Schrif­te­lijke vragen inzake de zeer tegen­val­lende cijfers over de herplant van bomen in Amsterdam


Per raadsbrief is de gemeenteraad op 20 maart jl geïnformeerd over de voortgang van het grootschalige programma ‘bomen’.i Met dit programma is de huidige opgave om 4072 bomen te kappen en herplanten omwille van veiligheidsredenen1 én ligt er nog een hopeloze achterstand van 1650 te herplanten bomen. Daar komt nog de verwachting bij dat er jaarlijks 2000-2500 bomen vervangen dienen te worden.

Tot verbijstering van de fractie van de Partij voor de Dieren Amsterdam blijkt uit de cijfers van het college van B&W dat er sinds de start van dit programma in 2019 slechts 215 bomen zijn herplant. Dit aantal steekt nogal treurig af tegen de 5722 totaal aan te planten bomen. Het verklaart de vele lege boomspiegels in de stad waar een boom zou moeten staan.

Het programma loopt tot en met 2023. Ondergetekende heeft een berekening gemaakt aan de hand van het aantal resterende te planten bomen van 5507 en komt tot de conclusie dat er nogal wat werk aan de winkel is. Met ingang van het komende plantseizoen en verspreid over 4 plantseizoenen (winter ’20-voorjaar ’21; winter ’21- voorjaar ’22; winter ’22-voorjaar ’23; winter ’23) betekent dit dat we gemiddeld 1377 bomen moeten aanplanten per plantseizoen. Maar daar komt ook nog het verwachte jaarlijkse te kappen en herplanten aantal bomen bij van 2000-2500. Als we het meest slechte scenario nemen, dan komen er nog 2500 te planten bomen bovenop het aantal van 1377. Dit houdt in dat Amsterdam de komende plantseizoenen een enorm groot aantal bomen moet gaan aanplanten om het gemis aan gekapte bomen te compenseren, namelijk gemiddeld 3877 bomen per plantseizoen tot eind 2023.

Gezien het vorenstaande stelt ondergetekende, namens de fractie van de Partij voor de Dieren, op grond van artikel 45 van het Reglement van orde voor de raad van Amsterdam, de volgende schriftelijke vragen:

1. Zijn alle cijfers in de tabel uit de raadsbrief over herplant in de kolom “gerealiseerd” de definitieve aantallen tot en met het huidige plantseizoen winter ’19-voorjaar ’20 of worden deze aantallen nog hoger?
2. Indien bij 1 wordt aangegeven dat er na versturen van de raadsbrief nog bomen zijn of worden herplant: kan het college dan na afloop van het huidige plantseizoen een definitieve stand van zaken omtrent herplant aan de raad doen toekomen?
3. Onderschrijft het college de berekeningen van ondergetekende waaruit naar voren komt dat er een opgave ligt om per plantseizoen gemiddeld 3877 bomen te moeten herplanten? Zo nee, waarom niet?

Inleiding bij de volgende vragen:

Het college geeft in de brief aan dat er voor het plantseizoen winter ’20-voorjaar ’21 een voorbereiding in volle gang is om een eerste tranche van circa 1500 bomen te planten. Ook wordt aangegeven dat het college verwacht dat de volledige herplant achterstand weggewerkt zal zijn eind 2023, mits er vanaf het tweede kwartaal dit jaar een goed uitgeruste uitvoeringsorganisatie staat.

4. Wat bedoelt het college met ‘eerste tranche’? Komen er meerdere tranches per plantseizoen?
5. Erkent het college dat 1500 bomen herplanten in één plantseizoen onder de maat is gezien de grote opgave waar we voor staan?
6. Kan het college nadere toelichting geven over het nog moeten optuigen van een goed uitgeruste uitvoeringsorganisatie? Wat is de stand van zaken? Op welke manier organiseerde de gemeente tot nog toe de kap en herplant van bomen in gemeentelijk beheer en tegen welke organisatorische problemen is het college aangelopen met dit programma?
7. Wat is de stand van zaken rondom de aankoop van de bomen? Hoe ver vooruit heeft de gemeente ingekocht? Lukt het om zo groot mogelijke bomen aan te kopen? Kan het college inzicht geven in waar de bomen vandaan komen?
8. In hoeverre wordt de eerdere aankondiging tot verbetering van de groeiplaats bij nieuwe aanplant uitgevoerd? In hoeverre wordt er nu bij nieuwe aanplant voorkomen dat bij toekomstige werkzaamheden schade aan wortels zal ontstaan?

Inleiding bij de volgende vragen:
Het college geeft aan dat herplanten van bomen bemoeilijkt wordt door het uitvoeren van bodemonderzoek vanwege de PFAS-problematiek en vanwege de aanwezigheid van de woekerplant de Japanse duizendknoop.

9. In hoeverre spelen deze factoren ook een rol bij het herplanten van bomen in het kader van projecten voor de herinrichting van de openbare ruimte?
10. Wordt er voor het herplanten van bomen bij herinrichtingen van de openbare ruimte ook gebruik gemaakt van dezelfde uitvoeringsorganisatie als voor het programma ‘bomen’? Graag een toelichting.
11. Is er bij het herplanten van bomen bij herinrichtingen van de openbare ruimte ook een vertraging te zien? Kan het college dit nagaan bij de stadsdelen?
12. Indien er bij de herplant na kap voor projecten in de openbare ruimte zich ook problemen voordoen die de herplant vertragen: zou het college dan willen overwegen om terughoudender te zijn in het toekennen van kapvergunningen; om de uitgifte van vergunningen op te schorten of om voorwaarden op te leggen over het verplanten in plaats van het herplanten van bomen? Graag een toelichting.

Het lid van de gemeenteraad,

A.L. Bakker

1 3350 grootschalig vervangingsprogramma + 722 Canadese populieren programma

i https://amsterdam.raadsinforma...