Schrif­te­lijke vragen inzake de verspreiding van plastic in de openbare ruimte


Schriftelijke vragen van het lid J.F.W. van Lammeren (Partij voor de Dieren) inzake de verspreiding van plastic in de openbare ruimte

Aan het college van burgemeester en wethouders

Inleiding
De Partij voor de Dierenfractie heeft opnieuw verschillende signalen ontvangen over plasticverspreiding in de openbare ruimte. Omdat de plastic soep een enorme milieubedreiging is, is de PvdD van mening dat onnodig plastic zo snel mogelijk uitgebannen moet worden. Amsterdam kan hier een voortrekkersrol in nemen.

In het Stedelijk Kader Buitenreclame[1] staat het volgende over guerillamarketing: “Guerrilla-acties zijn snelle, korte, vaak originele en niet eerder getoonde methodes om aandacht voor een product te vragen. Dergelijke acties zijn zonder ontheffing niet toegestaan. Afhankelijk van de mate van overlast zal er tegen worden opgetreden. Eventuele schade zal worden verhaald. Een voorbeeld van ongewenste guerrillamarketing is het plaatsen van zadelhoesjes en flyers op fietsen.”

De Partij voor de Dieren ziet vooral op Twitter regelmatig voorbijkomen dat er zadelhoesjes worden geplaatst op fietsen. Ook ontvingen we een grote stapel geplastificeerde kaartjes die in korte tijd op auto’s in Zuidoost waren geplaatst door autobedrijven.

Gezien het vorenstaande stelt ondergetekende, namens de fractie van de Partij voor de Dieren, op grond van artikel 45 van het Reglement van orde voor de raad van Amsterdam, de volgende schriftelijke vragen:

Gelieve bij ieder antwoord de bron te vermelden. We gaan ervan uit dat beantwoording binnen 4 weken plaatsvindt en wanneer dit niet lukt dit ter kennis wordt gebracht.

  1. Hoe vaak is er sinds 1 januari 2017 een ontheffing verleend voor het plaatsen van zadelhoesjes?
  2. Hoe vaak is er sinds 1 januari 2017 opgetreden tegen het plaatsen van zadelhoesjes zonder ontheffing en wat waren de sancties?
  3. Hoe wordt de mate van overlast bepaald bij guerilla-acties?
  4. Is het college bekend met het plaatsen van geplastificeerde kaartjes op auto’s door autobedrijven?
  5. Valt het plaatsen van plastic kaartjes ook onder de noemer guerillamarketing? Zo ja, is hier ook al tegen opgetreden en hoe vaak?
  6. De gemeente controleert of een fiets ongebruikt is door middel van het plaatsen van een tiewrap om het fietswiel. Deze breekt op het moment dat de fiets rijdt en komt daarbij op straat terecht. Hoe beoordeelt het college het dat het gemeentelijk beleid is om op deze manier plastic tiewraps in de openbare ruimte te verspreiden?
  7. Is het college bereid om hier zo snel mogelijk mee te stoppen?

[1] https://amsterdam.raadsinformatie.nl/document/4491788/1

Antwoorddatum: 11 sep. 2018

1. Hoe vaak is er sinds 1 januari 2017 een ontheffing verleend voor het plaatsen van zadelhoesjes?


Beantwoording:

Nul keer. Het is inmiddels geen nieuw fenomeen meer, en het Stedelijk Kader

Buitenreclame benoemt deze vorm van reclame als voorbeeld van ongewenste

reclame. Iedere aanvraag is en zal worden afgewezen. De zadelhoesjes vormen

een potentiële bron van verontreiniging. Stadsdeel Centrum heeft het zelfs als

prioriteit benoemd in het Handhavings-Uitvoerings-Programma 2018.


2. Hoe vaak is er sinds 1 januari 2017 opgetreden tegen het plaatsen van

zadelhoesjes zonder ontheffing en wat waren de sancties?


Beantwoording:

Er zijn vanaf de genoemde datum zes bedrijven aangeschreven met betrekking tot

het plaatsen van zadelhoesjes. Vijf keer betrof dit een last onder dwangsom en

eenmaal was dit een bestuurlijke waarschuwing. De hoogte van de dwangsom is €

4.000 bij de eerste overtreding, € 6.500 bij de tweede overtreding en € 9.000 bij de

derde overtreding. De dwangsommen hebben vanwege het achterwegen blijven

van nieuwe overtredingen door de betreffende bedrijven niet geleid tot het

verbeuren ervan.


3. Hoe wordt de mate van overlast bepaald bij guerilla-acties?


Beantwoording:

Aanvragen voor een ontheffing buitenreclame, APV 4.11, worden getoetst volgens

de criteria die worden beschreven in de artikelen 3, 4, en 5 in de Beleidsregels

Reclame. Als er iets aan het publiek wordt uitgedeeld is APV 4.12 van toepassing.

Genoemde artikelen 3,4, en 5 beschrijven een aantal vormen van hinder, zoals

overlast, verkeershinder, verontreiniging, en aantasting van het uiterlijk aanzien

van de openbare ruimte.


4. Is het college bekend met het plaatsen van geplastificeerde kaartjes op auto’s door autobedrijven?


Beantwoording:

Dit specifieke geval is niet onder de aandacht van het college gebracht, maar het

plaatsen van kaartjes onder de ruitenwisser is een bekend fenomeen bij bezitters

van met name wat oudere auto’ s.


5. Valt het plaatsen van plastic kaartjes ook onder de noemer guerillamarketing?

Zo ja, is hier ook al tegen opgetreden en hoe vaak?


Beantwoording:

Nee, het is geen nieuwe of originele vorm van adverteren en daarom geen

guerrillamarketing, maar een bekend fenomeen waar nooit toestemming voor

wordt gevraagd en ook niet zou worden verleend.

Vraagsteller benoemt met name stadsdeel Zuidoost. Er is tot nu toe niet tegen

opgetreden. Het stadsdeel heeft laten weten bekend te zijn met de kaartjes, maar

deze zelden als zwerfvuil aan te treffen. Handhaving op deze overtreding is geen

prioriteit in het Handhavings Uitvoeringsprogramma.


Toelichting door vragensteller:

De gemeente controleert of een fiets ongebruikt is door middel van het plaatsen van

een tie-wrap om het fietswiel. Deze breekt op het moment dat de fiets rijdt en komt

daarbij op straat terecht.


6. Hoe beoordeelt het college het dat het gemeentelijk beleid is om op deze manier plastic tiewraps in de openbare ruimte te verspreiden?


Beantwoording:

Bij de inzet van tie-wraps is in eerste instantie naar de effectiviteit gekeken en naar

de noodzaak van het gebruik ervan bij het aantonen van de parkeerduur van

fietsen. Het is in dat opzicht een zeer probaat middel.

Het college erkent dat de tie-wraps een bron van verontreiniging zijn. Er wordt

gezocht naar biologisch afbreekbare tie-wraps, die geen milieuschade

veroorzaken.

Tegelijkertijd onderzoekt het college of de inmiddels ook gehanteerde

krijtstreepmethode in alle gevallen volstaat als bewijs voor de parkeerduur van

fietsen. Daarbij wordt naast een vast onderdeel een krijtstreepje op het loopvlak

van een band gezet en kan later geconstateerd worden of de fiets in de tussentijd

verplaatst is. Mogelijk nadeel is (met name buiten fietsenrekken), dat het wiel ook

bij de geringste beweging op dezelfde locatie iets kan draaien, waardoor de fiets

onterecht als ‘verplaatst en opnieuw geparkeerd’ zou kunnen worden beschouwd.


7. Is het college bereid om hier zo snel mogelijk mee te stoppen?


Beantwoording:

Ja, als een goed biologisch afbreekbare tie-wrap is gevonden of als vaststaat dat

de tie-wrap niet noodzakelijk is en de krijtmethode in alle gevallen volstaat. Dit

laatste wordt nu onderzocht.