Nadere schrif­te­lijke vragen inzake verso­berde natuur en vergif­tigde grond in het Oosterpark


Op 12 september 2019 beantwoordde i het college schriftelijke vragen van de fractie van de Partij voor de Dieren van 30 juli 2019 over de signalen van het Instituut voor Natuurbeschermingseducatie (IVN) dat het slecht gesteld is met de biodiversiteit in het Oosterpark (zie nr. 1446.19)ii. Het college geeft aan dat er rondom de herinrichting van het park in twee fasen bomen zijn gekapt en na enig rekenen blijkt dat het park nu 248 bomen minder telt dan voor de herinrichting. Over andere flora en fauna cijfers van voor en na de herinrichting beschikt het college niet.

Daarnaast is er de afgelopen weken meerdere malen door Stichting Herstel Oosterpark aandacht gevraagd voor hun zorgen over de aanwezigheid van gifstoffen in de bodem van het Oosterpark naar aanleiding van een grondonderzoek in 2012 dat de stichting na een WOB-verzoek heeft gekregeniii,iv. In 2015 uitte een woordvoerder van de stichting ook al zorgen in een raadscommissie v.

Schriftelijke vragen hierover werden tevens op 12 september jl. beantwoord i. Op de vraag of het klopt dat de grond van de speeltuin in het Oosterpark nog altijd vervuld is van gifstoffen, antwoordt het college ontkennend en verwijst hierbij naar twee bodemonderzoeken uit 2015 en 2017. Daaruit blijkt dat er géén sterk verhoogde gehalten PAK (Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen) zijn aangetoond op de plaats waar graafwerkzaamheden zouden plaatsvinden en dat zodoende sanering niet noodzakelijk was.

Gezien het vorenstaande stelt ondergetekende, namens de fractie van de Partij voor de Dieren, op grond van artikel 45 van het Reglement van orde voor de raad van Amsterdam, de volgende nadere schriftelijke vragen op haar schriftelijke vragen van 30 juli 2019:

Over het groen:
1. Hoe beoordeelt het college het feit dat er nu 248 bomen minder het park staan dan voor de herinrichting?
2. Hoe denkt het college bij te dragen aan minder wateroverlast en meer biodiversiteit met 248 minder bomen?
3. Hoe beoordeelt het college de signalen van de IVM-voorzitter en van een IVN natuurgids dat het slecht gesteld is met de biodiversiteit in het Oosterpark?
4. Hoe beoordeelt het college de beweringen van de IVM-voorzitter en van een IVNnatuurgids dat de vleermuizen uit het Oosterpark zijn verdwenen?
5. Het college schrijft: “De komende jaren zal het groen kunnen groeien en zal getracht worden verdere wateroverlast te voorkomen. Het college streeft naar gezonde parken in de stad. In de groenvisie die met de raad besproken zal worden zal hier in bredere zin aandacht aan worden besteed.”
a. Hoe wordt in specifieke zin in het Oosterpark de biodiversiteit vergroot?
b. Wat gaat het college specifiek doen om vleermuizen, vogels en insecten
terug te halen naar het Oosterpark?
c. Welke maatregelen worden er specifiek in het Oosterpark genomen om
wateroverlast te voorkomen?
d. Waarom zijn er 248 gekapte bomen niet herplant in het Oosterpark?
e. Gaat het college zorgen voor meer bomen in het Oosterpark?

Over de bodemkwaliteit:

6. Klopt het dat het in 2012 uitgevoerde grondonderzoek concludeert dat er in de bovengrond matige verontreiniging en in de ondergrond sterke verontreiniging verspreid over het hele Oosterpark is gevonden?
7. In de conclusies van het onderzoek dat in 2017 is uitgevoerd voorafgaand aan de werkzaamheden bij het speeltuintje wordt geadviseerd om tijdens de werkzaamheden te blijven letten op het voorkomen van onvoorziene verontreiniging in de bodem. Is dit gebeurd en zo ja: hoe?8. Er werd ook aanbevolen: “Uitgenomen grond moet worden teruggeplaatst op diepte van herkomst. Wanneer niet alle grond kan worden teruggebracht dan mag de vrijkomende grond niet zonder meer worden hergebruikt, maar dient deze naar een erkende ontvanger te worden afgevoerd.” Is hier invulling aan gegeven en zo ja, hoe?
9. Vormen de ingeslagen palen in het speeltuintje een risico op het omhoog komen van verontreiniging uit de diepere grondlagen?
10. Zijn er na het uitgevoerde grondonderzoek in 2012 nog graafwerkzaamheden verricht in het Oosterpark op andere plaatsen dan bij het speeltuintje? Zo ja:
a. Om welke plekken gaat het?
b. Is er voorafgaand bodemonderzoek gedaan op deze plekken? Kunnen de
rapporten dan worden overhandigd?

Het lid van de gemeenteraad,
A.L. Bakker

i https://amsterdam.raadsinforma...
ii De Telegraaf: 24 juli 2019, ‘Vleermuizen verdwenen uit Oosterpark’
iii De Telegraaf: 1 september 2019, ‘Onrust over gifgrond in het Oosterpark’
iv Het Parool, 1 oktober 2019, ‘Actievoerders Herstel Oosterpark doen eigen grondboringen’
https://www.parool.nl/amsterda...
v Zie het inspreekhalfuur en de rondvraag tijdens de vergadering van raadscommissie Infrastructuur en
Duurzaamheid op woensdag 8 april 2015

Antwoorddatum: 13 nov. 2019

Over het groen:

1. Hoe beoordeelt het college het feit dat er nu 248 bomen minder in het park staan dan voor de herinrichting?
Antwoord:

Het stadsdeel geeft aan dat tijdens de renovatie van het Oosterpark na nauw overleg met de stichting Vrienden van het Oosterpark bomen zijn gekapt om het park een open uitstraling te geven die aansluit bij het zuidelijke deel van het park. Verder was er veel achterstallig onderhoud van de afgelopen 20 jaar. Bomen die niet gezond meer waren en bomen die andere bomen in hun groei belemmerden
(wildgroei, zaailingen) zijn weggehaald.

2. Hoe denkt het college bij te dragen aan minder wateroverlast en meer biodiversiteit met 248 minder bomen?
Antwoord: Wateroverlast is een langlopend probleem in het Oosterpark. Het was ook een van de redenen waarom de renovatie nodig was. Deze (lokale) renovatie bestond uit:
• Het aanleggen van drainage onder de twee grote grasvelden
• Het bol aanleggen van de grote grasvelden
• Het aanleggen van een aantal drains in de plantvakken en een goot langs het pad.
Door renovaties proberen we parken op peil en voldoende droog te houden. Deze renovaties hebben soms negatieve bijeffecten (dat is van te voren moeilijk te voorspellen), maar ze zijn absoluut noodzakelijk om een gezond bomenbestand te borgen voor de langere termijn.
Het is te verwachten dat tijdens een periode met werkzaamheden minder fauna in het park te vinden is. Echter wordt de maatstaf voor biodiversiteit niet afgemeten aan het aantal bomen.

3. Hoe beoordeelt het college de signalen van de IVM-voorzitter en van een IVN natuurgids dat het slecht gesteld is met de biodiversiteit in het Oosterpark?

Antwoord: Er is ons geen onderzoek bekend dat de afname van biodiversiteit onderbouwt.

4. Hoe beoordeelt het college de beweringen van de IVM-voorzitter en van een IVN-natuurgids dat de vleermuizen uit het Oosterpark zijn verdwenen?
De nationale database flora en fauna, waar alle bekende waarnemingen in terecht komen, laat weten dat vleermuizen in het Oosterpark worden waargenomen. Over de grootte van de populatie zijn geen onderzoeken bekend.

5. Het college schrijft: “De komende jaren zal het groen kunnen groeien en zal getracht worden verdere wateroverlast te voorkomen. Het college streeft naar gezonde parken in de stad. In de groenvisie die met de raad besproken zal worden zal hier in bredere zin aandacht aan worden besteed.”

a. Hoe wordt in specifieke zin in het Oosterpark de biodiversiteit vergroot?
Antwoord: Als onderdeel van de renovatie is er een kruid- en heesterlaag toegevoegd, wat op zichzelf al een toevoeging is aan de biodiversiteit. Op termijn gaat deze laag bloeien, waarmee het insecten aantrekt die weer als voedsel dienen voor vogels en vleermuizen.

b. Wat gaat het college specifiek doen om vleermuizen, vogels en insecten terug te halen naar het Oosterpark?
Antwoord: Zie het antwoord bij vraag 5a.

c. Welke maatregelen worden er specifiek in het Oosterpark genomen om wateroverlast te voorkomen?
Antwoord: Als onderdeel van de renovatie zijn de grote grasvelden gedraineerd. Het water wordt afgevoerd naar de grote vijver. Daarnaast heeft het stadsdeel in overleg met Waternet een verbetering toegepast in de afwatering van de vijver. Dit betekent echter niet dat daarmee het hele waterprobleem is opgelost.

d. Waarom zijn er 248 gekapte bomen niet herplant in het Oosterpark?
Antwoord: Zie het antwoord bij vraag 1. In het kader van achterstallig onderhoud is er een inhaalslag qua onderhoud gemaakt. Bomen die niet gezond meer waren en bomen die andere bomen in hun groei belemmerden (wildgroei, zaailingen) zijn weg gehaald.
Bij alle kapvergunningen gold de verplichting om gekapte bomen 1-op-1 te herplanten. In het besluit van de kapvergunning (d.d. 10 juni 2013) voor het overgrote deel van de bomen (in het kader van de inhaalslag qua onderhoud) is het volgende advies van de boomadviseur opgenomen: “In dit geval is herplant met gelijke aantallen bomen niet in het belang van de groenwaarde van het park. Het park groeit door naar de volwassen fase en volwassen bomen hebben ruimte nodig. Om die reden wordt er een gedeeltelijke herplant geadviseerd binnen het
park, een groter deel daarbuiten”.

e. Gaat het college zorgen voor meer bomen in het Oosterpark?

Antwoord: Het stadsdeel zal te allen tijde zorgen voor voldoende bomen in het Oosterpark. Over de bodemkwaliteit:

6. Klopt het dat het in 2012 uitgevoerde grondonderzoek concludeert dat er in de bovengrond matige verontreiniging en in de ondergrond sterke verontreiniging verspreid over het hele Oosterpark is gevonden?

Antwoord: Nee, dit klopt niet. Het onderzoeksresultaat luidt dat de boven- en ondergrond over het gehele terrein integraal licht verontreinigd is met verschillende materialen en stoffen. In de ondergrond worden plaatselijk de tussenwaarde voor zink en de interventiewaarde voor lood overschreden. Er is echter geen sterke verontreiniging verspreid over het hele Oosterpark

Overigens wordt naar aanleiding van aangepaste normen de bodem van speellocaties in de gehele stad gecontroleerd op lood door de gemeente, zie ook de Nota bodembeheer die vastgesteld is in de raadsvergadering van 7 november 2019. De speellocaties in het Oosterpark zijn in de week van 11 tot 17 november 2019 aan de beurt

7. In de conclusies van het onderzoek dat in 2017 is uitgevoerd voorafgaand aan de werkzaamheden bij het speeltuintje wordt geadviseerd om tijdens de werkzaamheden te blijven letten op het voorkomen van onvoorziene verontreiniging in de bodem. Is dit gebeurd en zo ja: hoe?
Antwoord:
Ja, dit is gebeurd. Uitvoerende partij(en) die werkten in opdracht van stadsdeel Oost hebben de hiervoor benodigde kwaliteitscertificaten.
Het speeltuintje met de houten palen is verder opgehoogd met een schone leeflaag. De speelplek met speelslinger is aangelegd als onderdeel van de renovatie. In het kader van de renovatie is vervuilde grond afgevoerd. Tijdens de uitvoering is gewerkt conform geldende wet- en regelgeving en bijbehorende protocollen. Dit is destijds door de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied bevestigd.

8. Er werd ook aanbevolen: “Uitgenomen grond moet worden teruggeplaatst op diepte van herkomst. Wanneer niet alle grond kan worden teruggebracht dan mag de vrijkomende grond niet zonder meer worden hergebruikt, maar dient deze naar een erkende ontvanger te worden afgevoerd.” Is hier invulling aan gegeven en zo ja, hoe?

Antwoord:
Bij het speeltuintje met de houten palen is opgehoogd met een schone leeflaag. Er is geen grond ontgraven op deze locatie. Terugplaatsen of afvoeren is in dit geval dus niet aan de orde geweest. Zie voor de speelplek met speelslinger het antwoord bij vraag 7.

9. Vormen de ingeslagen palen in het speeltuintje een risico op het omhoog komen van verontreiniging uit de diepere grondlagen?

Antwoord:
Nee, er is een verwaarloosbaar risico dat de ingeslagen palen leiden tot het omhoog komen van verontreiniging uit de diepere grondlagen.

10. Zijn er na het uitgevoerde grondonderzoek in 2012 nog graafwerkzaamheden verricht in het Oosterpark op andere plaatsen dan bij
het speeltuintje? Zo ja:

a. Om welke plekken gaat het?

Antwoord:
Er is op meerdere plekken in het Oosterpark grond ontgraven, namelijk tijdens de renovatie, bij het entreegebied nabij Metis Montessori Lyceum en Generator Hostel, bij het KIT & Tropenmuseum en bij het schoolplein/skatebaan van Metis Montessori Lyceum.

b. Is er voorafgaand bodemonderzoek gedaan op deze plekken? Kunnen de rapporten dan worden overhandigd?
Antwoord:
Ja, voorafgaand aan alle werkzaamheden zijn de benodigde bodemonderzoeken uitgevoerd. Indien nodig zijn de benodigde maatregelen genomen bij het grond ontgraven. Alle onderzoeksrapporten kunnen ter beschikking worden gesteld.