Schrif­te­lijke vragen inzake vroeg­sig­na­lering en het snel oppakken van meldingen van huiselijk geweld en kinder­mis­han­deling


In 2019 bleek uit onderzoek gepubliceerd in Trouw (1) dat het vaak niet lukt om meldingen van huiselijk geweld en kindermishandeling op tijd in te schatten en te onderzoeken. Binnen de regio Amsterdam-Amstelland werd maar tussen de 50% en 80% binnen de wettelijke termijn van 10 weken afgehandeld. Dit had ook te maken met een nieuwe meldcode en een nieuwe werkwijze.

De instroom van het aantal meldingen blijft elk jaar fors stijgen, een ontwikkeling die zich in 2019 ook heeft voortgezet (2). Vragenstelster vindt het belangrijk dat mensen die een onveilige situatie melden snel hulp kunnen verwachten. Omdat het gaat om mensen en dieren die zich in een onveilige, kwetsbare situatie bevinden heeft zij de volgende vragen aan het college.

Gezien het vorenstaande stelt ondergetekende, namens de fractie van de Partij voor de Dieren, op grond van artikel 45 van het Reglement van orde voor de raad van Amsterdam, de volgende schriftelijke vragen:

1. Wat is op dit moment het percentage van meldingen van huiselijk geweld en kindermishandeling dat binnen de wettelijke termijn wordt onderzocht? Voldoet Veilig Thuis Amsterdam-Amstelland hiermee aan de wettelijke normen? Zo nee, waarom niet?

2. Hoe wordt prioriteit gegeven aan de aanpak van wachtlijsten en wettelijke doorlooptijden bij Veilig Thuis Amsterdam-Amstelland? Welke doelen zijn daar aan gekoppeld? Hoe lang is de gemiddelde wachtlijst en doorlooptijd nu?

3. Is de capaciteit van Veilig Thuis Amsterdam-Amstelland voldoende om de meldingen van huiselijk geweld en kindermishandeling op tijd op te pakken? Zo nee, welke oplossing wordt hiervoor gezocht?

4. Vindt er nog werving van nieuw personeel plaats? Hoe wordt de kwaliteit aan kennis en ervaring geborgd in de organisatie van Veilig Thuis Amsterdam-Amstelland?

Toelichting door vragenstelster:

In 2020 gaat een nieuwe Regioaanpak Huiselijk Geweld en Kindermishandeling van start. In beantwoording op eerder gestelde schriftelijke vragen van de Partij voor de Dieren is toegezegd (3) dat in de voorbereiding van deze nieuwe regioaanpak de signalerende functie van medewerkers van woningcorporaties aandacht zou krijgen, evenals andere beroepsgroepen die eenzelfde rol kunnen vervullen in vroegsignalering van huiselijk geweld, kindermishandeling en dierenmishandeling. Hierbij zou ook het project Safe at home bestudeerd worden.

5. Heeft het gesprek tussen de gemeente en de woningbouwcorporaties over het project Safe at Home inmiddels plaatsgevonden? Zo nee, waarom niet? Zo ja, is het college van plan om samen te werken aan een plan hoe onderhoudsmedewerkers getraind kunnen worden? Graag een reactie.

6. Zijn er gesprekken gevoerd met andere beroepsgroepen die een rol kunnen spelen in de vroegsignalering van huiselijk geweld, kindermishandeling en dierenmishandeling?

Toelichting door vragenstelster:

Op 17 mei 2019 werd een motie (4) van de Partij voor de Dieren aangenomen om bij huiselijk geweld uitkeringen sneller over te zetten naar het slachtoffer. In de tweede helft van 2019 zou de Blijf Groep Amsterdam deelnemen aan een landelijk experiment hierover, in samenwerking met de Belastingdienst en de Sociale Verzekeringsbank.

1. https://www.trouw.nl/samenleving/hulp-na-huiselijk-geweld-laat-te-lang-op-zichwachten~
ad46fe1d/
2. Halfjaarsrapportage eerste half jaar 2019 Veilig Thuis
3 1376.18.Schriftelijke vragen van het lid Bloemberg-Issa inzake het herkennen van signalen van
huiselijk geweld door onderhoudsmedewerkers van woningcorporaties
4 Motie nr. 496.19

Antwoorddatum: 31 mrt. 2020

1. Wat is op dit moment het percentage van meldingen van huiselijk geweld en kindermishandeling dat binnen de wettelijke termijn wordt onderzocht? Voldoet Veilig Thuis Amsterdam-Amstelland hiermee aan de wettelijke normen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Bij alle meldingen die bij Veilig Thuis binnenkomen, wordt de mate van onveiligheid beoordeeld. Met deze veiligheidsbeoordeling wil Veilig Thuis zicht krijgen op de veiligheid van directbetrokkenen. Vervolgens wordt een besluit genomen over bij welke instelling of professional de verantwoordelijkheid wordt belegd voor het nemen van de vervolgstappen. Veilig Thuis baseert deze besluiten op de inhoud van de melding, op de beschikbare informatie uit eigen systemen en eventuele verkregen informatie vanuit andere bronnen zoals contact met directbetrokkenen. Alle meldingen die bij Veilig Thuis binnenkomen, worden direct beoordeeld op spoed. Alle meldingen waarbij sprake is van spoed worden binnen twee uur opgepakt en kennen geen wachttijd.

Waar geen sprake is van spoed, geldt een wettelijke termijn van vijf werkdagen, waarbinnen Veilig Thuis de veiligheid beoordeelt en een besluit neemt over het vervolg. Zoals ook uit de halfjaarsrapportage Veilig Thuis over de tweede helft van 2019 blijkt werd gemiddeld 39% van de veiligheidsbeoordelingen genomen binnen de wettelijke termijn.

In sommige gevallen is het noodzakelijk dat Veilig Thuis verantwoordelijk blijft. Veilig Thuis zet dan zelf een dienst in. Vanaf begin 2019 kent Veilig Thuis twee diensten: de dienst Voorwaarden en Vervolg en de dienst Onderzoek. Ook bij de dienst Voorwaarden en Vervolg en de dienst Onderzoek wordt de wettelijke termijn niet in alle gevallen gehaald. Gemiddeld wordt in de tweede helft van 2019 in 54% van de gevallen de dienst binnen de wettelijke termijn van 10 weken na veiligheidsbeoordeling afgerond.

In 2019 was de instroom weer (flink) hoger dan in het jaar daarvoor, bijna 20 procent. Tegelijkertijd is, ondanks het voortdurend werven en aannemen van personeel, het benodigde aantal fte niet behaald. Dit betekent dat het werk in 2019 met te weinig personeel is gedaan. Dat verklaart voor een groot deel de opgelopen doorlooptijden en de ervaren werkdruk.

2. Hoe wordt prioriteit gegeven aan de aanpak van wachtlijsten en wettelijke doorlooptijden bij Veilig Thuis Amsterdam-Amstelland? Welke doelen zijn daar aan gekoppeld? Hoe lang is de gemiddelde wachtlijst en doorlooptijd nu?

Antwoord:
U heeft eerder al de halfjaarsrapportage Veilig Thuis tweede helft 2019 ontvangen, die oorspronkelijk geagendeerd was voor de vergadering van de raadscommissie ZJS op 27 februari 2020.
Zoals ook uit de halfjaarsrapportage blijkt is het aantal werkdagen tot de veiligheidsbeoordeling is in de tweede helft van 2019 gemiddeld 14 dagen. De wettelijke termijn van de dienst Voorwaarden en vervolg en de dienst Onderzoek is 10 weken vanaf de veiligheidsbeoordeling tot de afronding van de dienst.
Gemiddeld wordt de helft van de ingezette diensten binnen de wettelijke termijn afgerond. Ondanks de genomen maatregelen in de tweede helft van 2019 zijn de doorlooptijden bij Veilig Thuis onvoldoende verbeterd, zie ook het antwoord bij vraag 1. We zetten daarom in op drie oplossingsrichtingen:
1. toename personeel bij Veilig Thuis;
2. onderzoek naar verbetering werkproces front office;
3. doorontwikkeling van de samenwerking in de keten.

3. Is de capaciteit van Veilig Thuis Amsterdam-Amstelland voldoende om de meldingen van huiselijk geweld en kindermishandeling op tijd op te pakken? Zo nee, welke oplossing wordt hiervoor gezocht?
4. Vindt er nog werving van nieuw personeel plaats? Hoe wordt de kwaliteit aan kennis en ervaring geborgd in de organisatie van Veilig Thuis Amsterdam-Amstelland?


Antwoord vragen 3 en 4:
In 2019 is de werving van nieuw personeel onverminderd doorgezet. Gemiddeld had Veilig Thuis in 2019 115 fte in dienst. Per 31 december 2019 is er 119 fte in dienst bij Veilig Thuis. Er zijn in 2019 30 nieuwe medewerkers aangenomen. Daar staat tegenover dat 13 medewerkers zijn vertrokken. Tevens zijn er in de periode september – december 2019 tijdelijk vier medewerkers van BMC ingehuurd.

Het algemeen en dagelijks bestuur van de GR heeft in het najaar van 2019 besloten dat Veilig Thuis door kan groeien naar 130 fte in 2020. Er wordt de komende maanden volop ingezet op de verdere werving en het inwerken van nieuw personeel. De invulling van vacatures gaat gestaag voort, al wordt de spoeling in de loop der tijd dunner. Daarnaast kost de werving tijd en zijn nieuwe medewerkers niet direct productief. Zij volgen een intensief inwerktraject dat ook weer een belasting is voor de medewerkers op de werkvloer.

5. Heeft het gesprek tussen de gemeente en de woningbouwcorporaties over het project Safe at Home inmiddels plaatsgevonden? Zo nee, waarom niet? Zo ja, is het college van plan om samen te werken aan een plan hoe onderhoudsmedewerkers getraind kunnen worden? Graag een reactie.

Antwoord:
Het college heeft in de eerdere beantwoording van de schriftelijke vragen van raadslid Bloemberg-Issa op 18 december 2019, aangegeven de conclusies van het onderzoek naar Safe at Home te bestuderen en te kijken naar de rol van woningcorporaties in het signaleren van huiselijk geweld en kindermishandeling. Ook is in de beantwoording aangegeven dat de aandacht voor het signaleren van huiselijk geweld en kindermishandeling door woningcorporaties opgenomen wordt in de Regioaanpak Huiselijk geweld en Kindermishandeling 2020-2025, ‘Veiligheid voor elkaar’. Deze aanpak is nog in ontwerp: de ambitie en speerpunten zijn in afronding.

Hierbij worden uitvoeringsagenda’s ontworpen per regiogemeente. Bij deze uitvoeringsagenda’s zullen de woningcorporaties worden betrokken. Voor de regioaanpak is schriftelijke input bij u opgehaald.

6. Zijn er gesprekken gevoerd met andere beroepsgroepen die een rol kunnen spelen in de vroegsignalering van huiselijk geweld, kindermishandeling en dierenmishandeling?

Antwoord:
Met diverse beroepsgroepen zijn gesprekken gevoerd, niet alleen over vroegsignalering, maar (juist) ook over de mogelijkheden voor deze beroepsgroepen om het gesprek over veiligheid aan te gaan en betrokkenen te helpen met het vinden van de weg naar hulp. Zo zijn in 2019 vier stedelijke bijeenkomsten georganiseerd over de verbeterde Meldcode, door de gemeente in samenwerking met de belangenorganisatie voor de kinderopvang BOINK. Deze bijeenkomsten zijn bezocht door honderden leerkrachten uit het primair en voortgezet onderwijs.

Ook jongerenwerkers hebben een belangrijke signalerende rol. Samen met het OKT en een expert met forensische GGZ-expertise wordt een training opgezet ten behoeve van deskundigheidsbevordering. In het kader van de verbeterde Meldcode is door het Rijk een zogenoemde Meldcodetour georganiseerd voor diverse beroepsgroepen. In overleg met het Rijk heeft deze tour zich in Amsterdam toegespitst op aandachtsfunctionarissen meldcode bij de organisaties voor Hulp bij Huishouden, met een focus op ouderenmishandeling. Naar aanleiding van het succes van deze bijeenkomsten worden deze in 2020 ingezet voor aandachtsfunctionarissen bij alle vormen van ambulante ondersteuning (WMO).

In het kader van de verdere uitwerking van de Regioaanpak Huiselijk geweld en Kindermishandeling 2020-2025, ‘Veiligheid voor Elkaar’, zullen dit voorjaar gesprekken worden gevoerd met professionals uit verschillende beroepsgroepen, die in contact staan met kwetsbare kinderen, ouders en ouderen. Ook hier staat niet alleen het signaleren, maar juist ook het handelen centraal. Deze gesprekken zullen leiden tot concrete projecten (voorlichtingen, trainingen) voor deze beroepsgroepen. Het gaat hierbij onder andere om professionals die werkzaam zijn in de Jeugdgezondheidszorg, volwassen GGZ, het onderwijs en de kinderopvang en – zoals in vraag 5 aangegeven – de woningcorporaties.

Veilig Thuis heeft een aantal aandachtsfunctionarissen dierenmishandeling. De afgelopen jaren zijn zij aanwezig geweest bij bijeenkomsten die georganiseerd worden vanuit de gemeente. Ook is er waar nodig contact met de dierenbescherming en wordt informatie onderling uitgewisseld. Deze aandachtsfunctionarissen zullen worden betrokken bij het inrichten van de concrete projecten (voorlichtingen, trainingen) voor bovengenoemde beroepsgroepen.

Toelichting door vragenstelster:
Op 17 mei 2019 werd een motie4 van de Partij voor de Dieren aangenomen om bij huiselijk geweld uitkeringen sneller over te zetten naar het slachtoffer. In de tweede helft van 2019 zou de Blijf Groep Amsterdam deelnemen aan een landelijk experiment hierover, in samenwerking met de Belastingdienst en de Sociale Verzekeringsbank.

7. Is er al meer bekend over de ervaringen hierover?

Antwoord:
De Nationale ombudsman, het Toezicht Sociaal Domein en de commissie-Lenferink hebben in verschillende rapporten knelpunten in kaart gebracht die zich voordoen bij de opvang van slachtoffers van huiselijk geweld. Op basis van het advies wordt er op dit moment op verschillende plekken in het land gewerkt aan knelpunten gerelateerd aan schulden en financiële zelfredzaamheid van vrouwen. De focus ligt op het vinden van oplossingen voor het sneller verstrekken van een aantal uitkeringen en toeslagen, zoals de kinderbijslag, het kindgebondenbudget en de kinderopvangtoeslag. Blijf Groep heeft bijgedragen aan het ontwerpen van de verschillende experimenten, maar heeft uiteindelijk niet zelf hieraan. Het experiment in de regio’s Gelderland-Zuid en Arnhem- betreft een pilot waarin de Sociale Verzekeringsbank (SVB), Belastingdienst en Moviera onderzoeken of het proces van het stopzetten en opnieuw aanvragen van de kinderbijslag en het kindgebondenbudget kan worden versneld. Deze pilot is nog in verkennende fase en heeft nog geen effect voor cliënten teweeg gebracht. De komende maanden wordt door de VNG, met financiering van het ministerie van VWS, een projectleider aangesteld die gemeenten en vrouwenopvangorganisaties ondersteunt in de aanpak van de genoemde knelpunten. Wanneer de uitkomsten van dit experiment bekend zijn, die zullen leiden tot een landelijke werkwijze, zal het college u hierover informeren.