Schrif­te­lijke vragen inzake de inkoop en promotie van producten afkomstig uit moderne slavernij


Indiendatum: feb. 2020

Onlangs werd in de gemeenteraad stilgestaan bij het vreselijke slavernijverleden waar Amsterdam een aanzienlijke rol in had. Een belangrijke en historische stap op weg naar excuses voor het slavernijverleden.

Slavernij behoort helaas nog steeds niet uitsluitend tot het verleden. Vandaag de dag vervaardigen mensen in lagelonenlanden producten onder omstandigheden die onderzoekers en mensenrechtenorganisaties bestempelen als moderne slavernij.

Denk bijvoorbeeld aan sweatshops waarin kinderen kleding maken of mijnen waar mensen onder erbarmelijke en ziekmakende omstandigheden grondstoffen winnen. Het tv-programma Gefileerd liet recent de verschrikkelijke werkzaamheden zien in de voedingsindustrie in Azië. Al deze producten zijn in Amsterdam te koop: in kledingwinkels, electronicazaken of fastfoodketens. Helaas profiteert de stad Amsterdam van deze moderne slavernij, zoals onlangs in het Parool betoogd werd.

Amsterdam is sinds 2014 Fairtrade Hoofdstad, volgens de zes criteria van Fairtrade Gemeenten. De fractie van de Partij voor de Dieren wil weten wat deze stempel in de praktijk betekent en op welke manier de gemeente Amsterdam eerlijke handel nog meer kan steunen en stimuleren.

1. Wat is de status van Amsterdam als Fairtrade Gemeente?
a. Wat heeft de status Fairtrade Gemeente opgeleverd en welke acties zijn ondernomen?
b. Welke voornemens liggen er nog en hoe ziet de planning eruit?

2. Op welke manier is eerlijke handel op dit moment geborgd in gemeentelijke inkooptrajecten (bijvoorbeeld bedrijfskleding, koffie- en theevoorzieningen, catering, elektronica, kantoorartikelen, bouwmaterialen, bloemen en planten)?

3. ‘amsterdam&partners’ ontvangt dit jaar 3,7 miljoen euro en verkoopt in de winkel en in de ‘I amsterdam’ webshop cadeauartikelen en souvenirs die promotie maken voor de stad Amsterdam. Zo zijn er t-shirts en hoodies te koop waar met grote letters “I amsterdam” op staat. Kan het college aangeven of deze producten eerlijk geproduceerd zijn (dat gaat verder terug dan wie het heeft ontworpen) en bijvoorbeeld een fair trade keurmerk dragen? Indien nodig: is het college bereid bij amsterdam&partners aan te dringen op het louter verkopen van eerlijk geproduceerde producten?

4. Kan de gemeente Amsterdam invloed uitoefenen op de inhoud van reclames (ten aanzien van de totstandkoming van het desbetreffende product) in de openbare ruimte en in en op voertuigen van het GVB? Kan de gemeente bepaalde eisen stellen of zou het mogelijk zijn om een bepaald voorkeursbeleid te voeren? Graag een toelichting.
Indien mogelijk: is het college bereid om hier werk van te maken, met als doel om reclame voor oneerlijk geproduceerde producten in de openbare ruimte zoveel mogelijk te weren?

5. Welke rol speelt eerlijke productie bij de inkoop door gemeentelijke deelnemingen? Ziet het college nog ruimte en mogelijkheden om eerlijke inkoop door de deelnemingen verder te stimuleren?

6. Kunnen er eisen worden gesteld aan eerlijke inkoop via de exploitatievergunning voor een horecabedrijf? Graag een toelichting.