Schrif­te­lijke vragen inzake het vangen en verhuizen van konijnen van het Domela Nieu­wen­huis­plantsoen


Schriftelijke vragen van het lid A.L Bakker inzake het vangen en verhuizen van konijnen van het Domela Nieuwenhuisplantsoen

Aan het college van burgemeester en wethouders

Toelichting:

Op de gemeentesite staat het bericht dat een groep konijnen van het Domela Nieuwenhuisplantsoen moeten verhuizen, om nieuwe beplanting om die plek een kans te geven[i]. De dieren worden gevangen en verhuisd naar een andere locatie. In de commissievergadering WB van 29 oktober 2019 gaf wethouder Ivens de toelichting dat andere maatregelen onvoldoende effect hebben gehad en dat de huidige locatie toch al niet optimaal is voor de konijnen. De bewonerswerkgroep DOMELA-plantsoen geeft aanvullend aan dat ook vogels en andere stadsfauna de schuldigen zijn van de kale plantvakken[ii].

Het verhuizen van konijnen leidt tot ontzettend veel stress bij de dieren, brengt een verstoorde groepsdynamiek met zich mee en leidt meestal tot hoge sterfcijfers in de week na het uitzetten. De Zoogdiervereniging heeft hierover nog in 2006 in opdracht van Stadsdeel Amsterdam-Noord een literatuurstudie gedaan voor een advies voor het uitvoeren van grote infrastructurele werken[iii].

De Partij voor de Dieren vindt het verhuizen van konijnen ter bescherming van nieuwe beplanting om de genoemde redenen buitenproportioneel nadelig voor de konijnen en daarom onethisch en in strijd met de wettelijke bescherming van deze dieren. Konijnen hebben een intrinsieke waarde waardoor de plicht geldt om te voorkomen dat het schaden van het welzijn van de dieren, verder dan redelijkerwijs noodzakelijk, wordt voorkomen[iv].

Gezien het vorenstaande stelt ondergetekende, namens de fractie van de Partij voor de Dieren, op grond van artikel 45 van het Reglement van orde voor de raad van Amsterdam, de volgende schriftelijke vragen:

  1. Hoe beoordeelt het college de schadelijke consequenties voor het welzijn van de konijnen en de risico’s op overlijden bij de verhuizing?
  2. Hoe beoordeelt het college de impact van het verhuizen van de konijnen ten opzichte van het belang van het beschermen van nieuw aan te brengen beplanting? Vindt het college de maatregel proportioneel gerechtvaardigd?
  3. Welke alternatieve maatregelen wat betreft de bescherming van de beplanting zijn er precies genomen die niet het gewenste effect hebben teweeggebracht?
    1. Indien er afrasteringen zijn geplaatst rondom de plantenvakken, kan het college hier een specifieke omschrijving van geven vergezeld met foto’s van de desbetreffende constructies ter plaatse? Zo nee, waarom niet?
  4. Indien er geen afrasteringen zijn geplaatst rondom de plantenvakken: waarom is dit niet het geval geweest? Vindt het college niet dat deze maatregel eerst moet worden toegepast alvorens het welzijn van de konijnen op het spel te zetten?
  5. Welke alternatieve maatregelen wat betreft het type beplanting zijn er precies genomen die niet het gewenste effect hebben teweeggebracht?
  6. Welke maatregelen zijn er nog te bedenken die niet zijn toegepast en waarbij de konijnenpopulatie met rust gelaten kan worden?
  7. Kan de wethouder de stelling motiveren dat het Domela Nieuwenhuisplantsoen geen optimale locatie is voor de konijnen om te leven?
  8. Hoe kan het bedrijf dat de konijnen vangt er zeker van zijn dat het alle aanwezige konijnen uit het gebied gaat vangen?
  9. Op welke manier wordt er rekening mee gehouden dat er opnieuw konijnen naar het Domela Nieuwenhuisplantsoen kunnen komen?
  10. Welke maatregelen worden er op de nieuwe locatie Westerpark West genomen om het aantal sterfgevallen in de groep konijnen te minimaliseren?
  11. Leven er op deze nieuwe locatie al konijnen?
    1. Zo ja, hoe verwacht het college dat deze nieuwe groep konijnen wordt geaccepteerd door de al aanwezige konijnen? Is er ruimte voor de nieuwe konijnen om te schuilen en om eigen burchten te maken of wordt deze nog gecreëerd? Graag een toelichting.
  12. Zo nee, waarom leven hier geen konijnen? Zal de omgeving hiervoor geschikt gemaakt worden met takkenrillen, zandbulten, hopen stenen of kunstmatige burchten? Graag een toelichting.
  13. Wanneer staat de verhuizing van de konijnen gepland?
  14. Komt het vaker voor dat nieuwe beplanting door de gemeente weinig kans krijgt doordat het wordt aan- of opgegeten door konijnen? Zo ja, wat zijn dan in andere gevallen zoal de oplossingen geweest?
  15. Kan het college van de afgelopen 5 jaar een overzicht geven van alle vangacties van konijnen in gemeentelijke opdracht met een onderbouwing van de noodzaak per actie?

De laatste twee vragen mogen wat de vragensteller betreft later separaat toegestuurd worden als dit betekent dat de overige vragen sneller beantwoord kunnen worden:

Het lid van de gemeenteraad,

A.L. Bakker

[i] https://www.amsterdam.nl/nieuws-westerpark/domela-nieuwenhuisplantsoen-krijgt/

[ii] http://www.domelaplantsoen.nl/index.php/berichten/actueel/

[iii]https://www.zoogdiervereniging.nl/sites/default/files/publications/2006.02%20Konijnen%20in%20Amsterdam-Noord_0.pdf

[iv] https://wetten.overheid.nl/BWBR0030250/2019-01-01

Antwoorddatum: 10 dec. 2019

1. Hoe beoordeelt het college de schadelijke consequenties voor het welzijn van de konijnen en de risico’s op overlijden bij de verhuizing?

Antwoord
Het college acht de schadelijke consequenties voor het welzijn van de konijnen en de risico’s op overlijden bij verhuizing laag in. Zie verder vraag 2.

2. Hoe beoordeelt het college de impact van het verhuizen van de konijnen ten opzichte van het belang van het beschermen van nieuw aan te brengen beplanting? Vindt het college de maatregel proportioneel gerechtvaardigd?

Antwoord
Het Domela Nieuwenhuisplantsoen is omgeven door autowegen, drukke fietspaden en wandelroutes (ook voor honden). Deze stenige omgeving is ongeschikt als leefgebied voor de nu daar levende zes tot acht konijnen1. Het ontbreekt de konijnen in het plantsoen al langere tijd aan voldoende natuurlijk voedsel. Zonder bijvoeren door bewoners zou de populatie zo goed als zeker zijn uitgestorven.Omdat er geen geschikte alternatieve leefgebieden in de omgeving van het plantsoen zijn, is de kans dat de konijnen het plantsoen zelf verlaten uitgesloten. De combinatie van een stedelijke omgeving, een langdurig tekort aan voedsel én onvoldoende uitwijk-mogelijkheden naar een nieuwe leefplek zal de dieren veel stress geven.

De verplaatsing is afgelopen maanden voorbereid door de konijnen eerst te monitoren (tellen door middel van nachtelijke observaties, maart 2019). Het vangen van de konijnen zal door een ervaren faunadeskundige worden uitgevoerd. Na de vangactie worden de konijnen onmiddellijk in hun nieuwe leefomgeving vrijgelaten. Nadat de konijnen zijn verplaatst zal, door middel van nachtelijke hercontroles, worden nagegaan of er per ongeluk konijnen in het Domela Nieuwenhuis-plantsoen zijn achtergebleven.

Het stadsdeel acht het uit het oogpunt van het welzijn van de konijnen belangrijk dat de dieren zo snel mogelijk worden verplaatst. Het stadsdeel vindt de maatregel om de konijnen te verplaatsen proportioneel gerechtvaardigd.

3. Welke alternatieve maatregelen wat betreft de bescherming van de beplanting zijn er precies genomen die niet het gewenste effect hebben teweeggebracht?
a. Indien er afrasteringen zijn geplaatst rondom de plantenvakken, kan het college hier een specifieke omschrijving van geven vergezeld met foto’s van de desbetreffende constructies ter plaatse? Zo nee, waarom niet?
b. Indien er geen afrasteringen zijn geplaatst rondom de plantenvakken: waarom is dit niet het geval geweest? Vindt het college niet dat deze maatregel eerst moet worden toegepast alvorens het welzijn van de konijnen op het spel te zetten?


Antwoord op de vragen 3a en 3b:
Op basis van de monitoring en het adviesrapport werd helder dat het welzijn van de konijnen gebaat zou zijn met een verplaatsing van de dieren naar een betere leefomgeving. Het (alsnog) afrasteren van de groenvakken zou betekenen dat de dieren nog minder voedsel zouden kunnen vinden. Deze optie is dan ook niet verder uitgewerkt.

4. Welke alternatieve maatregelen wat betreft het type beplanting zijn er precies genomen die niet het gewenste effect hebben teweeggebracht?

Antwoord
In het in 2018 gemaakte beplantingsplan is gekozen voor een beplanting met zoveel mogelijk plantensoorten die konijnen normaliter niet eten. De voedselschaarste in het gebied heeft er voor gezorgd dat de konijnen de planten en/of de wortels van vrijwel alle planten toch hebben opgegeten.

5. Welke maatregelen zijn er nog te bedenken die niet zijn toegepast en waarbij de konijnenpopulatie met rust gelaten kan worden?


Antwoord
Zie het antwoord op de vragen 2 en 3.

6. Kan het college de stelling motiveren dat het Domela Nieuwenhuisplantsoen geen optimale locatie is voor de konijnen om te leven?

Antwoord
Zie het antwoord op de vraag 2.

7. Hoe kan het bedrijf dat de konijnen vangt er zeker van zijn dat het alle aanwezige konijnen uit het gebied gaat vangen?

Antwoord
Zie het antwoord op vraag 2.

8. Op welke manier wordt er rekening mee gehouden dat er opnieuw konijnen naar het Domela Nieuwenhuisplantsoen kunnen komen?

Antwoord
Er wordt geen rekening gehouden met een herintrede van nieuwe konijnen in het plantsoen. Het Domela Nieuwenhuisplantsoen is voor konijnen een onaantrekkelijk leef- en/of foerageergebied. Ook is er geen directe verbinding met andere konijnenleefgebieden.

9. Welke maatregelen worden er op de nieuwe locatie Westerpark West genomen om het aantal sterfgevallen in de groep konijnen te minimaliseren?

Antwoord
Door ecologen van de gemeente zijn diverse locaties onderzocht op kansrijkheid voor herplaatsing van de konijnen. De beste plek hiervoor is een zandrug in de Lange Bretten, ten westen van de Australiëhavenweg. De langgerekte zandrug bestaat uit opgebracht duinzand en ligt twee meter boven maaiveld. De zandrug ligt in een zeer ruim gebied, met voldoende dekking van de planten en bosschages om te schuilen. Ook is er voldoende voedsel aanwezig. Op deze locatie zijn geen extra maatregelen nodig tegen sterfte. Zie ook het antwoord op vraag 10a.

10. Leven er op deze nieuwe locatie al konijnen?
a. Zo ja, hoe verwacht het college dat deze nieuwe groep konijnen wordt geaccepteerd door de al aanwezige konijnen? Is er ruimte voor de nieuwe konijnen om te schuilen en om eigen burchten te maken of wordt deze nog gecreëerd? Graag een toelichting.
b. Zo nee, waarom leven hier geen konijnen? Zal de omgeving hiervoor geschikt gemaakt worden met takkenrillen, zandbulten, hopen stenen of kunstmatige burchten? Graag een toelichting.


Antwoord
Nee, op de beoogde herplaatsplek zijn geen holen of begrazingssporen van andere konijnen gevonden. Dat betekent dat er geen verdringing ontstaat in het territorium van andere konijnen. Verder weg, in de wijdere omgeving van de Lange Bretten zijn wel konijnen aanwezig. Een kunstmatige burcht of het aanbrengen van takkenrillen is niet nodig.

11. Wanneer staat de verhuizing van de konijnen gepland?


Antwoord
De verhuizing staat gepland voor december 2019.

Toelichting door vragenstelster: De laatste 2 vragen mogen wat de vragenstelster betreft later separaat toegestuurd worden als dit betekent dat de overige vragen sneller beantwoord kunnen worden.

12. Komt het vaker voor dat nieuwe beplanting door de gemeente weinig kans krijgt doordat het wordt aan- of opgegeten door konijnen? Zo ja, wat zijn dan in andere gevallen zoal de oplossingen geweest?

Antwoord
Dat komt weinig voor. Konijnen leven doorgaans in de stadsranden, daar brengt de gemeente geen kwetsbare beplanting aan. Bomen in konijnrijke gebieden worden doorgaans voorzien van een stambescherming. In bijvoorbeeld stadsparken worden soms hekken om borders geplaatst. Die moeten dan voldoende diep worden ingegraven om te voorkomen dat de konijnen onder de hekken door gaan. Het nadeel van het plaatsen van hekken rond borders is dat dit de groenbeleving voor sommige bezoekers aantast.

13. Kan het college van de afgelopen 5 jaar een overzicht geven van alle vangacties van konijnen in gemeentelijke opdracht met een onderbouwing van de noodzaak per actie?

Antwoord
Als konijnen ten behoeve van projecten van een terrein af moeten, zijn er twee mogelijkheden: 1) de methode om konijnen te stimuleren vrijwillig te vertrekken en 2) de methode om de dieren te vangen en te verplaatsen naar elders. De inzet van de gemeente Amsterdam is altijd om de eerste methode te hanteren. Het projectgebied wordt minder 'konijnvriendelijk' gemaakt door bijvoorbeeld het weghalen van beschutting, het verkleinen van het voedselaanbod op het terrein, het plaatsen van 'konijnen-hekken' én vluchtheuvels. Deze vluchtheuvels staan de dieren toe het terrein over het hek te verlaten en verhinderen dat de dieren het projectgebied weer binnen komen. Binnen de gemeente Amsterdam is afgelopen weken nagegaan in hoeveel gevallen konijnen afgelopen vijf jaar zijn gevangen en verplaatst naar een terrein elders (methode 2). Dit is bij één project gebeurd (project Elzenhagen, 2018). Mogelijk zijn er meer vangacties geweest, maar dat is niet meer in beeld te brengen. Enerzijds omdat het nooit een onderwerp is geweest waarvan apart administratie is bijgehouden, anderzijds vanwege het verloop van medewerkers. Gemeentelijke projectleiders zijn zich bewust van het belang zorgvuldig met op projectterreinen aangetroffen dieren om te gaan. Wettelijke regels worden altijd in acht genomen en als er konijnen (of andere dieren) op het terrein worden aangetroffen, worden ecologen betrokken bij het verdere traject. Op deze wijze wordt het dierenwelzijn gewaarborgd.