Schrif­te­lijke vragen inzake de brand­vei­ligheid van stallen en dier­ver­blijven in Amsterdam


Schriftelijke vragen van het lid J.F.W. van Lammeren (Partij voor de Dieren) inzake de brandveiligheid van stallen en dierverblijven in Amsterdam

Aan het college van burgemeester en wethouders

Inleiding
De aanwezigheid van brandmelders en sprinklers in stallen is op dit moment niet eens verplicht in Nederland. De Partij voor de Dieren is daarom benieuwd hoe het zit met de brandveiligheid op de plekken waar veel dieren in Amsterdam gehouden worden. Afgelopen zomer nog zijn er bij een brand op een kinderboerderij in Amsterdam Noord 25 kippen om het leven gekomen.[1] De Partij voor de Dieren fractie wil dat het risico op brand met adequate brandpreventie zoveel mogelijk wordt teruggedrongen om zo levens van dieren te redden.

Gezien het vorenstaande stelt ondergetekende, namens de fractie van de Partij voor de Dieren, op grond van artikel 45 van het Reglement van orde voor de raad van Amsterdam, de volgende schriftelijke vragen:

1. Kan het college een overzicht geven van de geldende brandveiligheidsregels (zoals brandmelders, sprinklers, vluchtmogelijkheden) voor stallen en andere dierverblijven in Amsterdam zoals kinderboerderijen, dierenopvangcentra, maneges en winkels/tuincentra waar dieren verkocht worden?
2. Vanuit welke wetgeving gelden de eisen met betrekking tot brandveiligheid?
3. Hoe beoordeelt het college de huidige maatregelen voor brandpreventie op genoemde locaties?
4. Welke instantie controleert op de naleving van de brandveiligheidseisen bij de dierverblijven in Amsterdam?
5. Houdt de brandweer regelmatig inspecties op plekken waar veel dieren gehouden worden?
6. Is het college voornemens met plannen te komen om brandpreventie op genoemde plekken aan te scherpen? Zo ja, binnen welke termijn, zo nee waarom niet?

Gelieve bij ieder antwoord de bron te vermelden. We gaan ervan uit dat beantwoording binnen 4 weken plaatsvindt en wanneer dit niet lukt dit ter kennis wordt gebracht.

Het lid van de gemeenteraad,

J.F.W. van Lammeren

[1] https://www.parool.nl/amsterdam/brand-bij-kinderboerderij-in-noord-kippen-omgekomen~a4509277/

Antwoorddatum: 20 sep. 2017

1. Kan het college een overzicht geven van de geldende brandveiligheidsregels (zoals brandmelders, sprinklers, vluchtmogelijkheden) voor stallen en andere dierverblijven in Amsterdam zoals kinderboerderijen, dierenopvangcentra, maneges en winkels/tuincentra waar dieren verkocht worden?

Antwoord: De brandveiligheidsregels voor gebouwen staan in het Bouwbesluit 2012. Hierin worden voor alle soorten gebouwen (dus ook stallen en andere dierverblijven) eisen gesteld ten aanzien van het veilig kunnen vluchten van personen, het beheersbaar houden van een brand, het voorkomen van uitbreiding van brand en het voorkomen van een voortschrijdende instorting van gebouwen ten gevolge van brand. Vanwege de diversiteit van genoemde gebouwen is er is geen gespecificeerd overzicht te geven van de geldende brandveiligheidsregels. In de regels wordt geen rekening gehouden met het in veiligheid brengen van
dieren die in een gebouw aanwezig zijn.
Wel gelden er per 1 april 2014 een aantal verzwaarde voorschriften voor veestallen. Hiervoor geldt onder meer een verzwaarde eis van brandwerendheid van de technische ruimte, omdat de ervaring leert dat in deze ruimte vaak een brand ontstaat, bijvoorbeeld door kortsluiting. Ook geldt een verhoogde brandklasse voor de aankleding en zijn er eisen gesteld aan de draag(bouw)constructie, omdat een brand zich in de stal vaak snel kan uitbreiden door deze aankleding of door een te groot brandcompartiment.
Zie ook het antwoord op vraag 6.

2. Vanuit welke wetgeving gelden de eisen met betrekking tot brandveiligheid?

Antwoord: De brandveiligheidsregels voor stallen en andere dierverblijven staan in het Bouwbesluit. Het Bouwbesluit is onderdeel van de Woningwet en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Deze wetten vallen onder verantwoordelijkheid van het ministerie van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties.

3. Hoe beoordeelt het college de huidige maatregelen voor brandpreventie op genoemde locaties?

Antwoord: Voor de beoordeling van de huidige maatregelen voor brandpreventie op genoemde locaties worden de volgende taken uitgevoerd:
· het preventief toetsen van vergunningsaanvragen voor het (ver)bouwen van dierverblijven;
· het toezien op het (ver)bouwen conform de afgegeven vergunning;
· het periodiek controleren van het brandveilig gebruik van gebouwen waar zich meer dan 50 personen tegelijk bevinden (voor deze gebouwen is een melding brandveilig gebruik verplicht);
· het handhaven van bouwen of gebruiken in strijd met de geldende regels.
Een belangrijk deel van de dierenverblijven kent geen meldingsplicht voor brandveilig gebruik. Dit betekent dat de betreffende gebouwen, op grond van het Handhavingsbeleid Wabo 2e helft 2017–2018 alsook het handhavingsbeleid in de periode daarvoor, niet periodiek gecontroleerd worden op brandveiligheid.

4. Welke instantie controleert op de naleving van de brandveiligheidseisen bij de dierverblijven in Amsterdam?

Antwoord: In totaal houden namens het college van B&W 8 instanties toezicht op de naleving van de brandveiligheidseisen bij de dierverblijven in Amsterdam: de afdelingen Toezicht en Handhaving Bouw & Gebruik van de stadsdelen en de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied. De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied voert deze taken uit voor de grootstedelijke gebieden en de milieuvergunningsplichtige bedrijven zoals Artis. De afdelingen Toezicht en Handhaving Bouw & Gebruik voert deze taken uit voor de overige dierenverblijven.

5. Houdt de Brandweer regelmatig inspecties op plekken waar veel dieren gehouden worden?

Antwoord: Het controleren en inspecteren van gebouwen is een taak van de gemeente (B&W). De gemeente kan bij de inspecties ondersteuning inroepen van de brandweer. De brandweer controleert alleen op verzoek van gemeenten en stadsdelen.
Daarnaast kan in overleg met de brandweer op andere locaties gezamenlijk gecontroleerd of geïnspecteerd worden, als de gemeente of het stadsdeel daar aanleiding toe ziet. Het expertiseteam toezicht en controle (ETC) van Brandweer Amsterdam-Amstelland voert die controles op verzoek uit.
Brandweer Amsterdam Amstelland wordt bij de in vraag 3 genoemde taken regelmatig betrokken als adviseur. Ingeval van aanvragen van dierenverblijven, wordt de brandweer daar alleen bij betrokken als het gaat om gebouwen waar personen verblijven, zoals een verenigingsgebouw bij een kinderboerderij.

6. Is het college voornemens met plannen te komen om brandpreventie op genoemde plekken aan te scherpen? Zo ja, binnen welke termijn, zo nee waarom niet?

Antwoord: De verantwoordelijkheid voor het verbeteren van de brandveiligheid is een gedeelde verantwoordelijkheid van de overheid en eigenaren/gebruikers van de gebouwen. De laatsten zijn primair verantwoordelijk voor het voorkomen en beperken van de gevolgen van brand. De overheid bepaalt de kaders, ondersteunt waar mogelijk de toepassing ervan en ziet toe op de naleving. Het is, volgens algemeen geldend Nederlands recht, niet toegestaan om op gemeentelijk niveau extra regels op te nemen voor zaken die reeds bij nationale wet zijn geregeld, tenzij de wet daar uitdrukkelijk de ruimte voor geeft. Dat laatste is voor de regels van brandveiligheid van gebouwen niet het geval. Aanscherpen van regels is derhalve niet mogelijk.
In het regeerakkoord staat dat het kabinet het aantal stalbranden wil verminderen en dat zij hiertoe samen met verzekeringsmaatschappijen en ketenkwaliteitsystemen vóór 2019 afspraken zal maken over de bestrijding van knaagdieren door ondernemers en een periodieke elektrakeuring. De regels met betrekking tot brandveiligheid worden op landelijk niveau geregeld en we wachten af wat de impact van bovenstaande actie uit het regeerakkoord gaat worden.
Daarbij wordt de aanname gedaan dat wat wordt voorgesteld in het regeerakkoord een vooruitgang is voor de bescherming van de dieren die in de stallen gehouden worden. In aanvulling daarop kan de gemeente bij controles van gebouwen waarin dieren verblijven die nu al uitgevoerd worden, nadrukkelijk kijken naar de brandwerendheid van de technische ruimte, de brandklasse van de aankleding en de draag(bouw)constructie. Dit vraagt een beperkte extra inzet op brandveiligheid. De benodigde afweging hiervoor kan meegenomen worden bij het opstellen van het Uitvoeringsprogramma Wabo 2018.
Een andere benadering dan toezicht en handhaving is het inzetten op communicatie en samenwerking met eigenaren/gebruikers, om gezamenlijk te zorgen voor bewustwording van brandveiligheidsrisico’s en brandpreventieve maatregelen. Deze risicogerichte aanpak wordt reeds ingezet bij zorginstellingen, parkeergarages, kinderdagverblijven, broedplaatsen en cacaoloodsen in het havengebied. Indien de tijdens de hierboven genoemde controles geconstateerde risico’s daar aanleiding toe geven, kan in de toekomst mogelijk aanvullend ingezet worden op dierenverblijven.

Burgemeester en wethouders van Amsterdam

A.H.P. van Gils, secretaris J.J. van Aartsen, waarnemend burgemeester