Wilde dieren in het circus


5 januari 2012

Nadat de fractie van de Partij voor de Dieren Amsterdam een brief had gestuurd aan de sponsoren van het Koninklijk Theater Carré, waarin zij de sponsoren oproept Carré aan te spreken op zijn keuze voor een programma met wilde dieren, verscheen de brief ‘Wilde dieren in het circus’ op de website van Theater Carré (link).

In deze brief wijst Carré de fysieke mishandeling van dieren voor vermaak zoals dat vroeger gebeurde af (“Het eerste optreden met wilde dieren was uiterst dieronvriendelijk”), en juicht hij het huidige vermaak met dieren in circussen toe. Nieuwe dressuurmethoden en grotere kooien hebben voor een nieuw tijdperk gezorgd waarbij er in plaats van dwang en angst, een bijna magische vertrouwensband is ontstaan tussen mens en dier. Carré toont zichzelf een waar theater, dat zijn publiek graag mooie sprookjes vertelt en er zelf nog in lijkt te geloven ook.

Helaas is de werkelijkheid anders. Circussen zijn ook anno 2012 geen plek voor wilde dieren. We zullen de argumenten in het sprookje van Carré stap voor stap vertalen naar de werkelijkheid.

Argument 1: Het is heel normaal dat mensen dieren laten optreden voor het plezier van mensen, want dat is altijd al zo geweest.
“De mens heeft al sinds de prehistorie dieren in zijn leefomgeving gehad. Voor onze jaartelling werd er ook al opgetreden met gedresseerde dieren.”

Lang geleden was het ook normaal in circussen om mensen met afwijkingen te vertonen voor vermaak, maar voortschrijdend inzicht en mededogen heeft ertoe geleid dat we dat nu niet meer acceptabel vinden. Zo zijn er tal van zaken die we vroeger wellicht normaal vonden, maar waarvan we inmiddels inzien dat het achterhaald is. De Partij voor de Dieren is van mening dat vermaak ten koste van wilde dieren ook niet meer van deze tijd is.

Argument 2: Van vangst uit het wild is geen sprake meer, alle circusdieren komen uit fokprogramma’s. Van echte wilde dieren is dus geen sprake.
“Inmiddels hebben we te maken met 6e of 7e generatie dieren die in ‘gevangenschap’ zijn geboren. Echt ‘wild’ zijn de dieren dus al lang niet meer. De circusdieren zijn ‘geboren tussen’ de mensen.”

Of circusdieren zijn ‘geboren tussen de mensen’ of in het wild, maakt voor hun natuurlijke behoeften niet veel uit. Hun soorteigen gedrag is erfelijk bepaald en alle wilde dieren hebben de natuurlijke drang om dit soorteigen gedrag te vertonen. Het opgroeien in gevangenschap verandert de genetische eigenschappen van de dieren niet. Dit soorteigen gedrag verandert pas na domesticatie van vele generaties lang en vereist selectieve en gecontroleerde voortplanting.
Overigens klopt de bewering niet dat dieren in circussen al een 6e of 7e generatie van dieren in gevangenschap zijn. Bij tellingen in de winter van 2011 (de periode van de Kerst- en Winter circussen) in Nederland bijvoorbeeld, bleken 20 van de 21 circusolifanten afkomstig uit het wild.

Argument 3: Er is geen sprake van angst en dwang en voor de kunstjes die de dieren uitvoeren wordt gebruik gemaakt van natuurlijk gedrag.
“Dwang en het inboezemen van angst bij het dier hebben plaatsgemaakt voor het opbouwen van een vertrouwensband tussen mens en dier en het belonen van het gedrag.“

Het temmen en dresseren van wilde dieren voor nieuwe optredens gebeurt achter gesloten deuren. Dat hierbij nog steeds geweld wordt gebruikt is vaak vastgelegd op film. Ook zijn er getuigenverklaringen van voormalig circusmedewerkers die dit bevestigen. Tijdens het onderzoek in opdracht van het Ministerie in 2009, werden de onderzoekers in alle gevallen geweigerd bij de trainingen. Daardoor zijn de beweringen over trainingen op basis van een vertrouwensband niet alleen tot op heden onbewezen, het is ook nog eens verdacht.

Tijdens voorstellingen worden dwangmiddelen gebruikt zoals een zweep bij tijgers en leeuwen, en een zogenaamde olifantenhaak bij de olifanten. De onderzoekers namen angst waar van de dieren tijdens de voorstelling en concludeerden daaruit dat training op basis van dominantie gebeurt. Dit spreekt eigenlijk ook voor zich: Als er geen sprake zou zijn van dwang en angst, maar van een vertrouwensband, zou een zweep of olifantenhaak niet nodig zijn. Wat ook voor zich spreekt, is dat een olifant die een handstand doet of op een krukje zit, niks met natuurlijk gedrag te maken heeft. Net zo min als een tijger die door een hoepel springt.

Argument 4: Dieren worden niet mishandeld, want de dompteurs houden van hun dieren.
“De dompteurs behandelen de dieren als hun eigen kinderen. Leeuwen in het wild worden meestal zo’n dertien tot zestien jaar oud. In circussen leven ze langer, soms wel tot vijfentwintig jaar.”

De dompteurs houden ongetwijfeld van hun dieren. Maar dit is geenszins een argument of bewijs dat de dieren het dus ook goed hebben in een circus. Een leeuw zit er niet op te wachten om als een mensenkind behandeld te worden. Een leeuw moet als een leeuw behandeld worden. Dat een dier in gevangenschap langer leeft, zegt ook niks over het welzijn van het dier. Wanneer je een kind levenslang opsluit op zijn kamer, zal hij ook niet het risico lopen jong te sterven door een ongeluk. Maar toch vinden we dat hier sprake is van mishandeling.

Argument 5: Wilde dieren hebben alle ruimte om vrijuit te leven in het circus.
“Het dierenwelzijn staat hoog in het vaandel bij de meeste circusondernemers. De dompteurs van de wilde dieren gebruiken helemaal geen kleine kooien. Zoals de broers Martin en Alex Lacey: zij hebben een grote buitenkooi van 10 bij 18 meter, waarin de dieren vrijuit kunnen leven.”

De buitenkooi van 10 bij 18 meter biedt dus 180m2 voor 16 leeuwen. Vergeleken met het territorium van een wilde leeuw (tussen de 20.000.000 tot 400.000.000 m2) groot, kun je je afvragen wat vrijuit leven dan precies betekent. Springen en rennen zit er ook niet in, met één sprong is de leeuw al aan de andere kant van zijn verblijf. Waar ook nog 15 andere leeuwen in zitten.
Overigens is de genoemde kooi van de gebroeders Lacey een uitzondering in Nederland. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat leeuwen in Nederland gemiddeld 99-100% van de tijd opgesloten zitten in een transportwagen, tussen 3,75m2 en 10m2 groot.

Argument 6: Carré vindt dierenwelzijn belangrijk. Ze werken dan ook alleen met artiesten die zich volledig houden aan alle Nederlandse en Europese wetten met betrekking tot dierenwelzijn.
“Het dierenwelzijn staat hoog in het vaandel bij de meeste circusondernemers. Zo werkt de circusbranche in heel Europa samen aan het opstellen van een uitgebreide set regels en voorschriften betreffende het houden van dieren.”

Aangezien er in Nederland en in Europa nog geen specifieke wetgeving bestaat voor dieren in circussen, zegt dit niet zoveel. Wilde dieren mogen in kleine kooien gehouden worden, giraffes worden gedwongen te liggen tijdens transport (wat ze in de natuur nooit langer dan 15 minuten doen), olifanten worden gemiddeld zo’n 17 uur per dag kruislinks aan voor- en achterpoot geketend, of zonder soortgenoten gehouden terwijl het zeer sociale dieren zijn, transporten duren meer dan 13 uur, terwijl minder dan een kwart van deze tijd echt gereden wordt. En dit is allemaal toegestaan. Dus dat het mag, wil niet zeggen dat dierenwelzijn gegarandeerd is. En dat Carré de lat niet hoger legt, bewijst dat het theater dierenwelzijn niet hoog in het vaandel heeft.

Argument 7: Dierenmishandeling komt helemaal niet meer voor in circussen in Europa. Dierenrechtenorganisaties bezwaren zich alleen op ethische bezwaren.
“Als rond 2005 op basis van uitgebreid onderzoek duidelijk wordt dat dierenmishandeling in Europa niet in circussen voorkomt, wordt door dierenrechtenorganisaties de term ‘dierenwelzijn’ geïntroduceerd. Hiermee willen zij aangeven dat het welzijn van dieren bij circussen in het geding zou zijn en er dus tóch sprake is van dierenmishandeling.”

Dat dierenmishandeling in circussen in Europa ook na 2005 nog voorkomt, is afgelopen jaar nog bewezen. In maart werden in Engeland undercover beelden gemaakt van de mishandeling van olifant Annie (link). Maar ook in een circus waar dieren niet fysiek mishandeld worden, komt hun welzijn in het geding. Dat komt doordat het dier in een onnatuurlijke en ongeschikte omgeving gehouden wordt, continu moet reizen in kleine transportwagens, geen natuurlijk gedrag kan vertonen, in het geheim getraind wordt en kunstjes uit moet voeren in een tent vol mensen en lawaai. Vermaak ten koste van dieren is inderdaad ethisch verwerpelijk en niet meer van deze tijd.

Argument 8: Andere partijen vinden ook dat wilde dieren in het circus thuishoren
“Als reactie op de rapporten ‘De intrinsieke waarde van dieren in performancepraktijken’ en ‘Welzijn van dieren in reizende circussen in Nederland’ schrijft de toenmalige Minister van Landbouw,
Natuur en Voedselkwaliteit, mevrouw G. Verburg, op 27 juli 2009 het volgende: “Alles tegen elkaar afwegende wil ik dieren, in principe ook wilde dieren, toestaan in circussen, mits het welzijn van de (wilde) dieren voldoende gewaarborgd wordt”.”

Interessant is dat mevrouw Verburg naar aanleiding van de genoemde rapporten regelgeving op wilde stellen, omdat het welzijn van de dieren op het moment van het onderzoek nog niet voldoende gewaarborgd werd. Die regelgeving is er tot op heden echter niet gekomen. Het is wellicht interessanter om ook uit de rapporten zelf te citeren. De Partij voor de Dieren vindt de volgende citaten bijvoorbeeld ook het noemen waard.

Uit ‘De intrinsieke waarde van dieren in performancepraktijken’:
“Is een wild circusdier gemakkelijk terug te plaatsen in een meer natuurlijke omgeving, dan vereist het principe van intrinsieke waarde dat zo’n dier inderdaad wordt teruggeplaatst. Dat kan een
dierentuin zijn, een wildpark en (heel misschien) de vrije natuur, afhankelijk van de soortspecifieke en individuele kenmerken van het dier.”

En uit Welzijn van dieren in reizende circussen in Nederland’:
“Om het welzijn van alle dieren in circussen in de toekomst veilig te kunnen stellen, bevelen wij aan om wettelijke regelgeving op te stellen waarin minimumeisen voor het houden en gebruiken van dieren in circussen zijn vastgelegd, met inbegrip van eisen aan de veiligheid voor mens en dier en eisen aan de dieradministratie.”

De Partij voor de Dieren roept Carré op om niet langer tijd en energie te investeren in het vertellen van sprookjes over wilde dieren in circussen, maar om voor het Kerstcircus van 2012 een show samen te stellen die gegarandeerd vrij is van dierenleed voor menselijk vermaak. Alle dierloze acts van het Kerstcircus van deze winter hebben bewezen volwaardig en boeiend te zijn en acts met wilde dieren volstrekt overbodig te maken. Er is geen enkele reden om vast te houden aan oude en verwerpelijke tradities en gewoontes.

[plugin news default "circus"]

[plugin vragen null "circus"]

[plugin moties null "circus"]