Schrif­te­lijke vragen inzake bezol­di­gingen boven de wethou­dersnorm bij gesub­si­di­eerde instel­lingen


Aan het college van burgemeester en wethouders

Inleiding

Op 7 juli 2014 diende de Partij voor de Dieren een motie in met het volgende dictum:

- Te inventariseren of het binnen de instellingen die subsidie ontvangen van de gemeente Amsterdam voorkomt dat bestuurders meer verdienen dan de Amsterdamse wethoudersnorm;

- Deze inventarisatie te betrekken bij de behandeling van de Begroting 2015.

De motie werd unaniem aangenomen. In navolging van de aangenomen motie stuurde het college in april 2017 een brief en overzicht van de subsidieontvangende instellingen met bezoldigingen boven de wethoudersnorm. Dit overzicht is opgesteld naar aanleiding van een brief waarop instellingen zelf konden reageren, en door middel van onderzoek door de gemeente. 193 van de 600 organisaties reageerden, waarvan 15 zelf aangaven functionarissen in dienst te hebben die meer verdienen dan €154.000,-. Uiteindelijk is van 38 subsidierelaties vastgesteld dat zij dergelijke bezoldigingen hanteren. Organisaties die niet reageerden hebben nu een tweede keer de mogelijkheid om te reageren.

Gezien het vorenstaande stelt ondergetekende, namens de fractie van de Partij voor de Dieren, op grond van artikel 45 van het Reglement van orde voor de raad van Amsterdam, de volgende schriftelijke vragen:

1. Welke instellingen hebben zelf gereageerd op de eerste oproep?

2. Welke instellingen hebben niet gereageerd op de eerste oproep?

3. Welke instellingen hebben zelf aangegeven een bezoldigingen boven de wethoudersnorm te hanteren en bij welke instellingen is dit uit onderzoek door de gemeente gebleken?

4. Zijn secundaire arbeidsvoorwaarden zoals bijvoorbeeld een directeurswoning, auto en pensioenregelingen meegenomen bij de berekening van de bezoldiging of staan deze hier los van?

5. Hoe lang hebben instanties om op de tweede oproep te reageren?

Gelieve bij ieder antwoord de bron te vermelden. We gaan ervan uit dat beantwoording binnen 4 weken plaatsvindt en wanneer dit niet lukt dit ter kennis wordt gebracht.

Het lid van de gemeenteraad,

J.F.W. van Lammeren

Antwoorddatum: 7 jul. 2017

1. Welke instellingen hebben zelf gereageerd op de eerste oproep?

Antwoord:
Er is sprake van één oproep om informatie te verstrekken: op 3 november 2016 hebben we ruim 600 (658 om precies te zijn) periodieke subsidie ontvangende instellingen per brief gevraagd aan te geven of zij bezoldigingen kenden boven de wethoudersnorm. Op deze brief hebben 193 instellingen gereageerd. Deze instellingen zijn opgenomen in bijgevoegd overzicht. Zie de 2e kolom met de kop ‘respons’ (ja).

Hierbij dient opgemerkt te worden dat medewerking aan deze inventarisatie, vanwege de privacy gevoeligheid van de gevraagde gegevens, alleen op vrijwillige basis mogelijk was, en dat op deze brief geen herinnering is gevolgd in het geval een reactie uitbleef. De inventarisatie is gedaan op basis van onderzoek van subsidiedossiers van de gemeente waarbij naast instellingen die in 2015 een periodieke subsidie
ontvingen, ook is gekeken naar instellingen die terugkerende eenmalige subsidies ontvingen. Aanvullend daaraan is eveneens gebruik gemaakt van internetonderzoek. De respons op de uitvraag van 3 november 2016 heeft tot bevestiging van de uitkomsten van het dossieronderzoek geleid.

Als resultaat van het onderzoek is een concept overzicht opgesteld van organisaties waarbij een functionaris werkzaam is die meer verdient dan een Amsterdamse wethouder. In het kader van zorgvuldigheid is aan iedere organisatie (met zowel periodieke als terugkerende eenmalige subsidies2) die op het concept overzicht van organisaties met bezoldigingen boven de wethoudersnorm voorkwam, de gelegenheid geboden een zienswijze in te dienen. De termijn die daarvoor gold was van 27 december 2016 tot 17 januari 2017. De organisaties op de lijst die binnen de termijn tot 17 januari (nog) niet hadden gereageerd, is een tweede zienswijze-termijn geboden, die liep tot 7 februari 2017.


2. Welke instellingen hebben niet gereageerd op de eerste oproep?

Antwoord:
In bijgevoegd overzicht is aangegeven welke instellingen niet hebben gereageerd op de uitvraag van 3 november 2016. Zie daarvoor de tweede kolom met de kop ‘respons’ (nee).

3. Welke instellingen hebben zelf aangegeven een bezoldiging boven de wethoudersnorm te hanteren en bij welke instellingen is dit uit onderzoek door de gemeente gebleken?

Antwoord:
Van de 37 instellingen op het overzicht van subsidie ontvangende instellingen met bezoldigingen boven de wethoudersnorm in 2015, zijn er 15 instellingen die in reactie op de brief zelf hebben aangegeven een bezoldiging boven de wethoudersnorm te hanteren, te weten: GGZ inGeest, Heliomare, Het Concertgebouw, Koninklijk Concertgebouworkest, Ons Tweede Thuis, Stedelijk Museum Amsterdam, Stichting Amstelring Groep, Stichting Blijf Groep, Stichting Cordaan, Stichting Spirit, Toneelgroep Amsterdam, Tropenmuseum Junior, Universiteit van Amsterdam, Stichting Evean Zorg Amsterdam, Stichting Protestants-Christelijke Philadelphia Zorg.

Er staan op het overzicht 9 instellingen die een periodieke subsidie ontvangen waarbij (alleen) uit onderzoek door de gemeente is gebleken dat zij een bezoldiging hanteren boven de Wethoudersnorm, te weten: Stadsschouwburg Amsterdam, Amsterdam Marketing, Combiwel Amsterdam, ROC van Amsterdam, Stichting Amsta, Stichting Arkin, Stichting Hogeschool van Amsterdam, Stichting Joods Maatschappelijk Werk, Stichting Zorggroep Amsterdam Oost.

Tot slot staan er op het overzicht van 37 instellingen met bezoldigingen boven de wethoudersnorm 13 instellingen die niet hebben kúnnen reageren, omdat zij op 3 november 2016 geen brief met verzoek om informatie hebben ontvangen. Die brief is alleen verstuurd aan aanvragers van periodieke subsidies. In december is – gaande het onderzoek – besloten om naast periodieke subsidies de
subsidiedossiers te onderzoeken van terugkerende eenmalige subsidies3. Die 13 instellingen zijn: Visio, Reade, Stichting Altra, Media College Amsterdam, VU, Wellantcollege MBO Houten, KNVB , Woonstichting Eigen Haard, Rochdale , Stichting Stadgenoot, Woningbouwvereniging de Alliantie, Woonzorg Nederland en Stichting Ymere.

4. Zijn secundaire arbeidsvoorwaarden zoals bijvoorbeeld een directeurswoning, auto en pensioenregelingen meegenomen bij de berekening van de bezoldiging of staan deze hier los van?

Antwoord:
Ja, secundaire arbeidsvoorwaarden als een directeurswoning, auto en pensioenregelingen zijn meegenomen in de berekening van de bezoldiging.

5. Hoe lang hebben instanties om op de tweede oproep te reageren?
Antwoord:
Zoals in het antwoord bij vraag 1 gesteld is er geen sprake van een tweede oproep om informatie. Wel is er een de 2e termijn geboden voor een zienswijze. Deze is op 7 februari 2017 afgelopen.