Schrif­te­lijke vragen inzake melding en hand­having bij dieren­mis­han­deling en -verwaar­lozing


Schriftelijke vragen van het lid A.L. Bakker (Partij voor de Dieren) inzake melding en handhaving bij dierenmishandeling en -verwaarlozing

Aan het college van burgemeester en wethouders

Inleiding

Het zien of vermoeden van dierenmishandeling en –verwaarlozing kan gemeld worden via meldnummer 144, via het terugbelformulier van 144, via het meldformulier op www.politie.nl, via het telefoonnummer van de NVWA of het online klachtenformulier van de NVWA. Afhankelijk van de aard van de melding wordt de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming of de NVWA ingeschakeld voor opvolging.

Naar aanleiding van een aantal ernstige klachten die de fractie van de Partij voor de Dieren kreeg over een dierenwinkel in Amsterdam, heeft ondergetekende een melding gemaakt via het klachtenformulier van de NVWA. Bij 144 waren alle lijnen zo druk dat ondergetekende niet geholpen kon worden en werd verzocht om later terug te bellen. Na het indienen van de melding volgde een bevestiging waarin staat dat niet alle klachten worden onderzocht en dat terugkoppeling na opvolging binnen maximaal 6 weken zal plaatsvinden.

Gezien het vorenstaande stelt ondergetekende, namens de fractie van de Partij voor de Dieren, op grond van artikel 45 van het Reglement van orde voor de raad van Amsterdam, de volgende schriftelijke vragen:

  1. Hoe staat het met de verkennende gesprekken en het onderzoek op nationaal niveau over het verbeteren van het systeem van meldingen over dierenmishandeling en –verwaarlozing en het ontwikkelen van een systeem waarbij ook meldingen via dierenwelzijnsorganisaties worden betrokken?
  2. Wat houdt de passage in het coalitieakkoord precies in dat ‘We werken aan een meldpunt Dierenmishandeling en versterken de samenwerking met dierenwelzijnspartijen en politie'? Hoe wordt hier vorm aan gegeven?
  3. Hoe staat het ervoor met het opleiden en het inzetten van buitengewone opsporingsambtenaars (BOA’s) die zijn gespecialiseerd in dierenwelzijn?
  4. Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat het melden en handhaven van dierenwelzijn te wensen overlaat en dat er een daadkrachtig systeem dient te komen waarin snelle opsporing en handhaving centraal staan?
  5. Is het college bereid om, zoals in andere steden zoals Rotterdam het geval is, een Amsterdamse dierenpolitie in te voeren met dierenagenten die kunnen optreden tegen mensen die dieren verwaarlozen en/of mishandelen?

Gelieve bij ieder antwoord de bron te vermelden. We gaan ervan uit dat beantwoording binnen 4 weken plaatsvindt en wanneer dit niet lukt dit ter kennis wordt gebracht.

Het lid van de gemeenteraad,

A.L. Bakker (Partij voor de Dieren)

Antwoorddatum: 17 okt. 2018

1. Hoe staat het met de verkennende gesprekken en het onderzoek op nationaal
niveau over het verbeteren van het systeem van meldingen over
dierenmishandeling en -verwaarlozing en het ontwikkelen van een systeem
waarbij ook meldingen via dierenwelzijnsorganisaties worden betrokken?

Antwoord:
Op 10 april 2018 is met een aantal organisaties (Dierenambulance, Dierenasiel
Amsterdam, Veilig Thuis, Kring Dierenartsen Amsterdam, de politie (eenheid
Amsterdam) een brainstorm gehouden over hoe invulling te geven aan de
uitvoering van de op 8 november 2017 aangenomen motie centrale database
voor meldingen dierenmishandeling (nr. 1226). In de motie verzoekt de raad het
college een onderzoek te starten naar de mogelijkheden om samen met relevante
organisaties, zoals dierenhulporganisaties, dierenartsen, Veilig Thuis, de
Landelijke Inspectie Dierenbescherming (LID), NVWA en gemeentelijke
handhaving, een centraal digitaal meldpunt op te zetten voor meldingen over
dierenmishandeling en –verwaarlozing. Ook zijn afgelopen maanden aparte
gesprekken gevoerd met 144 en de politie (eenheid Amsterdam) over hoe het
systeem van meldingen over dierenmishandeling en –verwaarlozing kan worden
verbeterd. Verder wordt gesproken met het ministerie van LNV (als departement
dat het dossier dierenwelzijn in portefeuille heeft).
Twee opties worden onderzocht. Optie 1 is dat 144-red-een-dier (het nationaal
bekende telefoonnummer om dierenmishandeling en dierenverwaarlozing te
melden) op verzoek van de gemeente Amsterdam een (half-) jaarlijks overzicht
levert van het aantal meldingen en de aard van de meldingen
(dierenmishandeling, dierenleed, relatie met huiselijk geweld, etc). Meldingen
worden door 144 doorgezet naar de lokale korpsen, in Amsterdam politie-eenheid
Amsterdam. 144 krijgt geen teugkoppeling over wat er met de meldingen is
gebeurd (‘de opvolging’) en kan daar niet over rapporteren. Dit omdat 144 geen
toegang heeft (beveiligde omgeving/privacy) tot de database van de nationale
politie. Weten wat er met de meldingen is gedáán (en welk resultaat dat heeft
gehad) is wenselijke informatie.
Een alternatief zou zijn – dit wordt momenteel verder onderzocht – of er een
eigen Amsterdams meldpunt kan worden opgezet (of dat wordt voor meldingen
dierenmishandeling aangesloten bij een bestaand Amsterdams meldpunt). Dit
alternatief heeft als nadeel dat er dan twee meldpunten dierenmishandeling voor
de Amsterdammers zijn. Ook bij het instellen van een gemeentelijk meldpunt blijft
er het probleem van het geen toegang hebben tot gegevens over de opvolging
van de melding door de politie.

2. Wat houdt de passage in het coalitieakkoord precies in dat ‘We werken aan een
meldpunt Dierenmishandeling en versterken de samenwerking met
dierenwelzijnspartijen en politie.”? Hoe wordt hier vorm aan gegeven?

Antwoord:
Met het oog op het versterken van de samenwerking is najaar 2017 op initiatief
van de gemeente Amsterdam een regulier overleg handhaving dierenwelzijn
gestart. Deelnemers zijn de politie (eenheid Amsterdam), NVWA, LID, het
Openbaar Ministerie en medewerkers van de gemeente Amsterdam (directie
OOV en directie Ruimte & Duurzaamheid-dierenwelzijn). Doel van het
kwartaaloverleg is het zorgen voor korte(re) lijnen, elkaar informeren over
‘lopende’ zaken en als startpunt voor verdere acties/afspraken om dierenleed in
Amsterdam tegen te gaan. Het college ziet de passage in het coalitieakkoord als
een aanmoediging om hier mee door te gaan, en daarnaast er voor te zorgen dat
er één meldpunt dierenmishandeling en –verwaarlozing komt (zie het antwoord
op vraag 1).

3. Hoe staat het ervoor met het opleiden en het inzetten van buitengewone
opsporingsambtenaars (BOA’s) die zijn gespecialiseerd in dierenwelzijn?

Antwoord:
De gemeentelijke handhavers hebben maar beperkte bevoegdheden om op te
kunnen treden, maar moeten misstanden wel kunnen signaleren. De
medewerkers handhaving en toezicht zullen de komende maanden worden
opgeleid hoe zij dierenleed kunnen herkennen en welke organisatie zij moeten
inschakelen om dierenleed aan te pakken. Er worden geen gemeentelijke
handhavers opgeleid tot specialist dierenwelzijn.

4. Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat het melden en handhaven
van dierenwelzijn te wensen overlaat en dat er een daadkrachtig systeem dient te
komen waarin snelle opsporing en handhaving centraal staan?

Antwoord:
Ja.

5. Is het college bereid, zoals in andere steden zoals Rotterdam het geval is, een
Amsterdamse dierenpolitie in te voeren met dierenagenten die kunnen optreden
tegen mensen die dieren verwaarlozen en/of mishandelen?

Antwoord:
In Amsterdam zijn er een aantal jaren geleden diverse agenten opgeleid op het
gebied van dierenwelzijn. De benodigde kennis is geconcentreerd bij het Team
Hondengeleiders. Er is voor gekozen dat de agenten algemener worden ingezet
dan alleen als dierenpolitie. Er bestaat in Amsterdam dan ook geen aparte
dierenpolitie.