Schrif­te­lijke vragen inzake de lucht­kwa­liteit bij piek­be­lasting beroeps­bin­nen­vaart


Indiendatum: dec. 2016

Schriftelijke vragen van het lid J.F.W. van Lammeren (Partij voor de Dieren) inzake de luchtkwaliteit bij piekbelasting beroepsbinnenvaart

Aan het college van burgemeester en wethouders

Inleiding

Amsterdam is een stad vol vaarwegen, waarvan sommigen intensief worden gebruikt door de beroepsbinnenvaart. Omwonenden nabij bruggen waar soms een paar van deze schepen wachten en gelijktijdig optrekken, zoals bij de Kattensloot in West, maken zich zorgen om de luchtkwaliteit omdat er grote roetwolken zichtbaar zijn. In de actieplannen van de gemeente Amsterdam voor een schone lucht lijkt geen aandacht te zijn voor de beroepsbinnenvaart.

Gezien het vorenstaande stelt ondergetekende, namens de fractie van de Partij voor de Dieren, op grond van artikel 45 van het Reglement van orde voor de raad van Amsterdam, de volgende schriftelijke vragen:

1. Worden er metingen verricht nabij plekken waar relatief veel binnenvaartschepen optrekken, zoals bruggen en sluizen?

2. Zo ja, waar wordt gemeten en wat zijn de resultaten? Zo nee, waarom niet?

3. Is het college bereid in kaart te brengen hoe het gesteld is met de luchtkwaliteit nabij plekken waar binnenvaartschepen moeten optrekken, en wat de concentraties fijnstof en roet zijn op momenten van piekbelasting?

Het lid van de gemeenteraad,

J.F.W. van Lammeren

Indiendatum: dec. 2016
Antwoorddatum: 2 okt. 2017

1. Worden er metingen verricht nabij plekken waar relatief veel binnenvaartschepen optrekken, zoals bruggen en sluizen?
2. Zo ja, waar wordt gemeten en wat zijn de resultaten? Zo nee, waarom niet?

Er worden metingen gedaan langs de vaarwegen, maar niet specifiek gericht op bruggen en sluizen. De GGD beheert twee automatische meetstations die direct
langs het Noordzeekanaal zijn gelegen. Overigens zijn die meetstations niet primair ingericht vanwege emissies van de scheepvaart, maar vooral vanwege de bedrijfsactiviteiten in het Westelijk Havengebied. Op meetstation Hemkade, gefinancierd door het Havenbedrijf Amsterdam, wordt de concentratie stikstofoxiden (NO en NO2), fijn stof (PM10), vluchtige koolwaterstoffen (benzeen, tolueen, xyleen) en zwaveldioxide (SO2) in de lucht gemeten. Op meetstation
Hoogtij, gefinancierd door de provincie Noord-Holland en de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied, worden dezelfde componenten gemeten, daarnaast wordt fijn stof in twee deeltjesfracties gemeten (PM10 en PM2.5). Meetstation Hoogtij ligt in Westzaan (gemeente Zaanstad), meetstaton Hemkade ligt precies op de gemeentegrens Zaanstad/Amsterdam. Daarnaast wordt op 3 locaties op Javaeiland langs de kade de jaargemiddelde NO2 concentratie gemeten met behulp van Palmesbuisjes. Op alle meetpunten wordt ruim aan de wettelijke grenswaarden voldaan. Ter illustratie: de jaargemiddelde PM10 concentratie op
station Hemkade en Hoogtij was in 2015 (meest recente gepubliceerde cijfers) respectievelijk 20,4 microgram/m3 en 17,4 microgram/m3, de NO2 concentraties
respectievelijk 29,8 en 24,5 microgram/m3. Op Java-eiland werd een jaargemiddelde NO2 concentratie gemeten die varieerde van 29,5 tot 32,7 microgram/m3. De wettelijke grenswaarde is 40 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2.


Er wordt niet gemeten nabij bruggen of sluizen omdat de gemeten concentraties langs de grote vaarwegen, waar de intensiteit van de scheepvaart hoog is en
tevens invloed van bedrijfsactiviteiten wordt gemeten, relatief laag zijn. Het is niet waarschijnlijk dat de grenswaarden nabij bruggen en sluizen worden overschreden op plekken waar minder binnenvaartschepen varen (zoals bij de Kattensloot in West),ondanks de extra uitstoot die het gevolg is van optrekken van de schepen. Door DHV Royal Haskoning zijn berekeningen uitgevoerd van de invloed van 7 extra aan- en afmerende grote binnenvaartschepen per dag op de NO2, PM10 en PM2.5 concentraties op de Surinamekade, in verband met de plannen voor meer en grotere aanlegsteigers aldaar. Die bijdrage was beperkt
(<0,1 microgram/m3 voor PM10 en tussen de 0,1 en 0,6 microgram/m3 voor NO2). Overigens probeert de gemeente Amsterdam op diverse manieren de uitstoot van de scheepvaart te beperken. Commerciële Vaartuigen tot 14 meter, moeten in 2020 uitstootvrij zijn. Rondvaartboten > 14 meter moeten in 2025 uitstootvrij zijn. Voor pleziervaartuigen geldt een verbod op tweetakt en wordt elektrisch varen gestimuleerd met een milieutarief op het binnenhavengeld. Tevens werkt het college aan gerichte verkeersmaatregelen op het water zoals een snelheidsverlaging naar 6 km/uur. Het beperken van de uitstoot van de
binnenvaart is voor de gemeente Amsterdam minder eenvoudig omdat het rijk en de provincie mede-verantwoordelijk zijn voor de grote vaarwegen. Amsterdam zet zich daarom met verschillende partners in voor strengere nationale,Europese en mondiale regelgeving op het gebied van scheepvaart. Ook heeft Amsterdam walstroom verplicht gesteld voor aanmerende binnenvaartschepen.

Havenbedrijf Amsterdam is op Europees niveau actief m.b.t. schonere binnenvaart (schonere brandstoffen, etc) door mee te doen aan de Green Award voor binnenvaart. Schonere schepen krijgen daarbij korting op het havengeld. Tevens steunt Havenbedrijf Amsterdam het clean shipping programma (CLINSH) van de provincie Zuid-Holland voor diverse initiatieven m.b.t. het stimuleren van schonere binnenvaartschepen. Dit programma wordt gesubsidieerd door de Europese Unie. Ten slotte is Havenbedrijf Amsterdam nauw betrokken bij het provinciale verbod voor binnenvaarttankers op ontgassen.

3. Is het college bereid in kaart te brengen hoe het gesteld is met de luchtkwaliteit nabij plekken waar binnenvaartschepen moeten optrekken, en wat de concentraties fijnstof en roet zijn op momenten van piekbelasting?

Antwoord:
De luchtkwaliteit wordt reeds op uitgebreide schaal gemeten in Amsterdam. Zoals bij de beantwoording van vraag 1 is aangegeven wordt nabij de vaarwegen
ruimschoots aan de grenswaarden voldaan. Dat geldt niet alleen voor de grenswaarden voor het jaargemiddelde maar ook voor de grenswaarden voor het
daggemiddelde en uurgemiddelde. Daarom is er geen aanleiding om een nieuwe meetcampagne op te zetten.