Schrif­te­lijke vragen inzake het faci­li­teren van de groei van data­centers in Amsterdam en omgeving


Indiendatum: 12 nov. 2020

Wereldwijd is er een toename van het dataverbruik, met als gevolg de groei van datacenters. Met name Amsterdam heeft een grote aantrekkingskracht op datacenters. Meer dan 68 procent van de oppervlakte aan Nederlandse datacenters ligt rond Amsterdam. De groei van datacenters wordt gemeten in MegaVolt Ampère (MVA), in termen van energiegebruik dus. De Metropool Regio Amsterdam gaat uit van een groei van 2500 (MVA). Het opgeteld vermogen van de bekende projecten binnen de gemeente Amsterdam bedraagt in totaal 318 MW. In regionaal verband is (voorlopig) afgesproken dat de gemeente Amsterdam gemiddeld 67 MW p/j aan nieuwe datacenters en/of uitbreidingen faciliteert tot 2030. Meer dan een verdubbeling dus.[1]

De hoeveelheid ruimte, energie en water die er nodig is om deze groei te faciliteren kan leiden tot problemen voor ruimtelijke inpassing zowel boven als ondergronds. Ook kan het leiden tot problemen met betrekking tot het halen van de klimaatdoelstellingen, en mogelijk een tekort aan schoon drinkwater tijdens droge periodes. Er zitten dus ook flinke consequenties aan het willen faciliteren van de groei van datacenters, een praktijk die in de verste verte niet past binnen de circulaire ‘donut’ economie waar dit college voorstander van is. Het is wat vragensteller betreft helemaal niet vanzelfsprekend dat Amsterdam deze uitbreiding zou moeten faciliteren. Bovendien is het de vraag in hoeverre hier democratische controle en invloed op uit te oefenen is, bijvoorbeeld vanuit de gemeenteraad. De Partij voor de Dieren maakt zich zorgen over deze ontwikkeling, en wil meer inzicht in de gevolgen als de voorgenomen groei doorzet.

Gezien het vorenstaande stelt ondergetekende, namens de fractie van de Partij voor de Dieren, op grond van artikel 45 van het Reglement van orde voor de raad van Amsterdam, de volgende schriftelijke vragen:

  1. Is dit college van mening dat het vanzelfsprekend is dat de gemeente Amsterdam een bijdrage levert aan het faciliteren van de groei van datacenters? Zo ja, graag een toelichting waarom dit het geval is. Zo nee, hoe staat het college hier dan in?

  2. Is het besluit van de Metropoolregio Amsterdam om 67 MVA per jaar aan
    datacenters te faciliteren aan de raad voorgelegd? Zo ja, wanneer en op welke wijze? Zo nee, waarom is de raad hier niet over geïnformeerd?

  3. Welke overwegingen liggen er ten grondslag aan het voornemen op het faciliteren van 67 MVA per jaar? Heeft hier overleg over plaatsgevonden tussen de MRA en/of andere partners, in welke vorm is dit geweest en welke rol speelt het college hierin?

In meerdere beleidsstukken (Transitievisie Warmte, Routekaart Klimaatneutraal en Vestigingsbeleid datacenters) wordt gesproken over de mogelijkheid om gebruik te maken van restwarmte van datacenters voor het verwarmen van woningen.

4. Is er reeds een voorbeeld uit de praktijk (elders in de MRA of Nederland) waar warmte van datacenters succesvol is toegepast bij woningen? Zo ja, kan het college meer informatie delen hierover? Zo nee, waarom denkt het college dat deze techniek in Amsterdam wel op grote schaal mogelijk is?

Het gebruik van drinkwater voor het koelen van datacenters dient zoveel mogelijk te worden beperkt volgens de Digitaal Vestigingsbeleid Datacenters, maar harde normen worden niet genoemd.

5. Hoeveel drinkwater is er volgens het college nodig voor het koelen van datacenters in de regio en wat gaat het college concreet ondernemen om te voorkomen dat de uitbreiding van datacenters ten koste gaat van de voorraad schoon drinkwater, zeker omdat het in Groningen er al toe heeft geleid dat men op zoek moet naar nieuwe bronnen van schoon drinkwater?[2],[3]

Voor het faciliteren van de groei van datacenters is nieuwe elektriciteits-infrastructuur noodzakelijk. Netbeheerders ‘werken met maatschappelijk geld’.[4],[5] Het aanleggen van deze infrastructuur kost mogelijk tientallen tot honderden miljoenen (op MRA niveau).

6. Wat betekent dit financieel voor de gemeente Amsterdam? Hoeveel betaalt de belastingbetaler in feite mee aan de infrastructuur voor elektriciteit toevoer van datacenters en hoeveel betalen de bedrijven zelf?

7. Heeft het college een overzicht van de specifieke voor- en nadelen aan het faciliteren van datacenter groei?

In de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050 staat dat 21% van de co2 uitstoot wordt veroorzaakt door het elektriciteitsgebruik zakelijke markt.[6]

8. Kan het college aangeven hoeveel hiervan wordt veroorzaakt door het stroomverbruik van datacenters? Wat vindt het college hiervan?

9. Wordt er in de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050 rekening gehouden met de toenemende stroomvraag veroorzaakt door de voorgenomen groei van datacenters t/m 2030? Zo ja, graag een toelichting. Zo nee, waarom niet?

[1] Amsterdam Duurzaam: Digitaal Vestigingsbeleid datacenters gemeente Amsterdam 2020 – 2030

[2] https://datacenterworks.nl/nie...

[3] https://www.drinkwaterplatform...

[4] https://www.youtube.com/watch?v=uQbHhZzAmBo (video webinar)

[5] https://www.metropoolregioamsterdam.nl/wp-content/uploads/2020/05/presentatie-webinar-datacenters-20-mei-def.pdf (powerpoint webinar)

[6] https://www.amsterdam.nl/bestu...


Indiendatum: 12 nov. 2020
Antwoorddatum: 8 dec. 2020

1. Is dit college van mening dat het vanzelfsprekend is dat de gemeente Amsterdam een bijdrage levert aan het faciliteren van de groei van datacenters? Zo ja, graag een toelichting waarom dit het geval is. Zo nee, hoe staat het college hier dan in?

Antwoord: Het college ziet het faciliteren van de groei van datacenters in de gemeente Amsterdam niet als vanzelfsprekend. De uiteindelijke realisatie van nieuwe datacenters zal steeds een afweging zijn op gebiedsniveau en het is niet een gegeven dat deze ruimte voor groei in de periode 2020 – 2030 gerealiseerd zal worden. We zetten in het vestigingsbeleid sterk in op monitoring van de groei, het watergebruik en de impact op het energienet en op de voortgang op aspecten als duurzaamheid, energie-efficiency en het benutten van restwarmte. In het beleid hebben we een tweejaarlijkse evaluatie opgenomen om tijdig te kunnen bijsturen op basis van nieuwe inzichten en voortgang op de bovengenoemde thema’s.

2. Is het besluit van de Metropoolregio Amsterdam om 67 MVA per jaar aan datacenters te faciliteren aan de raad voorgelegd? Zo ja, wanneer en op welke wijze? Zo nee, waarom is de raad hier niet over geïnformeerd?

Antwoord: Op 30 juni 2020 is het concept vestigingsbeleid datacenters door het college van B&W vrijgegeven voor inspraak. De gemeenteraad is hierover in de raadscie.RO van 2 september 2020 over geïnformeerd. In het concept vestigingsbeleid is de ruimte om in de periode 2020 – 2030 met 67 MVA te groeien opgenomen. In de metropoolregio Amsterdam is de ontwikkeling van de regionale datacenterstrategie besproken, het Amsterdamse vestigingsbeleid is hier een bouwsteen van. De besluitvorming over de regionale datacenterstrategie wordt voorzien in het 1e kwartaal van 2021. Het vestigingsbeleid datacenters wordt op 16 december 2020 in de gemeenteraad van Amsterdam behandeld.

3. Welke overwegingen liggen er ten grondslag aan het voornemen op het faciliteren van 67 MVA per jaar? Heeft hier overleg over plaatsgevonden tussen de MRA en/of andere partners, in welke vorm is dit geweest en welke rol speelt het college hierin?

Antwoord: Aan de keuze voor het faciliteren van de groei onder voorwaarden liggen de volgende overwegingen ten grondslag:

· De aanwezigheid van datacenters heeft een positief effect op het (internationale) vestigingsklimaat van Amsterdam (Stratix, 2020). De directe bijdrage aan de economische groei is lastig te bepalen, maar lijkt zich te beperken tot de sector zelf. Het indirecte effect lijkt groter, met positieve effecten op o.a. de ICT-sector en de creatieve sector.

· In het verleden hebben we reeds toezeggingen richting lopende initiatieven gedaan en we zien dat deze in het ontwerpproces reeds de eisen vanuit het nieuwe beleid toepassen, zoals ten aanzien van de ruimtelijke inpassing en het benutten van restwarmte. De realisatie van deze initiatieven geven invulling aan het faciliteren van de groei onder voorwaarden in de komende jaren.

· Er is gekeken naar de verwachte groei van datacenters in de regio MRA en de gemeente Amsterdam en de mogelijkheden om deze groei (deels) op te vangen in de gemeente Amsterdam. De verwachte groei is veel groter dan we kunnen accommoderen op middellange en lange termijn.

· Amsterdam en Haarlemmermeer kunnen op korte en middellange termijn een deel van de groei faciliteren, zodat deze op lange termijn naar een nieuw regionaal cluster van datacenters kan verplaatsen. Om een nieuw cluster te realiseren is tijd nodig, vijf tot zeven jaar, om de ondersteunende energie-infrastructuur en netwerkverbindingen te realiseren.

· Er afstemming is geweest met Liander en Waternet over de ruimte om de groei te kunnen faciliteren in relatie tot de overige opgaven van de stad en regio om aan de ambities ten aanzien van de energietransitie en klimaatadaptatie te kunnen voldoen. De voorziene groei van de datacenters staat de overige opgaven niet in de weg.

· De samenwerking van de gemeente Amsterdam met de sector voor bijvoorbeeld het benutten van de restwarmte en het vergroten van de energie-efficiency (in samenwerking met de AEB, Omgevingsdienst NZKG en het bedrijfsleven) is gericht op het verduurzamen van de sector. We zetten in op een stevige monitoring van de voortgang op duurzaamheid en innovatie in de sector. Indien hierin geen goede stappen worden gezet zal de gemeente Amsterdam het faciliteren van de toekomstige groei herzien. De tweejaarlijkse evaluatie kan hiervoor benut worden.

We hebben in het opstellen van het vestigingsbeleid intensief overleg gehad met Liander en Tennet (impact op het elektranetwerk), Waternet (watergebruik), de gemeenten Haarlemmermeer en Almere, het Rijk, de provincie Noord-Holland en overige gemeenten middels het MRA-overleg, de branchevereniging van datacenters (DDA) en de grotere datacenterpartijen binnen de gemeente Amsterdam, de Omgevingsdienst NZKG en afstemming gehad met de relevante gebieden en diensten binnen de gemeente Amsterdam.

4. Is er reeds een voorbeeld uit de praktijk (elders in de MRA of Nederland) waar warmte van datacenters succesvol is toegepast bij woningen? Zo ja, kan het college meer informatie delen hierover? Zo nee, waarom denkt het college dat deze techniek in Amsterdam wel op grote schaal mogelijk is?

Antwoord: Er zijn in de gemeente Amsterdam, MRA of Nederland nog geen grootschalige gerealiseerde projecten met het benutten van restwarmte van datacenters. Wel zijn er kleinere projecten in Nederland bekend, zoals in de gemeente Aalsmeer waar een zwembad, een basisschool/kinderdagverblijf en plantenbedrijf gekoppeld zijn aan een warmtenet van een datacenter van NL DC. Deze casus is, samen met andere voorbeelden, opgenomen in een rapport van het RVO getiteld: Restwarmte uit datacenters, succesvoorbeelden van nuttig hergebruik van lage temperatuur restwarmte (27 februari 2018). Op dit moment lopen er binnen de gemeente Amsterdam verschillende projecten om de restwarmte te benutten.

- In Science Park wordt gewerkt aan het leveren van restwarmte aan 721 studentenwoningen van DUWO en Rochdale, in het studentencomplex Science Park I. Daarnaast speelt in dit gebied het bewonersinitiatief MeerEnergie om restwarmte van een datacenter op termijn te leveren aan woningen in de Watergraafsmeer.

- Op 18 november 2020 heeft de gemeente Amsterdam afspraken gemaakt met een nieuw te ontwikkelen datacenter in de Haven (Caransa) om de restwarmte aan te sluiten aan het bestaande warmtenet.

- In Amstel III zijn er vergevorderde plannen om bestaande datacenters te koppelen aan het warmtenet om in de toekomstige woningbouw de restwarmte van datacenters te kunnen benutten. Hierover volgt in het 1e kwartaal van 2021 meer informatie.

5. Hoeveel drinkwater is er volgens het college nodig voor het koelen van datacenters in de regio en wat gaat het college concreet ondernemen om te voorkomen dat de uitbreiding van datacenters ten koste gaat van de voorraad schoon drinkwater, zeker omdat het in Groningen er al toe heeft geleid dat men op zoek moet naar nieuwe bronnen van schoon drinkwater?

Antwoord: Waternet geeft aan dat in het vestigingsbeleid datacenters een reeks van voorwaarden is opgenomen om het drinkwaterverbruik voor koeling van datacenters sterk terug te dringen. Zonder dit beleid zou de uitbreiding van datacenters in Amsterdam op middellange termijn een beslag van rond de 5% op de jaarlijks drinkwaterproductie kunnen leggen. Dit komt overeen met ca. 4 miljoen m3 (kubieke meter). De datacenterbranche is in overleg met Waternet naarstig op zoek naar mogelijkheden om de hoeveelheid drinkwater voor koeling te beperken. Hierover is bij de voorbereiding van nieuwbouw intensief contact de initiatiefnemer en Waternet. Men probeert bijvoorbeeld zoveel mogelijk restwarmte uit te koppelen en onderzoekt de mogelijkheden om andere koelbronnen zoals oppervlaktewater of grondwater toe te passen. Waternet geeft aan dat met het nieuwe beleid een instrument in handen om voorwaarden te stellen indien een datacenter alsnog om een drinkwateraansluiting vraagt. Op deze manier kan worden voorkomen dat de drinkwatervoorraad door de uitbreiding van datacenters te klein wordt. Op dit moment heeft de OD NZKG concept beleid in voorbereiding over het al dan niet toestaan van gebruik van grondwater voor de branches glastuinbouw, autowasstraten en datacenters dat in beginsel is verboden in het kader van de Wet milieubeheer en ook verboden is in het huidige vestigingsbeleid van Amsterdam. Als dit zich ook verder ontwikkelt, zal de OD NZKG dat ook met partijen als de provincie, gemeenten, Waternet en andere waterschappen gaan delen.

6: Wat betekent dit financieel voor de gemeente Amsterdam? Hoeveel betaalt de belastingbetaler in feite mee aan de infrastructuur voor elektriciteit toevoer van datacenters en hoeveel betalen de bedrijven zelf?

Antwoord: De netbeheerders zijn wettelijk verantwoordelijk voor het elektriciteitstransport en daarmee voor de realisatie van onderstations en andere onderdelen van het elektriciteitsnetwerk. De kosten hiervan worden gesocialiseerd over alle gebruikers in het verzorgingsgebied, voor de gemeente Amsterdam is dit het verzorgingsgebied van Liander. Voor kleinverbruik via de energierekening van de energieleverancier en voor grootverbruik stuurt de netbeheerder direct een factuur aan de klant. De gemeente Amsterdam betaalt hier dus niet direct aan mee. Daarnaast betalen grootzakelijke klanten zoals datacenters de werkelijke kosten voor een aansluiting. Dit zijn over het algemeen grote aansluitingen (>10MW) waarvoor maatwerk geldt. Ook gelden er periodieke tarieven die grootzakelijke klanten betalen.

7: Heeft het college een overzicht van de specifieke voor- en nadelen aan het faciliteren van datacenter groei?

Antwoord: We hebben in het ontwikkelen van het vestigingsbeleid datacenters geen overzicht opgesteld van specifieke voor- en nadelen van het faciliteren van datacenters. We hebben in het ontwikkelen van het beleid de verschillende aspecten meegenomen, zoals (toekomstige) beschikbaarheid energie, ruimtebeslag en ruimtelijke inpassing, het watergebruik, de economische toegevoegde waarde en bijdrage aan het vestigingsmilieu, het huidig aanwezige ecosysteem van datacenters, de externe milieueffecten (de concentratie van efficiënte datacenters in de MRA-regio leveren elders milieuvoordelen op), ontwikkelingen op het gebied van innovatie, efficiënt energiegebruik en het benutten van restwarmte, de lopende ontwikkelingen binnen de gemeente en het lange termijn perspectief van het faciliteren van groei in de MRA, te weten het ontwikkelen van een nieuw cluster datacenters in de regio. Tevens is meegenomen dat het wegbestemmen van de functie datacenters in bestemmingsplannen een zeer kostbare alternatieve beleidskeuze is gezien de verwachte planschade en in algemene zin het zeer onzeker is wat hiervan de economische impact zou zijn voor de gemeente en de regio Amsterdam. Het is nog een relatief jonge sector waardoor het lastig is hierover uitspraken te kunnen doen.

8: Kan het college aangeven hoeveel hiervan wordt veroorzaakt door het stroomverbruik van datacenters? Wat vindt het college hiervan?

Antwoord: CE Delft heeft een studie gedaan naar de geschatte CO2-uitstoot door datacenters in Amsterdam. Voor de huidige situatie, hiervoor is het peiljaar 2017 gehanteerd ten tijde van vaststellen Routekaart ging het naar schatting om 390 kton CO2-uitstoot gebaseerd op de Systeemstudie Noord-Holland. De genoemde 21% betreft het aandeel van de CO2-uitstoot door het stroomverbruik van de zakelijke markt t.o.v. de totale Amsterdamse CO2-uitstoot. Dit is in totaal 1.060 kton CO2. Bij een uitstoot van datacenters van 390 kton betreft dit dus 37% van de totale uitstoot door het stroomverbruik van de zakelijke markt en dat betekent dat uitstoot datacenters ca. 8% van totale uitstoot van A’dam betreft. Let op: de uitstoot voor de categorie datacenters betreffen schattingen. Ook CE Delft weet niet het precieze stroomverbruik van al deze bedrijven (en de daarmee samenhangende uitstoot. Een ander aandachtspunt is dat datacenters de verplaatsing van datacenters uit bedrijven (migratie) en naar de ‘cloud’ faciliteren in meer efficiënte omgevingen. De consequentie hiervan is wel dat dit positieve milieueffect voor andere gebieden en/of landen tot gevolg heeft dat er meer energieverbruik in de regio Amsterdam neerslaat. Tevens gebruiken datacenters meer dan andere sectoren in de zakelijke markt duurzaam opgewekte energie. Volgens de branchevereniging DDA gebruikt 86% van de leden duurzaam opgewekte energie, wat in theorie betekent dat er geen CO2 uitstoot plaatsvindt.

9: Wordt er in de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050 rekening gehouden met de toenemende stroomvraag veroorzaakt door de voorgenomen groei van datacenters t/m 2030? Zo ja, graag een toelichting. Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Ja, daar is door CE Delft onderzoek naar gedaan en dit is in de Routekaart meegenomen. “De hoeveelheid datacenters kan verder groeien, met een bijbehorende elektriciteitsvraag. We gaan uit van 181 MW vermogen aan huidige datacenters. Tabel 5 in (CE Delft, 2019a; CE Delft, 2019b). Er is nu een tijdelijk moratorium op nieuwe datacenters, maar er is nog geen voorgenomen beleid voor daarna. Daarom zijn we voor 2030 uitgegaan van de Thematische studie elektriciteit Amsterdam (Gemeente Amsterdam ; Liander, 2019). Hierin zijn drie scenario’s opgesteld voor 2050 met groei tot 670 MW (laag), 990 MW (midden), of 1.260 MW (hoog). Voor 2030 hebben we lineaire interpolatie gedaan, wat neerkomt op respectievelijk 344, 451 of 541 MW.” CE Delft is er vanuit gegaan dat een toename in het vermogen van datacenters ook leidt tot een toename van het elektriciteitsverbruik. In werkelijkheid ligt dit mogelijk genuanceerder door verdere efficiency van datacenters. Omdat de opwek van elektriciteit richting 2030 steeds duurzamer wordt (op landelijk niveau), zie je echter dat de CO2-uitstoot door datacenters gaat afnemen.

Let op: ook hier is sprake van onzekerheden, vandaar dat is gewerkt met bandbreedtes.