Schrif­te­lijke vragen inzake de ontwik­ke­lingen bij het Afval Energie Bedrijf


Schriftelijke vragen van de leden Guldemond, Roosma, Boutkan, Poot en A.L. Bakker inzake de ontwikkelingen bij het Afval Energie Bedrijf

Aan het college van burgemeester en wethouders

Toelichting door vragenstellers:
In een brief van 6 december 2018 heeft het college de raad bericht over twee
ontwikkelingen bij het Afval Energie Bedrijf (AEB), die financiële en beleidsmatige
impact hebben en waar de raad nog niet eerder over is geïnformeerd:
- De (na)scheidingsinstallatie die in 2017 is gerealiseerd, heeft in heel 2018 nog
niet de verwachtte output gerealiseerd;
- Bij de Afval Energie Centrale (AEC) is sprake van achterstallig onderhoud die
groter is dan eerder verwacht en bleek de revisie van Turbine 20 aanzienlijk
duurder dan verwacht. In de nabije toekomst van vergelijkbare problematiek
ontstaan;
In de vorige collegeperiode is veelvuldig over het AEB gesproken. Enerzijds omdat
ontwikkelingen op de afvalmarkt de businesscase onder druk zetten, anderzijds
omdat AEB moeite had de projecten te ontwikkelen die nodig zijn om de transitie naar
een duurzaam grondstoffenbedrijf te maken. Hierdoor is met enige vertraging gestart
met de bouw van de (na)scheidingsinstallatie. Tegen deze achtergrond roept de brief
van 6 december 2018 de onderstaande vragen op. Indieners verzoeken het college
zich in te spannen de vragen te beantwoorden voor de behandeling van
bovengenoemde brief in de raadscommissie Financiën en Economische Zaken van
17 januari 2019.

Gezien het vorenstaande stellen ondergetekenden, respectievelijk namens de
fracties van D66, GroenLinks, PvdA, VVD en Partij voor de Dieren, op grond van
artikel 45 van het Reglement van orde voor de raad van Amsterdam, de volgende
schriftelijke vragen:

Ten aanzien van de (na)scheidingsinstallatie:
1. Met welke problemen heeft de (na)scheidingsinstallatie te maken? Werkt de
installatie niet naar behoren of blijven de resultaten achter bij de verwachting?
2. Welke orde van grootte zijn de financiële tegenvallers van de
(na)scheidingsinstallatie?
3. En wat zijn de meerjarige financiële prognoses van deze tegenvallers?
4. Waarom is de gemeente – als aandeelhouder – pas nu geïnformeerd over de
tegenvallende resultaten van de (na)scheidingsinstallatie? Als de installatie het
gehele jaar nog niet naar behoren heeft gedraaid, waren de tegenvallers toch
eerder te voorzien?
5. Had de gemeente – als aandeelhouder – geïnformeerd kunnen of moeten worden
voorafgaand aan de besluitvorming over de investering in de biomassacentrale?

Ten aanzien van de AEC:
6. Welke orde van grootte zijn de “grote financiële consequenties” waar AEB
tegenaan is gelopen bij de revisie van Turbine 20 en die zich vaker kunnen
voordoen? Hoe verhouden die zich tot de resterende boekwaarde van de AEC?
7. Is bekend waardoor de onderhoudshistorie zo slecht is gedocumenteerd? Was
deze tegenvaller c.q. waren de mogelijke toekomstige tegenvallers beter in beeld
geweest als de onderhoudshistorie beter gedocumenteerd zou zijn? Zo ja, wat
was dan de impact geweest op meerjarige raming van kosten en het
bedrijfsresultaat?
8. Moet er, nu wel bekend is dat er een (financieel) onderhoudsrisico is, een
herijking van de businesscase plaatsvinden?
Aanvullend, los van de brief van 6 december 2018:
9. Wat zijn de financiële consequenties van de Brexit voor het AEB (aangezien de
verbrandingsovens voor een belangrijk deel draaien op ingevoerd Engels afval),
zowel in het scenario dat de Brexit plaatsvindt op basis van de huidige
voorliggende deal, als in het ‘no deal’ scenario?
10. Wat betekenen die consequenties voor het (verwachte) rendement van de
verbrandingsovens en daarmee het bedrijfsresultaat van AEB?
11. Het is begrijpelijk dat er investeringen gedaan moeten worden voor het versterken
van de organisatie. Het is echter zorgelijk dat deze slag gelijk loopt met het
plotselinge vertrek van de CEO, de heer Van der Werff. Binnen welke termijn is
de professionalisering afgerond en welke risico’s zijn hierin nog meer bekend?

De leden van de gemeenteraad,

P.V. Guldemond
F. Roosma
D.F. Boutkan
M.C.G Poot
A.L. Bakker

Antwoorddatum: 10 mei 2019

Ten aanzien van de (na)scheidingsinstallatie:

1. Met welke problemen heeft de (na)scheidingsinstallatie te maken? Werkt de installatie niet naar behoren of blijven de resultaten achter bij de verwachting?

Antwoord:

In de brief van 6 december 2018 aan de commissie MLD heeft het college aangegeven waarom de scheidingsinstallatie nog niet op specificatie draait en waardoor de resultaten achterblijven bij de verwachting. “Hiervoor is niet één oorzaak aan te wijzen; zowel aan de voorkant van de keten (kwaliteit van het ingezamelde materiaal), de installatie zelf, als aan de achterkant van de keten (de afzet van gerecycled materiaal) doen zich problemen voor. AEB is actief bezig om de scheidingsinstallatie beter te laten presteren. Door een arbitragezaak die momenteel loopt over de vraag of de scheidingsinstallatie al dan niet volgens specificaties is opgeleverd, heeft AEB op dit moment onvoldoende bewegingsvrijheid om alle noodzakelijke aanpassingen door te voeren. In Q1/Q2 2019 wordt een uitspraak in de arbitragezaak verwacht. Inzet is dat het AEB de regie over de installatie krijgt. Daarna kan AEB een prognose geven over hoe lang het gaat duren voordat de scheidingsinstallatie presteert volgens de gemaakte afspraken. Ter voorbereiding op de arbitragezaak heeft een onafhankelijk bureau HTP onderzoek gedaan naar het huidige presteren van de scheidingsinstallatie. Uit dit onderzoek blijkt dat technisch ingrijpende aanpassingen aan de installatie nodig zijn om de SI volgens de specificaties te laten functioneren.”

De Raad van arbitrage doet naar verwachting uitspraak in het tweede kwartaal van 2019. Zoals aangegeven, heeft AEB door deze arbitragezaak momenteel zeer beperkt de mogelijkheid om technische verbeteringen aan de installatie door te voeren. Aanpassingen op dit moment zouden de juridische positie in de arbitragezaak kunnen schaden. Door het vertrouwelijke karakter van de arbitragezaak kan AEB geen verdere mededelingen doen over de problemen met de scheidingsinstallatie.

Vanwege de beperkte mate van regie over de installatie in de afgelopen maanden heeft AEB de focus gelegd op verbetering van de beschikbaarheid van de installatie. Verder is AEB in gesprek met partijen over de kwaliteit van het ingezamelde materiaal. Daarnaast werkt AEB hard aan mogelijkheden om de afzet van grondstoffen te verbeteren.

2. Welke orde van grootte zijn de financiële tegenvallers van de (na)scheidingsinstallatie?

Antwoord:

AEB beschouwt deze informatie als bedrijfsvertrouwelijk. AEB is van harte bereid deze informatie met u te delen tijdens een besloten sessie.

3. En wat zijn de meerjarige financiële prognoses van deze tegenvallers?

Antwoord:

AEB beschouwt deze informatie als bedrijfsvertrouwelijk. AEB is van harte bereid deze informatie met u te delen tijdens een besloten sessie.

4. Waarom is de gemeente – als aandeelhouder – pas nu geïnformeerd over de tegenvallende resultaten van de (na)scheidingsinstallatie? Als de installatie het gehele jaar nog niet naar behoren heeft gedraaid, waren de tegenvallers toch eerder te voorzien?

Antwoord:

De gemeente wordt op gezette tijden op de hoogte gebracht van ontwikkelingen bij AEB, zoals het presteren van de scheidingsinstallatie. AEB heeft de scheidingsinstallatie eind 2017 in gebruik genomen. In de eerste helft van 2018 is door AEB gemeld dat er opstartproblemen met de scheidingsinstallatie waren, maar dat de verwachting van AEB was dat deze tijdelijk van aard waren. Op basis van de toen beschikbare informatie kon ook nog geen duidelijkheid worden verschaft over de eventuele financiële impact hiervan op het resultaat. In aanloop naar de aandeelhoudersvergadering van december jl. kwam deze duidelijkheid er wel en is door AEB gemeld dat de financiële resultaten over 2018 tegen zouden vallen. Hiervoor werden meerdere redenen genoemd, waaronder de tegenvallende prestaties van de scheidingsinstallatie. Toen is ook voor de gemeente duidelijk geworden dat de tegenvallende prestaties van de scheidingsinstallatie langer zouden aanhouden. De gemeente is hierover in gesprek gegaan met de directie en raad van commissarissen en u bent u hierover geïnformeerd in de door u aangehaalde brief van 6 december 2018.

5. Had de gemeente – als aandeelhouder – geïnformeerd kunnen of moeten worden voorafgaand aan de besluitvorming over de investering in de biomassacentrale?

Antwoord:

De besluitvorming over de investering in de biomassacentrale en het functioneren van de scheidingsinstallatie zijn twee gescheiden trajecten.

Ten aanzien van de AEC:

6. Welke orde van grootte zijn de “grote financiële consequenties” waar AEB tegenaan is gelopen bij de revisie van Turbine 20 en die zich vaker kunnen voordoen? Hoe verhouden die zich tot de resterende boekwaarde van de AEC?

Antwoord:

AEB beschouwt deze informatie als bedrijfsvertrouwelijk. AEB is van harte bereid deze informatie met u te delen tijdens een besloten sessie.

7. Is bekend waardoor de onderhoudshistorie zo slecht is gedocumenteerd?Was deze tegenvaller c.q. waren de mogelijke toekomstige tegenvallers beter in beeld geweest als de onderhoudshistorie beter gedocumenteerd zou zijn? Zo ja, wat was dan de impact geweest op meerjarige raming van kosten en het bedrijfsresultaat?

Antwoord:

Er zijn meerdere oorzaken die geleid hebben tot de tegenvallende staat van onderhoud van sommige onderdelen van de installaties en de daarbij behorende staat van de relevante documentatie. In het verleden heeft het AEB er meerdere malen voor gekozen om revisies uit te stellen. Dit uitstellen heeft bij AEB geleid tot een cultuur van correctief onderhoud. Daarbij zijn sleutelposities in de technische organisatie, soms kortstondig, met externe inhuur bezet geweest. Dat heeft niet bijgedragen aan het borgen van kennis en ervaring. Dit, terwijl het goed vastleggen van onderhoudshistorie een essentieel onderdeel is van een goede onderhoudshygiëne. Het laat zich slecht voorspellen of, en zeker wanneer, een defect aan een technische installatie zich in de toekomst zal voordoen. Een goede onderhoudshygiëne, waaronder het documenteren van de onderhoudshistorie, is van groot belang voor het voorkomen en minimaliseren van toekomstige tegenvallers. AEB werkt daarom aan een overgang van correctief naar preventief onderhoud. Dit moet leiden tot beter geplande stops en een betere inschatting van onderhoudskosten en de tijd dat de installaties stil liggen vanwege het onderhoud.

Informatie over de (impact op de) meerjarige raming van kosten en het bedrijfsresultaat beschouwt AEB als bedrijfsvertrouwelijk. AEB is van harte bereid deze informatie met u te delen tijdens een besloten sessie.

8. Moet er, nu wel bekend is dat er een (financieel) onderhoudsrisico is, een herijking van de businesscase plaatsvinden?

Antwoord:

De gemeente maakt soms gebruik van business cases om een goede (financiële) afweging te kunnen maken om wel of niet te starten met een project, of daarin te investeren. De Afval Energie Centrale is inmiddels meer dan 25 jaar oud. Een herijking van een business case is hier niet aan de orde. Aanvullend, los van de brief van 6 december 2018:

9. Wat zijn de financiële consequenties van de Brexit voor het AEB (aangezien de verbrandingsovens voor een belangrijk deel draaien op ingevoerd Engels afval), zowel in het scenario dat de Brexit plaatsvindt op basis van de huidige voorliggende deal, als in het ‘no deal’ scenario?

Antwoord:

AEB heeft onderzoek gedaan naar de mogelijke risico’s van een eventuele Brexit. Het grootste potentiële risico betreft het deel van het verwerkte afval dat uit het Verenigd Koninkrijk komt. De kans is klein dat een Brexit zal leiden tot een verminderde toevoer van afval uit het Verenigd Koninkrijk. Daarbij zijn er voldoende alternatieven (op het vaste land) voorhanden om een verminderde toevoer van afval aan te vullen. Verder is het mogelijke valutarisico (daling Britse pond) ondervangen

10. Wat betekenen die consequenties voor het (verwachte) rendement van de verbrandingsovens en daarmee het bedrijfsresultaat van AEB?

Antwoord:

De risico’s van een eventuele Brexit voor AEB zijn klein. Informatie over het (verwachte) rendement van installaties en het bedrijfsresultaat beschouwt AEB als bedrijfsvertrouwelijk. AEB is van harte bereid deze informatie met u te delen tijdens een besloten sessie.

11. Het is begrijpelijk dat er investeringen gedaan moeten worden voor het versterken van de organisatie. Het is echter zorgelijk dat deze slag gelijk loopt met het plotselinge vertrek van de Chief Executive Officer (CEO), de heer Van der Werff. Binnen welke termijn is de professionalisering afgerond en welke risico’s zijn hierin nog meer bekend?

Antwoord:

AEB focust zich bij het versterken van de organisatie op het verbeteren van de betrouwbaarheid van de organisatie. Zo wordt de overgang van correctief naar preventief onderhoud onder andere gemaakt door de lat in de technische organisatie hoger te leggen. Daartoe worden functieprofielen opgesteld of gewijzigd en wordt geïnvesteerd in het ontwikkeling van competenties van medewerkers. Voorts zullen externen worden vervangen door eigen mensen om kennis en ervaring te borgen.

De investeringen in human resources worden bemoeilijkt door krapte op de arbeidsmarkt, zeker voor technisch personeel. Voorzien wordt dat de professionalisering nog enkele jaren in beslag kan nemen.