Schrif­te­lijke vragen inzake het fokbeleid van kinder­boer­de­rijen


Aan het college van burgemeester en wethouders

Inleiding

In september 2017 tekenden achttien Amsterdamse Kinderboerderijen de overeenkomst ‘Van hart voor dieren naar toekomstbestendig dierenwelzijn’[1] met daarin uitgangspunten en kwaliteitseisen omtrent dierenwelzijn. Zo is de afspraak om zo min mogelijk overschot van dieren te creëren en zal een eventueel teveel aan dieren op diervriendelijke wijze worden afgezet. Ook moet het fokbeleid van kinderboerderijen actief gecommuniceerd worden.

Op de website en sociale mediakanalen van kinderboerderij Westerpark is te zien dat met regelmaat kalveren, biggen en kuikens worden geboren. Ook is te lezen dat er varkens zijn weggedaan naar Stichting Buitengewoon[2], een plek waar de varkens worden verwerkt in vleespakketten[3]. In een bericht is te lezen dat de Bonte Bentheimer varkens “te oud voor de boerderij”[4] geworden waren en weg moesten.

Gezien het vorenstaande stelt ondergetekende, namens de fractie van de Partij voor de Dieren, op grond van artikel 45 van het Reglement van orde voor de raad van Amsterdam, de volgende schriftelijke vragen:

  1. Kan het college het fokbeleid van de verschillende Amsterdamse kinderboerderijen aan de Raad overhandigen?
  2. Hoe verantwoordt kinderboerderij Westerpark de verschillende jongen die geboren worden of jong op de boerderij komen, het overschot dat ontstaat en de manier waarop de dieren worden weggedaan?
  3. Hoe beoordeelt het college het feit dat het overschot aan varkens van kinderboerderij Westerpark naar Stichting Buitengewoon worden gebracht waar ze in vleespakketten verdwijnen?
  4. Vindt het college dat het slachthuis een voorbeeld is van diervriendelijke afzet?
  5. Is het college bereid bij de aankomende investeringen in kinderboerderijen vast te leggen dat de boerderijdieren oud mogen worden op de kinderboerderijen en dat zij nooit mogen worden weggedaan voor de slacht?
  6. Is het college bereid bij te dragen aan de eventuele financiële consequenties van deze regeling?

Gelieve bij ieder antwoord de bron te vermelden. We gaan ervan uit dat beantwoording binnen 4 weken plaatsvindt en wanneer dit niet lukt dit ter kennis wordt gebracht.

Het lid van de gemeenteraad,

A.L. Bakker (Partij voor de Dieren)

[1]https://amsterdam.raadsinformatie.nl/document/5678881/1/BIJLAGE_1_Overeenkomst_'Van_hart_voor_dieren_naar_toekomstbestendig_dierenwelzijn

[2] https://www.facebook.com/boerd... bericht op 28 maart 2018

[3] http://www.buitengewonevarkens.nl/

[4] https://www.boerderijwesterpar... onder het kopje “De Varkens”

Antwoorddatum: 31 jul. 2018

1. Kan het college het fokbeleid van de verschillende Amsterdamse kinderboerderijen aan de raad overhandigen?

Antwoord:
De Amsterdamse kinderboerderijen hebben de gezamenlijk gedragen uitgangspunten en kwaliteitseisen dierenwelzijn september 2017 vastgelegd in de “Overeenkomst Dierenwelzijn” (https://kinderboerderij-de-werf.nl/visie/van-hartvoor-dieren-naar-toekomstbestendig-dierenwelzijn). Met de kinderboerderijen is in een gezamenlijke bijeenkomst op 11 juni 2018 afgesproken dit per kinderboerderij uit te werken in een beleidsplan dierenwelzijn dat gebaseerd is op de overeenkomst. Daarin zal onder meer worden beschreven wat het fok-, aanschaf- en vervangingsbeleid van de kinderboerderij is. In het door de kinderboerderijen op te stellen beleidsplan dierenwelzijn worden de keuzes hierover voor de eigen kinderboerderij uitgelegd. Elke kinderboerderij zal dit na vaststelling (waarschijnlijk dit najaar) actief communiceren via de eigen website. Globaal kan wel gesteld worden dat bij de kinderboerderijen in Amsterdam meestal (bewust) niet gefokt wordt of dat er incidenteel dieren geboren worden ten behoeve van het eigen dierenbestand.


2. Hoe verantwoordt kinderboerderij Westerpark de verschillende jongen die geboren worden of jong op de boerderij komen, het overschot dat ontstaat en de manier waarop de dieren worden weggedaan?

Antwoord:
Stadsboerderij Westerpark heeft laten weten eigen dieren te houden en tijdelijke huisvesting te bieden aan dieren van derden (schapen en geiten, koeien en tot voor kort ook varkens). De eigen dieren verblijven op de boerderij tot zij van ouderdom sterven. Het natuurlijke verloop bepaalt de noodzaak om de diergroep aan te vullen. Met eigenaren van diergroepen die tijdelijk bij Boerderij Westerpark verblijven worden afspraken gemaakt over het vervolg nadat zij teruggaan naar de eigenaar. Belangrijk uitgangspunt voor deze afspraken is daarbij dat de dieren niet naar de slacht gaan. De schapen en geiten zijn bijvoorbeeld van een schaapsherder die de mannelijke en vrouwelijke dieren in Nederland inzet voor begrazing.


3. Hoe beoordeelt het college het feit dat het overschot aan varkens van kinderboerderij Westerpark naar Stichting Buitengewoon worden gebracht waar ze in vleespakketten verdwijnen?

Antwoord:
De stichting ‘Buitengewoon varkens’ zijn leverancier van biologisch vlees. Deze stichting hanteert het principe dat de varkens tijdens het leven een soorteigen bestaan wordt geboden op geselecteerde locaties in Nederland. Het betreft hier dus geen overschot van dieren. De varkens zijn eigendom van de stichting. De varkens verblijven slechts tijdelijk op de kinderboerderij en worden verzorgd op kosten van de kinderboerderij.

Het college heeft het dierenwelzijn hoog in het vaandel staan. Dieren overbrengen naar slachtgerichte organisaties past daar feitelijk niet in. Er zal met de kinderboerderijen het gesprek gevoerd worden of dit passend is binnen de overeenkomst die zij met elkaar hebben afgesloten. Kinderboerderij Westerpark heeft inmiddels laten weten niet verder te gaan met het rouleren van varkens van de stichting ‘Buitengewoon Varkens. De twee varkens van het Oudhollandse ras Bonte Bentheimer mogen op kinderboerderij Westerpark blijven. Kinderboerderij de Zimmerhoeve heeft sinds zes jaar een overeenkomst met ‘Buitengewoon varkens’ en geeft hierover actief voorlichting.

4. Vindt het college dat het slachthuis een voorbeeld is van diervriendelijke afzet?

Antwoord:
Nee, feitelijk niet.


5. Is het college bereid, bij de aankomende investeringen in kinderboerderijen vast te leggen dat de boerderijdieren oud mogen worden op de kinderboerderijen en dat zij nooit mogen worden weggedaan voor de slacht?
6. Is het college bereid, bij te dragen aan de eventuele financiële consequenties van deze regeling?

Antwoord vragen 5 en 6:
Nee. Op basis van de door de kinderboerderijen nog op te stellen beleidsplannen dierenwelzijn zal het college zich beraden of daar aanleiding toe is.

Burgemeester en wethouders van Amsterdam
Femke Halsema, burgemeester Wil Rutten, waarnemend secretaris