de koe-met-kalf de Wet dieren mogelijk werd overtreden. Hoewel het geen directe verbodsbepaling is bepaalt artikel 1.3. van deze wet dat
“dieren gevrijwaard moeten worden van a. dorst, honger en onjuiste voeding; b. fysiek en fysiologisch ongerief; c. pijn, verwonding en ziektes; d. angst en chronische stress; e. beperking van hun natuurlijk gedrag; voor zover zulks redelijkerwijs kan worden verlangd”. Aangezien het handhaven van dierenwelzijn een taak van de rijksoverheid is, was het ter beoordeling van de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA) of de Wet dieren 3 mei 2017 gehandhaafd had moeten worden. De NVWA is 3 mei 2017 niet ter plaatse geweest (zie ook het antwoord op vraag 4). De aanwezigheid van het kalf was door de eigenaar
niet voorzien. Zoals de Partij voor de Dieren terecht stelt in de inleiding van deze raadsvragen had het kalf op grond van Europese regelgeving niet mogen vervoerd en behoorde het jonge dier dus niet in een omheinde bak voor de broodjeszaak aan de Amstelveenseweg terecht te komen. Bij het door de eigenaar melden van het 110-jarig bestaan heeft het stadsdeelloket niet opgemerkt dat de aanvraag feitelijk geen evenement maar een reclame-uiting betrof. De eigenaar wilde de aandacht op het 110-jarig bestaan van zijn broodjeszaak vestigen. Reclame op of aan de weg is op basis van artikel 4.11, eerste lid van de Algemene Plaatselijke Verordening6 verboden in Amsterdam.

Om herhaling te voorkomen heeft het college de volgende acties in gang gezet:

- Het college heeft eerder al besloten7 dat het evenementenbeleid van de gemeente Amsterdam wordt aangepast. Voor alle evenementen waar een dier bij wordt gebruikt moet dan vooraf een vergunning bij de gemeente Amsterdam worden aangevraagd. De huidige vereenvoudigde procedure door het enkel melden van een klein evenement bij het stadsloket geldt dan niet meer voor evenementen met dieren. De gemeente Amsterdam zal het aanvragen van de vergunning ontmoedigen. De vergunning wordt alleen verleend als de aanvrager een bewijs van vakbekwaamheid plus een recente gezondheidsverklaring van de dieren die worden ingezet kan overleggen. Vervolgens zal hierop tijdens het evenement door handhavers kunnen worden gecontroleerd.

- Artikel 4.11, derde lid van de APV bepaalt dat het college ontheffing kan verlenen ten aanzien van het verbod van reclame op of aan de weg. Het college zal het reclamebeleid zodanig aanpassen dat aanvragen voor een ontheffing voor een reclame-uiting waarbij dieren worden gebruikt nimmer worden verleend.

- Dierenwelzijn is een prioriteit in de Amsterdamse handhaving. Deze prioriteit is vastgelegd in het Stedelijk Handhavingsprogramma 2017 – 2018. Bij gemeentelijke handhavers zal de kennis op het punt van het dierenwelzijnsbeleid worden vergroot. Signalen van dierenmishandeling en/of inbreuk op de integriteit of het welzijn van dieren zullen direct worden gemeld aan de NVWA, de Landelijke Inspectiedienst Dierenwelzijn (LID) en de politie.

4. Welke sancties worden aan welke partij opgelegd wegens het vervoeren van een koe die de dag ervoor geworpen heeft en een kalf waarvan de navel nog niet volledig was geheeld?

Antwoord vraag 4:
Het handhaven van dierenwelzijn, ook het vervoer van dieren, is een exclusieve taak van de rijksoverheid. De voor handhaving bevoegde nationale instanties (politie, LID of NVWA) zijn 3 mei 2017 niet geïnformeerd en hebben dus geen overtreding kunnen constateren. Ook zijn er geen duidelijke foto’s/documenten op basis waarvan deze instanties achteraf kunnen bezien of een sanctie mogelijk is.

5. Neemt de gemeente Amsterdam maatregelen tegen het geplande optreden met de koe en haar jonge kalf op 10 mei 2017?

Antwoord vraag 5:
De eigenaar van de broodjeszaak had aangekondigd zijn actie met de koe op 10 mei 2017 te willen herhalen bij zijn andere filiaal aan de Buitenveldertselaan. Maandag 8 mei 2017 is ambtelijk contact opgenomen met de eigenaar van de broodjeszaak. De eigenaar gaf aan op 10 mei 2017 geen levende koe en/of kalf meer als reclame voor zijn broodjeszaak te gebruiken. De aandacht in de pers en de negatieve aandacht voor zijn actie met levende dieren op sociale media waren voor hem de redenen om hiervan af te zien. Dinsdag 9 mei 2017 is door een medewerker van het team handhaving openbare ruimte van stadsdeel Zuid met de eigenaar verder overlegd. De aanvraag voor een evenementenmelding is omgezet naar een melding voor het plaatsen van een opblaaskoe. Bij controle ter plekke op 10 mei 2017 is door handhavers van het stadsdeel vastgesteld dat de eigenaar van de broodjeszaak in plaats van een levende koe inderdaad een plastic opblaaskoe voor zijn winkel had geplaatst.

6. Worden reclame-uitingen met dieren door het nieuwe beleid voor evenementen in de openbare ruimte ook vergunningplichtig?

Antwoord vraag 6:
Zie het antwoord op de vragen 1, 2 en 3.

Burgemeester en wethouders van Amsterdam

A.H.P. van Gils, secretaris E.E. van der Laan, burgemeester