Schrif­te­lijke vragen inzake de betrok­kenheid van de Amster­damse haven bij soja­routes in de Amazone


Schriftelijke vragen van het lid A.L. Bakker (Partij voor de Dieren) inzake de betrokkenheid van de Amsterdamse haven bij sojaroutes in de Amazone

Aan het college van burgemeester en wethouders

Inleiding
Op de website van de Groene Amsterdammer werd op 24 april 2018 een uitgebreid onderzoeksartikel gepubliceerd over de Nederlandse betrokkenheid bij de aanleg van de ‘Corredor Norte’[1]. Dit is een infrastructuurproject dat duizenden kilometers amazonewoud zal doorkruisen om soja efficiënter te vervoeren. De Nederlandse betrokkenheid moet zorgen voor meer export en meer omzet voor het Nederlandse bedrijfsleven. Het platform voor onderzoeksjournalistiek Investico onderzocht de duurzame beloftes die door het ministerie van Buitenlandse Zaken waren gedaan ten aanzien van de projecten waar Nederland aan bijdraagt. Hierbij werd ontdekt dat de projecten ontbossing, gewapend conflict en landroof in de hand werken.

Ook de Amsterdamse haven is betrokken bij projecten in de Braziliaanse Amazone. Zo werden er strategische plannen voor de Braziliaanse binnenvaart geschreven door de promo-organisatie van de Amsterdamse haven met behulp van subsidies. Het Havenbedrijf Amsterdam verkent de mogelijkheid om de Braziliaanse deelstaat Tocantins te helpen een nieuwe vaarroute te ontwikkelen, waarvoor een 43 kilometer lange rotspartij moet verdwijnen. Deze ingrijpende operatie heeft ook veel invloed op het onderwaterleven, aangezien de rotspartij een belangrijke paaiplaats is voor de vissen. De internationaal projectmanager van het Havenbedrijf Amsterdam Mark Hoolwerf zegt dat de haven zich meer op agribulk zoals soja gaat richten om duurzaamheidsredenen, vanwege het terugdringen van kolen. Agribulk als soja is in de Havenvisie 2030 een belangrijke pijler voor de biobased, circulaire economie.

Gezien het vorenstaande stelt ondergetekende, namens de fractie van de Partij voor de Dieren, op grond van artikel 45 van het Reglement van orde voor de raad van Amsterdam, de volgende schriftelijke vragen:

  1. Hoe beoordeelt het college de Nederlandse betrokkenheid bij de aanleg van de ‘Corredor Norte’ door het Amazonewoud?
  2. Is er vanuit de gemeente Amsterdam specifieke financiering voor het Havenbedrijf die gebruikt wordt voor projecten in Brazilië? Zo ja, hoeveel en voor welk doel?
  3. Hoe beoordeelt het college de focus van het Havenbedrijf Amsterdam op soja uit het Amazonegebied als duurzaam alternatief voor kolen?
  4. Hoe beoordeelt het college de betrokkenheid van de Amsterdamse haven bij het ontwikkelen van een nieuwe vaarroute waarvoor 43 kilometer aan rotsen moeten verdwijnen?
  5. Heeft het Havenbedrijf in het kader van de ontwikkeling van een ketenbeleid een analyse gemaakt van de maatschappelijke risico’s in de genoemde sojaketen? Zo ja, wat waren de conclusies? Zo nee, waarom niet en gaat het Havenbedrijf alsnog kritisch toetsen of dergelijke projecten passen binnen maatschappelijk verantwoord ondernemen en internationale ketenverantwoordelijkheid, middels de OESO-richtlijnen en de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties?
  6. Kan het college een update geven van de verkenning van het Havenbedrijf rondom de implementatie van richtlijnen voor een ketenbeleid?

Gelieve bij ieder antwoord de bron te vermelden. We gaan ervan uit dat beantwoording binnen 4 weken plaatsvindt en wanneer dit niet lukt dit ter kennis wordt gebracht.

Het lid van de gemeenteraad,

A.L. Bakker (Partij voor de Dieren)

[1] https://www.groene.nl/artikel/duurzaamheid-is-slechts-een-verhaaltje

Antwoorddatum: 30 mei 2018

1. Hoe beoordeelt het college de Nederlandse betrokkenheid bij de aanleg van de ‘Corredor Norte’ door het Amazonewoud?


Antwoord:
Er is geen gemeentelijk standpunt over de Nederlandse betrokkenheid, zo die er is, bij de aanleg van de ‘Corredor Norte’ door het Amazonewoud. Er zijn geen gemeentelijke deelnemingen actief bij of omtrent dat project.

In tegenstelling tot hetgeen in het artikel van de Groene Amsterdammer staat is noch het Havenbedrijf Amsterdam noch haar dochter Port of Amsterdam International betrokken bij het genoemde advies voor de Braziliaanse binnenvaart. Het Havenbedrijf heeft geen concrete projecten in Brazilië lopen.

Over activiteiten in Brazilië heeft het Havenbedrijf ons desgevraagd aangegeven: ‘In september 2017 tekende Port of Amsterdam International een Memorandum of Understanding met een consortium van Braziliaanse bedrijven. Dit Memorandum is gericht op het ondersteunen van het consortium voor het ontwikkelen van een binnenhaven in een zuidelijke Braziliaanse staat (die ligt buiten de Amazone), die een grote producent is van producten als soja en graan. De beoogde rol voor Port of Amsterdam International ligt gedeeltelijk in advisering over de ontwikkeling van de haven en primair in het management na afronding van de bouw. De Memorandum of Understanding heeft tot nog toe geen concrete projecten opgeleverd.’

2. Is er vanuit de gemeente Amsterdam specifieke financiering voor het Havenbedrijf die gebruikt wordt voor projecten in Brazilië? Zo ja, hoeveel en voor welk doel?

Antwoord:
Nee, de gemeente geeft geen specifieke financiering aan het Havenbedrijf die gebruikt wordt voor projecten in Brazilië.
Zie ook antwoord op vraag 1.


3. Hoe beoordeelt het college de focus van het Havenbedrijf Amsterdam op soja uit het Amazonegebied als duurzaam alternatief voor kolen?

Antwoord:
Daar is geen sprake van. Zie antwoord op vraag 1.
Algemeen geldt dat het inzetten van de kennis en kunde van het havenbedrijf, op het gebied van het slim, snel en schoon runnen en beheren van een haven om buitenlandse haven te helpen, past in de visie en het strategisch plan 2017-2021 van het Havenbedrijf. Het college vindt het dan ook goed dat het Havenbedrijf veel aandacht besteedt aan alternatieven voor kolen. Dergelijke activiteiten sluiten aan bij de doelen uit de strategie van het Havenbedrijf, waarbij met de afbouw van kolen wordt gewerkt aan een bredere basis. Dit doet het Havenbedrijf in lijn met het strategisch plan onder andere door het versterken van de netwerken van de haven en stimuleren van de energietransitie.

4. Hoe beoordeelt het college de betrokkenheid van de Amsterdamse haven bij het ontwikkelen van een nieuwe vaarroute waarvoor 43 kilometer aan rotsen moeten verdwijnen?

Antwoord:
Het Havenbedrijf is niet betrokken bij de advisering of realisatie van het ‘Corredor Norte’. Zie het antwoord op vraag 1.

5. Heeft het Havenbedrijf in het kader van de ontwikkeling van een ketenbeleid een analyse gemaakt van de maatschappelijke risico’s in de genoemde sojaketen? Zo ja, wat waren de conclusies? Zo nee, waarom niet en gaat het Havenbedrijf alsnog kritisch toetsen of dergelijke projecten passen binnen maatschappelijk verantwoord ondernemen en internationale ketenverantwoordelijkheid, middels de OESO-richtlijnen en de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties?

Antwoord:
Het Havenbedrijf geeft desgevraagd aan: ‘Het Havenbedrijf Amsterdam heeft de richtlijnen van de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) als uitgangspunt voor het ketenbeleid van het bedrijf. Hiermee is de handelingsperspectief van het Havenbedrijf gedefinieerd als schakel in de goederenketen. In dit kader heeft het Havenbedrijf een aantal doelen gedefinieerd:
a. Analyse van de goederenketens in de haven met de grootste maatschappelijke risico’s, hieraan is inmiddels opvolging gegeven. In 2017 is heeft Het Havenbedrijf Amsterdam een analyse uitgevoerd naar risicosectoren in de haven. De voedingsindustrie/agrofood is een van deze sectoren.
b. In kaart brengen van de risico’s die binnen de risicosectoren spelen (weten wat er binnen de sector speelt). Het Havenbedrijf zal in 2018 de kennis op deze sectoren verder ontwikkelen.’. Deze informatie zal het Havenbedrijf in de toekomst inzetten bij de beoordeling van haar internationale projecten en met haar klanten hierover in gesprek treden.

6. Kan het college een update geven van de verkenning van het Havenbedrijf rondom de implementatie van richtlijnen voor een ketenbeleid?

Antwoord:
Het Havenbedrijf geeft desgevraagd aan: ‘Het thema ‘verantwoorde handelsketens’ is een van de vijf duurzaamheidsthema’s die zijn vastgesteld in de Duurzaamheidsagenda van het Havenbedrijf. Voor de invulling hiervan heeft het Havenbedrijf de OESO -richtlijnen voor internationale ondernemingen omarmt. Het Havenbedrijf verwacht het college in Q3/Q4 een update te kunnen geven over de implementatie van de richtlijnen.’

De genoemde update zal het college delen met de raad.