Reactie op Begroting, tijdens Staat van de Stad


12 oktober 2010

Woensdag 6 oktober vond op het stadhuis de Amsterdamse versie van Prinsjesdag plaats: “de Staat van de Stad”. Het college van burgemeester en wethouders en de raadsleden kwamen bij elkaar voor de presentatie van de begroting voor het nieuwe jaar. De burgemeester, Eberhard van der Laan, gaf als eerste zijn visie op hoe de stad er nu voor staat, waarna de begroting werd gepresenteerd door Lodewijk Asscher, de wethouder van financiën. Na deze presentatie gaven alle partijen uit de raad hun kijk op hoe de stad er voor staat.

De burgemeester sprak met trots over Amsterdam en de veerkracht van de Amsterdammers: “Deze stad gaat over zelfvertrouwen, creativiteit, solidariteit en kansen.” En die trots en veerkracht zal volgens hem de komende jaren ook hard nodig zijn. Er moet namelijk flink bezuinigd gaan worden. Komend jaar zal 83 miljoen euro moeten worden bespaard, oplopend naar ruim 208 miljoen structureel vanaf 2014, zo vertelde wethouder Asscher. En bezuinigen doet pijn. De helft van de totale bezuinigingen zal uit de gemeentelijke organisatie gehaald moeten worden. Maar “minder geld moet niet verward worden met minde ambitie”, aldus Assccher

In zijn reactie op de begroting noemde Robert Flos van de VVD zichzelf “de Dion Graus van de VVD Amsterdam”. Hij was erg blij met de aangekondigde landelijke plannen voor de “aanpak van dierenmishandeling, de 500 Animal Cops en 1-1-4 Red een Dier.” Helaas kon de PvdD niet delen in zijn enthousiasme. Bij aanstelling van het college waren wij nog blij dat er een wethouder was geïnstalleerd met dierenwelzijn in zijn portefeuille, Eric van der Burg. Dit enthousiasme was van korte duur. Want, zo stelde ons raadslid Johnas van Lammeren: “… deze sociale stad, met een wethouder dierenwelzijn, heeft het woord dierenwelzijn slechts 1 keer opgenomen in haar akkoord.” In het programma akkoord van de stad staan onder dit woordje ‘dierenwelzijn’ twee doelstellingen. Ten eerste dat er extra aandacht komt voor het opleiden van een aantal gemeentelijke handhavers die toezicht houden op de naleving van regels voor dierenwelzijn en ten tweede dat er kostendekkende tarieven moeten komen voor de Dierenambulance en het Dierenopvangcentrum Amsterdam, tenminste voor de wettelijk verplichte opvangtermijn van 14 dagen. Voor beide doelstellingen is echter geen geld beschikbaar gemaakt. Van Lammeren: “… derhalve vraag ik mij dan ook af, hoe het kan dat in deze begroting de schamele ambitie op dierenwelzijn vanuit het programma akkoord niet eens gewaarborgd is.”


Van Lammeren is wel blij met het voornemen van het college om het gat kleiner te maken tussen het bedrag dat we uitgeven om dieren op te sluiten, en zwerfdieren of dieren in nood op te vangen. Artis, de dierentuin die van Lammeren “een soort moderne Ark van Noach” noemt, krijgt de komende jaren nog maar 5,5 miljoen euro “om dieren levenslang op te sluiten”. De 1,2 miljoen die de gemeente uitgeeft aan dierenwelzijn steekt hier wat schraal bij af. Van Lammeren: “Het zou zo een mooie geste en daad van ambitie zijn geweest als u de bezuiniging op Artis ter beschikking had gesteld aan dierenwelzijn. Maar helaas….”. In plaats daarvan zal Artis een eenmalige compensatie van 900.000 euro ontvangen. De PvdD ziet dit geld liever naar dierenwelzijnsorganisaties gaan die meer in het belang van dieren werken. Ook kan het gebrek aan een overkoepelende opvang van dieren door Artis worden opgevangen wanneer we inzien dat “in Artis geen grote roofdieren horen of vierhonderd soorten parkieten”, aldus van Lammeren.


Dit voorbeeld laat zien dat ook zonder de inzet van al te veel middelen, maar met creativiteit en daadkracht, de situatie op het gebied van dieren, natuur en milieu verbeterd kan worden. Dit geldt ook voor de doelstelling van Amsterdam om de uitstoot van CO2 naar beneden te brengen. Van Lammeren stelt voor nog deze maand de Meatfree Monday en Fishfree Friday aan de Amsterdammers te introduceren door middel van een gemeentelijke campagne waarin de gemeente haar inwoners stimuleert ten minste één dag in de week geen vlees en vis te eten. Natuurlijk zal het gemeentebestuur zelf het goede voorbeeld moeten geven. Van Lammeren: “Ja, daar is moed voor nodig, maar meer moed zal nodig zijn als u als u over 20 jaar zal moeten toegeven dat u wist dat het niet goed ging met de CO2 uitstoot, en dat u er stond en dat u er naar keek. Laat staan dat u zich iets heeft aangetrokken van het dierenleed op uw bord.”


Al met al lijkt er weinig over te blijven van de ambities van het nieuwe college aangaande dierenwelzijn. In verband met het armoedebeleid stelde Asscher dat de huidige economische en financiële toestand van de stad niet afgewenteld mag worden op de allerzwaksten. De Partij voor de Dieren zal er voor waken dat de allerzwaksten, wat ons betreft de dieren, niet de dupe zullen worden van de aangekondigde bezuinigingen en de gemeente dierenwelzijn wel degelijk op de agenda houdt!

[plugin news default "begroting"]