Aanvul­lende schrif­te­lijke vragen inzake ener­gie­be­spa­rende maat­re­gelen


Indiendatum: 25 aug. 2022

In een recent artikel van De Telegraaf word het voorstel besproken van de Eindhovense fractie van de Partij voor de Dieren om winkeldeuren gesloten te houden als de airco aan staat.[1] Uit een poll van de krant blijkt dat een ruime meerderheid van de lezers vóór dit energiebesparende voorstel is. Deze poll is uiteraard niet volledig representatief, maar geeft wel aan dat energieverspilling door veel mensen als zeer negatief wordt ervaren. Middenin zowel een energie- als klimaatcrisis is het extra belangrijk om bewust om te gaan met energie. Het airconditionen van de buitenlucht staat dan niet hoog op het prioriteitenlijstje. Meerdere fracties hebben al vragen gesteld over de plannen van het college[2] en ook ondergetekende is benieuwd naar energiebesparende maatregelen die mogelijk zijn in Amsterdam.

Gezien het vorenstaande stelt ondergetekende, namens de fractie van Partij voor de Dieren, op grond van artikel 84 van het Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Amsterdam, de volgende aanvullende schriftelijke vragen op de schriftelijke vragen van de leden Heinhuis, Nadif en Hofland van 16 juni jl. en de aanvullende schriftelijke vragen van het lid Heinhuis van 10 augustus jl.:

In het beleidskader Verlichting uit 2017 wordt de energiebesparende maatregel genoemd om alleen te verlichten waar dat nodig is, en waar mogelijk het lichtniveau te verlagen.[3]

1. Heeft het college in kaart of er nog plekken zijn waar mogelijk onnodig verlicht wordt en/of waar het lichtniveau mogelijk verlaagd kan worden? Op welke manier wordt dit bepaald en/of geëvalueerd?

In het beleidskader Verlichting uit 2017 staat ook: “In het kader van de Wet Milieubeheer dienen ook bedrijven energie te besparen. Alle maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar dienen te worden genomen. De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (NZKG) ziet daar namens de gemeente op toe. De gemeente zal de Omgevingsdienst opdracht geven energiebesparende maatregelen rond verlichting actief bij bedrijven te bevorderen en te controleren.”[1]

2. Staat deze opdracht nog steeds uit bij de Omgevingsdienst en zo ja, op welke manier worden energiebesparende maatregelen rond verlichting bij bedrijven actief bevorderd en gecontroleerd? Zo nee, waarom niet?

3. Ziet het college mogelijkheden om in het kader van bovenstaande Wet Milieubeheer en energiebesparing door bedrijven deze opdracht aan de Omgevingsdienst NZKG ook te verruimen richting het sluiten van winkeldeuren bij gebruik van airco’s of verwarming, het tegengaan van open koelvitrines en mogelijke andere energiebesparende maatregelen? Zo ja, is het college bereid om dit te doen? Zo nee, waarom niet?

Indiener(s),

J.M. Krom


[1] Beleidskader Verlichting 2017, p.50.


[1] Uitslag stelling: ’Winkeldeur dichthouden’ | Wat U Zegt | Telegraaf.nl.

[2] Aanvullende schriftelijke vragen van het lid Heinhuis (10 augustus jl.); schriftelijke vragen van de leden Heinhuis, Nadif en Hofland (16 juni jl.).

[3] Beleidskader Verlichting 2017, p.50.