Schrif­te­lijke vragen inzake de proef met vijf Exmoor­pony’s in het Schin­kelbos


Indiendatum: 21 sep. 2020

Sinds eind 2019 grazen er in het kader van een proef vijf Exmoorpony’s in hetSchinkelbos1. In het Bosplan is te lezen dat de introductie van de Exmoorpony’s, naast de Schotse Hooglanders die hier al liepen, bijdraagt aan het vergroten van de biodiversiteit. Er blijkt op de website en in het Bosplan echter geen sprake van een duidelijke doelstelling met betrekking tot de aanwezigheid van soorten, die bevorderd of behouden moeten worden en hoe de begrazing door pony’s hierop aansluit.

Met de komst van de vijf Exmoorpony’s wordt de begrazingsdruk opgevoerd. De Partij voor de Dieren-fractie heeft ter vergelijking onderzocht hoe hoog de begrazingsdruk is in andere natuurgebieden in Nederland met een mix van gras en poelen of moeras waar ook runderen en Exmoorpony’s als grazers worden ingezet. Uit deze vergelijking lijkt het Schinkelbos een veel hogere begrazingsdruk te hebben2.

Dit roept vragen op over de effecten van meer begrazing op de biodiversiteit. Volgens BuWa (de organisatie die in 2000, 2002, 2006 en 2010 de monitoring van flora en fauna in het Schinkelbos heeft uitgevoerd in opdracht van de Dienst Amsterdam Beheer/RVE Amsterdamse Bos) is de rijkdom aan libellen en dagvlindersoorten van grote waarde voor het Schinkelbos3. Met betrekking tot de vlindersoorten zou de inzet van zowel runderen als Exmoorpony’s een probleem kunnen vormen, omdat intensieve begrazing een negatief effect heeft op bloemen. Voor de vroege glazenmaker-libel zijn gevarieerde, hoge rietzones van belang: die moeten dus niet te veel weg gegraasd worden. Daarnaast is een te sterke begrazingsdruk ook nadelig voor de aanwezige diersoorten die gebaat zijn bij een dichte oeverbegroeiing en ruigere veldjes. Het vergt dus nauwgezette monitoring en visie om tot een type en intensiteit van begrazing te komen waarbij de biodiversiteit (het aantal soorten en de structuur van het terrein) minstens op peil blijft.

Gezien het vorenstaande stelt ondergetekende, namens de fractie van de Partij voor de Dieren, op grond van artikel 45 van het Reglement van orde voor de raad van Amsterdam, de volgende schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders:

1. Wat is de aanleiding, doelstelling en de opzet van de proef met Exmoorpony’s, zoals het Bosplan op pagina 59 meldt?

2. Wat is het langetermijnplan voor het Schinkelbos voor de ontwikkeling van de soortenrijkdom en de verbindingsfunctie met omliggende natuurgebieden?
3. Wat is concreet de toegevoegde waarde van de introductie van Exmoorpony’s in het Schinkelbos op de soortenrijkdom ervan?
4. Zijn er criteria op grond waarvan het aantal in te zetten Exmoorpony’s is bepaald? Zo nee, waarom niet en hoe is dan tot het aantal van vijf tot stand gekomen? Zo ja, welke zijn dat geweest en hoe wordt beoordeeld in het ontwikkelende Schinkelbos of het aantal nog steeds aan deze criteria voldoet?
5. Waarom is de begrazingsdruk met de introductie van pony’s nu relatief hoog in vergelijking met andere natuurgebieden met een mix van gras en poelen of moeras en een mix van runderen en Exmoorpony’s?
6. Wordt onderschreven dat de libellen- en vlinderrijkdom één van de grote waardes is van het Schinkelbos? Zo nee, welke soortengroep is dan specifiek van waarde voor het Schinkelbos? Zo ja, welke soorten worden gemonitord en welke soorten fungeren als parameter om het effect van de begrazing op hun ontwikkeling te bepalen?
7. Hoe wordt een eventuele negatieve trend voorkomen op het aantal dagvlindersoorten (17 in 2010), en het bruin blauwtje en de vroege glazenmaker (libel), die als rodelijstsoorten in 2010 in het Schinkelbos voorkwamen?
8. Wat is het effect van het betreden van de oever en het weg-eten van riet en gras door paarden en runderen op de aantrekkelijkheid van het Schinkelbos voor diersoorten die profiteren van een dichte oeverbegroeiing of veldjes met een zekere mate van verruiging? Wordt dit gemonitord? Hoe wordt de begrazing beheerst om een te hoge begrazingsdruk van het gebied voor deze soorten te voorkomen?

Inleiding voor vragen over het toezicht op welzijn en de zorg voor de Exmoorpony’s

Het is niet duidelijk hoe de pony’s in het Schinkelbos worden verzorgd of hoe er op hun welzijn wordt toegezien. In andere natuurgebieden met Exmoorpony’s in Nederland geldt dat er (in verschillende vormen) toezicht is op de dieren en er bij voedselschaarste wordt bijgevoerd. De dieren zijn gechipt en in een beperkt gebied door de mens ingebracht, dus het zijn gehouden dieren. Daarnaast is niet duidelijk hoe de groep van vijf pony’s is samengesteld (alleen merries of ruinen, merries met een ruin/met ruinen, of merries met een hengst) en of het de bedoeling is om de dieren te laten voortplanten. Het lot van eventuele veulens is daardoor ook niet bekend.

Wanneer paarden en runderen door bezoekers geaaid of gevoerd worden, kunnen deze opdringerig worden en ongewenst gedrag gaan vertonen naar recreanten4.

Daarnaast kan een hengst de neiging hebben om merries te beschermen of bereden paarden lastig te vallen. Het is niet duidelijk hoe voorkomen wordt dat de Exmoorpony’s in het Schinkelbos worden gevoerd door bezoekers, of wat er gebeurt als een pony opdringerig wordt.

9. Vindt er toezicht plaats op het welzijn van de Exmoorpony’s? Zo ja, door wie en welke deskundigheid en middelen hebben deze personen om het welzijn goed te beoordelen?
10. Hoe is de groep samengesteld (zijn er ruinen of merries of een combinatie) en waar is deze keuze op gebaseerd?
11. Zal de groep pony’s in het Schinkelbos zich gaan voortplanten? Indien ja:
a. Waarom?
b. Hoe wordt met de aanwezigheid van een hengst de veiligheid van paarden en bezoekers gegarandeerd?
c. Welke overwegingen gelden er om al dan niet een andere bestemming van de veulens te bepalen?
12. Wordt er toegestaan dat bezoekers voedsel achterlaten voor pony’s of ze benaderen met voedsel? Zo ja: hoe wordt voorkomen dat de paarden opdringerig worden? Zo nee, hoe wordt voorkomen dat bezoekers dit toch doen?
13. Hoe wordt er gehandeld indien een pony zich richt op mensen en welke criteria worden er gehanteerd om dit vast te stellen?
14. Wat is het lot van een pony wanneer deze gericht blijft op mensen? Is er de mogelijkheid om die dieren bij particuliere paardenhouders onder te brengen? Zo ja, welke criteria zijn er voor de keuze van een alternatieve houder? Zo nee waarom niet?

1. Onderweg naar 100 jaar Amsterdamse bos. Bosplan 2020-2023. Inspraakversie. Gemeente Amsterdam.
2. De vergeleken natuurgebieden en de berekening kunnen bij de fractie worden opgevraagd
3. https://www.buwa.nl/monitor-fl...
4. https://www.ark.eu/nieuws/2016...