Schrif­te­lijke vragen inzake de plannen voor een nieuw proef­dier­centrum van de VU


Schriftelijke vragen van het lid A.L. Bakker (Partij voor de Dieren) inzake de plannen voor een nieuw proefdiercentrum van de VU

Aan het college van burgemeester en wethouders

Inleiding

Onlangs bereikte de Partij voor de Dieren-fractie het nieuws dat de Vrije Universiteit (VU) plannen heeft voor het realiseren van een nieuw, groot proefdiercentrum in Amsterdam op het terrein van de voormalige schooltuintjes tegenover het O2-gebouw. Een extra investering van ruim tien miljoen euro is daarvoor nodig. Dit centrum zou in 2022 gereed zijn en het aantal dierproeven zal stijgen doordat er meer onderzoekers komen te werken.[1]

Gisteravond kwam een verklaring van Animal Rights naar buiten waarin zij aangeven juridische acties te overwegen.[2] Volgens de stichting wordt met bouw van een nieuw en duur proefdiercentrum onnodig het gebruik proefdieren verlengd. Zij stellen dat het geld beter besteed zou zijn aan de ontwikkeling van dierproefvrijonderzoek. Na deze verklaring brengt de VU via een ander medium naar buiten dat het oppervlakte van het nieuwe proefdiercentrum kleiner wordt en dat er ook minder proefdieren gebruikt zullen worden voor onderzoek.[3]

Eind 2016 werd het rapport ‘Transitie naar proefdiervrij onderzoek’ gepresenteerd, dat in opdracht van de toenmalige staatssecretaris van Economische Zaken, de heer Van Dam, was opgesteld door het Nationaal Comité advies dierproevenbeleid (NCad). Dit onderzoek gaf een roadmap voor het stapsgewijs vervangen van dierproeven door innovatief onderzoek zonder dieren. Naar aanleiding van dit rapport stelde de staatssecretaris als doel dat Nederland in 2025 wereldwijd koploper moet zijn met innovatieve onderzoeksmethoden zonder dierproeven.[4]

Gezien het vorenstaande stelt ondergetekende, namens de fractie van de Partij voor de Dieren, op grond van artikel 45 van het Reglement van orde voor de raad van Amsterdam, de volgende schriftelijke vragen:

1. Hoe beoordeelt het college de plannen van de VU voor de bouw van een nieuw proefdiercentrum dat in 2022 gereed is, in het licht van het rapport van het NCad en de nationale doelstelling om in te zetten op de ontwikkeling van alternatieve testmethoden om in 2025 wereldwijd koploper te zijn van dierproefvrij onderzoek?
2. Wat zijn op dit moment precies de plannen van de VU ten aanzien van de bouw van het nieuwe proefdiercentrum en de verhuizingen die hierbij gemoeid gaan?
3. Met het oog op de verschillende berichtgevingen, kan het college precies aangeven wat de toekomstplannen zijn van de VU op het gebied van het aantal dierproeven en het aantal proefdieren en wat de ambities van de VU zijn ten aanzien van proefdiervrije ontwikkelingen en toepassingen?
4. Kan het college aangeven waarom de VU noodzaak ziet in het realiseren van een nieuw proefdiercentrum? Hoe ziet de VU deze plannen in het licht van de nationale doelstelling rondom de ontwikkeling van dierproefvrij onderzoek?
5. Verstrekt de gemeente Amsterdam financiële middelen aan de VU waarmee zij de bouw van het nieuwe dierproefcentrum willen realiseren? Zo ja, zijn er voorwaarden gesteld aan subsidies aan de VU ten aanzien van dierproeven en inzet op het gebruik en ontwikkeling van dierproefvrije onderzoeksmethoden?
6. Zijn er in het algemeen bij de verstrekking van financiële middelen door de gemeente Amsterdam aan onderwijs- en onderzoeksinstellingen voorwaarden gesteld ten aanzien van dierproeven en de inzet op gebruik en ontwikkeling van dierproefvrije onderzoeksmethoden? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet en is het college bereid om dit alsnog te doen?

Gelieve bij ieder antwoord de bron te vermelden. We gaan ervan uit dat beantwoording binnen 4 weken plaatsvindt en wanneer dit niet lukt dit ter kennis wordt gebracht.

Het lid van de gemeenteraad,

A.L. Bakker (Partij voor de Dieren)

[1] https://www.advalvas.vu.nl/nieuws/vu-wil-nieuw-groter-proefdiercentrum

[2] http://www.at5.nl/artikelen/180735/animal-rights-niet-blij-met-plannen-nieuw-proefdiercentrum-vu-we-overwegen-juridische-acties

[3] https://www.parool.nl/amsterdam/vu-krijgt-nieuw-maar-kleiner-proefdiercentrum-op-boelelaan~a4592156/

[4] https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/dierproeven/nieuws/2016/12/15/van-dam-in-2025-meeste-dierproeven-vervangen-door-innovatief-onderzoek

Antwoorddatum: 17 jul. 2018

1. Hoe beoordeelt het college de plannen van de VU voor de bouw van een
nieuw proefdiercentrum dat in 2022 gereed is, in het licht van het rapport
van het NCad en de nationale doelstelling om in te zetten op de ontwikkeling
van alternatieve testmethoden om in 2025 wereldwijd koploper te zijn van
dierproefvrij onderzoek?

Antwoord:
1 juni 2018 stuurde de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit de
brief ‘Transitie Proefdiervrije Innovatie’ naar de Tweede Kamer5. In de brief geeft
de minister aan dat de inzet van het kabinet is dat Nederland voorloper wordt in
de internationale transitie naar proefdiervrije innovatie. Het college is blij met deze
inzet, ook naar de mening van het college moet het aantal dierproeven zo snel als
dit vanuit wetenschappelijk oogpunt mogelijk is worden afgebouwd naar nul. Het
college deelt de mening van het kabinet dat er hierbij steeds een zorgvuldige
afweging moet plaatsvinden van de risico’s die hierbij mogelijk kunnen ontstaan
voor het onderzoek naar levensbedreigende ziekten en infectieziekten
bestrijding6. In het artikel in Ad Valvas (d.d. 26 maart 2018) worden de
argumenten voor het bouwen van het nieuw proefdiercentrum door het college
van bestuur van de VU weergegeven. Het wegen van deze argumenten en deze
- zoals de Partij voor de Dieren vraagt – beoordelen in het licht van het rapport
van de NCad, is voor het college lastig. Het dossier dierproeven bevat vele
ethische vragen en afwegingen. Binnen de gemeente Amsterdam is er geen
ambtelijke expertise op dit dossier. Dit mede omdat het beleid en de regelgeving
rond dierproeven geen gemeentelijke taak is, maar is belegd bij de rijksoverheid
(onder andere in de Wet op de dierproeven en het Dierproevenbesluit).

2. Wat zijn op dit moment precies de plannen van de VU ten aanzien van
de bouw van het nieuwe proefdiercentrum en de verhuizingen die hierbij
gemoeid gaan?

Antwoord:
In de artikelen uit Ad Valvas (d.d. 26 maart 2018) en het Parool (d.d. 12 april
2018) wordt ingegaan op de plannen van de VU ten aanzien van de bouw van het
nieuwe proefdiercentrum en de verhuizingen die hieruit volgen.

3. Met het oog op de verschillende berichtgevingen, kan het college precies
aangeven wat de toekomstplannen zijn van de VU op het gebied van het
aantal dierproeven en het aantal proefdieren en wat de ambities van de VU
zijn ten aanzien van proefdiervrije ontwikkelingen en toepassingen?

Antwoord:
De precieze toekomstplannen van de VU op deze onderwerpen zijn het college
niet bekend.

4. Kan het college aangeven waarom de VU noodzaak ziet in het realiseren van
een nieuw proefdiercentrum? Hoe ziet de VU deze plannen in het licht van
de nationale doelstelling rondom de ontwikkeling van dierproefvrij
onderzoek?

Antwoord:
Zie de antwoorden op de vragen 2 en 3.

5. Verstrekt de gemeente Amsterdam financiële middelen aan de VU waarmee
zij de bouw van het nieuwe dierproefcentrum willen realiseren? Zo ja, zijn er
voorwaarden gesteld aan subsidies aan de VU ten aanzien van dierproeven
en inzet op het gebruik en ontwikkeling van dierproefvrije
onderzoeksmethoden?

Antwoord:
De gemeente Amsterdam verstrekt geen subsidie aan de VU voor de bouw van
het nieuwe proefdiercentrum.

6. Zijn er in het algemeen bij de verstrekking van financiële middelen door
de gemeente Amsterdam aan onderwijs- en onderzoeksinstellingen
voorwaarden gesteld ten aanzien van dierproeven en de inzet op gebruik en
ontwikkeling van dierproefvrije onderzoeksmethoden? Zo ja, welke?
Zo nee, waarom niet en is het college bereid om dit alsnog te doen?

Antwoord:
De gemeente Amsterdam verstrekt geen subsidie aan de VU voor de bouw van
het nieuwe proefdiercentrum. Het college van burgemeester en wethouders is niet
voornemens bij de verstrekking van financiële middelen voorwaarden te gaan
stellen ten aanzien van dierproeven omdat het beleid ten aanzien van
dierproeven geen gemeentelijke taak is, maar is belegd bij de rijksoverheid (onder
andere in de Wet op de dierproeven en het Dierproevenbesluit). Binnen de
gemeente is er ook geen expertise om een inhoudelijk oordeel te geven over
noodzaak en afwegingen rondom het beleid ten aanzien van dierproeven.
Burgemeester en wethouders van Amsterdam

Femke Halsema, burgemeester Wil Rutten, waarnemend secretaris