Schrif­te­lijke vragen inzake het bouwrijp maken van de Lutke­meer­polder


Indiendatum: 9 mrt. 2021


Wethouder van Doorninck, met de portefeuilles Ruimtelijke Ontwikkeling en Duurzaamheid, heeft bekend gemaakt dat de bouw van het distributiecentrum op de laatste biologische akkerbouwgrond van Amsterdam in de Lutkemeerpolder is uitgesteld tot juli. Het nog steeds anonieme bedrijf in de levensmiddelenbranche heeft bij GEM Lutkemeer uitstel gevraagd en gekregen, volgens de wethouder i.v.m. drukte in andere distributiecentra door omstandigheden gerelateerd aan corona. Ondergetekende dringt al lang aan op transparantie en betreurt dat raadsleden nog altijd de reserveringsovereenkomst niet hebben kunnen inzien, waarmee zij gehinderd worden in hun controlerende taak.

De gemeenteraad heeft in december 2018 een motie aangenomen waarin o.a. verzocht wordt “Geen gronden te verharden c.q. bouwrijp te maken, voordat de nieuwe gebruikers bekend zijn, de reserveringsovereenkomsten en de ontwikkeling van die kavels definitief zijn”[i]. In haar bestuurlijke reactie op de motie heeft het college vermeld dat het, gezien de lange doorlooptijd van het bouwrijp maken (ca 1,5 jaar), onwenselijk zou zijn om te wachten met het bouwrijp maken totdat er reserveringsovereenkomsten zijn gesloten[ii]. Echter zou wel in de geest van de motie worden gehandeld en heeft de wethouder vragensteller tijdens een raadsvergadering in juli 2019 gegarandeerd dat “echt hele serieuze interesse” een voorwaarde is voor het bouwrijp maken van kavels[iii].

Tijdens de commissievergadering RO van 3 februari jl. heeft de wethouder aangegeven dat er is begonnen met bouwrijp maken van 11 ha (dus niet alleen de 5,5 ha - zijnde deelgebied 1A en 1C - waarvoor de reserveringsovereenkomst is gesloten), omdat er, naar verwachting, “ook andere reserveringen aankomen”[iv]. Daarnaast zou volgens een berekening van een inspreker niet 11 ha, maar zelfs 17,8 ha bouwrijp zijn gemaakt[v]. Ondergetekende vindt dit opmerkelijk en vraagt daarom opheldering over wat volgens het college nou geldt als “echt hele serieuze interesse” en hoeveel ha er daadwerkelijk bouwrijp is gemaakt.

Gezien het vorenstaande stelt ondergetekende, namens de fractie van Partij voor de Dieren, op grond van artikel 84 van het Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Amsterdam, de volgende schriftelijke vragen:

  1. De GEM Lutkemeer ontwikkelt het bedrijventerrein in 3 fases[vi]. Welke delen (of fases) zijn tot nu toe bouwrijp gemaakt? Welke delen worden momenteel (nog) of naar verwachting binnenkort bouwrijp gemaakt? Om hoeveel ha gaat het precies, waar en wanneer?
  2. Volgens de berekening van een inspreker bij de commissie RO van 3 maart jl. is niet 11 ha bouwrijp gemaakt, maar 17,8 ha. Klopt dit? Zo nee, waarom niet? Zo ja, kan het college uitleggen waarom er 17,8 ha bouwrijp is gemaakt in plaats van de afgesproken maximale 11 ha?
  3. Is het college bereid (opnieuw) te laten berekenen hoeveel ha grond bouwrijp is gemaakt en deze berekening voor te leggen aan de raad? Zo nee, waarom niet?
  4. Hoe rijmt het college de werkzaamheden voor het bouwrijp maken van (de in ieder geval) 11 ha grond met de toezegging dat de gemeente Amsterdam als aandeelhouder in de GEM Lutkemeer B.V. toezicht zal houden op de aanwezigheid van voldoende vraag voordat wordt besloten om een volgend deelgebied bouwrijp te maken[vii]?
  5. Waar baseert de wethouder de verwachte interesse in reserveringsovereenkomsten op? Om wat voor partij of partijen en om hoeveel ha gaat het (per partij)?
  6. Waarom wordt het vermoeden in interesse in reserveringsovereenkomsten als voldoende aanleiding gezien om gronden bouwrijp te maken? Is er sprake van “echt hele serieuze interesse”? Graag een toelichting.
  7. In de bestuurlijke reactie op motie 1395 staat dat deelgebieden niet bouwrijp gemaakt worden zolang er geen zicht is op uitgifte van één of meerdere kavels in het deelgebied. Kan de wethouder aangeven of het inderdaad het geval is dat er ‘zicht is’ op uitgifte van 11 ha aan kavels? Wat houdt ‘zicht hebben op uitgifte’ volgens het college precies in?
  8. Worden akkers zo lang mogelijk behouden voor klimaatadaptatie en biodiversiteit zoals afgesproken naar aanleiding van motie 1394[viii]? Zo nee, waarom niet?
  9. Welke invloed heeft het college bij het sluiten, wijzigen of verlengen van een reserveringsovereenkomst?
  10. De wethouder heeft aangegeven dat de ontwikkeling van zowel bestaande leegstaande bedrijventerreinen als het nieuwe bedrijventerrein in de Lutkemeerpolder nodig is i.v.m. transformatie van binnenstedelijke terreinen en stedelijke groei.
  • a. Heeft het college recentelijk onderzocht of de ontwikkeling van zowel bestaande leegstaande bedrijventerreinen als het nieuwe bedrijventerrein in de Lutkemeerpolder nog ‘nodig’ is in de huidige corona-omstandigheden en post-corona tijd? Zo nee, is het college bereid dit nog te doen?
    b. Op welke manier wordt invulling gegeven aan andere locaties die ruimte hebben voor distributiecentra (hierbij valt te denken aan leegstand in Westpoort of gebieden in de buurt van de Lutkemeerpolder)? Waarom worden die mogelijkheden niet eerst benut?
    c. Heeft het college alternatieve locaties onderzocht waar geen biologische landbouwgrond verloren gaat? Is het college bereid dit alsnog of opnieuw te doen om de waardevolle laatste biologische landbouwgrond van Amsterdam toch te sparen?
    d. Is het college bereid de ontwikkeling van het bedrijventerrein in de Lutkemeerpolder te annuleren wanneer de huidige kandidaat waarmee de reserveringsovereenkomst is gesloten zich terugtrekt? Zo nee, waarom niet?

11. Waarom is de huidige klimaat- en biodiversiteitscrisis voor het college niet voldoende aanleiding om de ontwikkeling van het bedrijventerrein te stoppen? Acht het college de ontwikkeling nog steeds van deze tijd? Hoe verantwoordt zij de ontwikkeling?

12. Door de Wetenschapswinkel van Wageningen University & Research is onderzoek gedaan naar de belangrijkste natuurlijke hulpbronnen van de Lutkemeerpolder en een schatting gemaakt van de waarde van de ecosysteemdiensten. Naar schatting ligt de waarde van de ecosysteemdiensten in de Lutkmeerpolder tussen 1,5 en 8,6 miljoen euro per jaar, met als potentie om deze waarde in de toekomst te verhogen. “Gegeven de grootstedelijk uitdagingen zoals de klimaatopgave” wordt door de WUR “aanbevolen om deze ecosysteemdiensten zo duurzaam mogelijk te benutten en mee te nemen in de ontwikkeling van dit gebied”[ix].

  • a. Is het college op de hoogte van het rapport van de WUR waarin de waarde van de Lutkemeer wordt beschreven? Kan het college daar een reactie op geven?
  • b. Is het college na het lezen van dit rapport nog steeds van mening dat er een bedrijventerrein ontwikkeld moet worden in de Lutkemeerpolder? Zo ja, waarom en hoe verantwoordt zij dit?
13. In het Stedenbouwkundig plan[x] voor het te bouwen bedrijvenpark wordt rooskleurig gesproken over de aanleg van ecologische verbindingszones, gevarieerde vegetatie voor diverse diersoorten en zijn er sfeervolle groene foto’s te zien. Dit terwijl in werkelijkheid slechts een minimaal deel van de nu groene omgeving onbebouwd zal blijven en er tevens veel extra (vracht)verkeer te verwachten is.
  • a. Welke diersoorten beoogt het college te behouden in de Lutkemeerpolder?
  • b. Hoe wil het college garanderen dat overlast door de komst van het nieuwe bedrijventerrein voor Rode lijst soorten (zoals de haas, de gele kwikstaart, de kneu en de roerdomp) niet als gevolg heeft dat de leefomgeving niet meer geschikt is?
  • c. Welke nieuwe dier- en plantensoorten denkt het college aan te trekken met het plan? En welke soorten zullen naar verwachting van het college verdwijnen uit het gebied? Graag een toelichting.
  • d. Wat betekent het industrieterrein met bijbehorende verkeer voor de biodiversiteit in omliggende gebieden? Is dit ook onderzocht? Graag een toelichting.
  • e. Is er onderzoek gedaan naar de effecten van het bedrijventerrein Lutkemeer III op de verkeerstoename en verkeersdoorstroming via omliggende wegen? Zo ja, wat zijn de bevindingen? Zo nee, is het college bereid dit nog te laten onderzoeken?
  • f. Zijn er toezeggingen aan geïnteresseerde bedrijven gedaan met betrekking tot de doorstroming van het verkeer en mogelijke toekomstige aanpassingen? Zo ja, wat dan?
  • g. Door inwoners worden zorgen geuit dat de Etnastraat het verkeer van en naar het nieuwe bedrijventerrein niet aankan en dientengevolge mogelijk een afrit vanaf de A5 gerealiseerd zal worden door de gemeente. Ziet het college de aanleg van een afrit als een (mogelijke) vervolgstap in de ontwikkeling van het bedrijventerrein? Is het college bereid toe te zeggen dat dit niet zal gebeuren?

14. Kan het college aangeven wat de planning is in de tijd, nu er uitstel is aangevraagd? Wanneer komt het voorontwerp bestemmingsplan ter inzage, wanneer worden de potentiële bouwers bekend gemaakt en wat zijn de volgende voorbereidende werkzaamheden die getroffen worden?

Het lid van de gemeenteraad,

J.F. Bloemberg-Issa


[i] https://amsterdam.raadsinformatie.nl/document/7492185/1/09012f9782853542

[ii] https://amsterdam.raadsinformatie.nl/document/7785593/1/09012f97829eca34

[iii] https://amsterdam.raadsinformatie.nl/vergadering/557166/RAAD%2010-07-2019

[iv] https://amsterdam.raadsinformatie.nl/vergadering/824356/RO%2003-02-2021

[v]https://amsterdam.raadsinformatie.nl/document/9832711/1/Schriftelijke%20reactie%20mw_%20Kruyt

[vi] https://amsterdam.raadsinformatie.nl/document/7492186/1/09012f97828cb342

[vii] https://amsterdam.raadsinformatie.nl/document/7492186/1/09012f97828cb342

[viii] https://amsterdam.raadsinformatie.nl/document/7785590/1/09012f97829eca23

[ix] https://www.wur.nl/nl/Waardecreatie-Samenwerking/Show-Waardecreatie-Samenwerking/De-waarde-van-ecosysteemdiensten-in-de-Lutkemeerpolder.htm

[x] https://amsterdam.raadsinformatie.nl/document/9685926/1/Bijlage%204%20-%20Stedenbouwkundig%20plan