Schrif­te­lijke vragen inzake de publi­catie waarin opnieuw zorgen over de veiligheid van kunst­gras­korrels worden geuit


Schriftelijke vragen van het lid Bloemberg-Issa (Partij voor de Dieren) inzake de publicatie in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde waarin opnieuw zorgen over de veiligheid van kunstgraskorrels worden geuit

Aan het college van burgemeester en wethouders

Toelichting:


Vier wetenschappers hebben hun zorgen over rubbergranulaat-kunstgraskorrels geuit in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (NTvG). Hierin beweren zij dat de onderzoeken van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en de European Chemical Agency, waarin geconcludeerd werd dat de risico’s verwaarloosbaar zijn, wetenschappelijke onnauwkeurigheden en omissies bevatten. Het risico kan hierdoor onderschat zijn. De samenvatting van het onderzoek is duidelijk:
“Het is dus prematuur om te concluderen dat spelen op kunstgras met rubbergranulaat voor kinderen veilig is. De beslissing of sporten onder deze omstandigheden acceptabel is, ligt nu in eerste instantie bij de ouders. De Nederlandse overheid zou, conform het ECHA-advies, ouders moeten adviseren om hun kinderen hand- en mondcontact met dit granulaat zo veel mogelijk te vermijden.”[1]


Een van de onderzoekers zei tegen NRC[2] dat er strengere normen gehanteerd moeten worden op basis van nieuwe wetenschappelijke inzichten, en dat we moeten uitgaan van het voorzorgsprincipe voor kinderen als het gaat om dit soort stoffen. Het RIVM zou bovendien in het onderzoek geen rekening hebben gehouden met de extra gevoeligheid van kinderen voor kankerverwekkende PAKs.


Het Amsterdamse college heeft na aandringen van de Partij voor de Dieren fractie al aangegeven nieuwe kunstgrasvelden in te strooien met kurk, maar dat neemt niet weg dat er nog steeds tientallen velden met rubbergranulaat in Amsterdam liggen waar dagelijks kinderen op sporten.

Gezien het vorenstaande stelt ondergetekende, namens de fractie van de Partij voor de Dieren, op grond van artikel 45 van het Reglement van orde voor de raad van Amsterdam, de volgende schriftelijke vragen:

  • Heeft het college kennisgenomen van de artikelen in het NTvG en het NRC? Zo ja, hoe beoordeelt het college deze?
  • Hoeveel velden met rubbergranulaat zijn er op dit moment nog in Amsterdam?
  • Wat is de planning voor het vervangen van deze velden, en in welk jaar wordende laatste velden met rubbergranulaat vervangen?
  • Is het mogelijk om in plaats van de gehele velden te vervangen, alleen het instrooimateriaal te vervangen? Zo ja, gebeurt dit al? Zo nee, waarom niet?
  • Is het college bereid om op basis van deze inzichten versnellende maatregelen te nemen om alle kunstgrasvelden met biologisch afbreekbaar materiaal in te strooien? Zo nee, waarom niet?

Het lid van de gemeenteraad,

J.F. Bloemberg-Issa

[1] https://www.ntvg.nl/artikelen/rubbergranulaat-op-kunstgrasvelden

[2] https://www.nrc.nl/nieuws/2019/07/18/weer-twijfels-over-rubberkorrelrisicos-in-kunstgras-a3967527