Schrif­te­lijke vragen over de bouw van een nieuwe colle­gezaal op het mini­parkje ‘Petit Versailles’


Recent werd bekend dat de UvA de geplande bouw van een grote nieuwe collegezaal op het Roeterseiland op dit moment niet doorzet. De Partij voor de Dieren en de SP waren al geen voorstander van de plannen voor het gebouw, dat op een mooi stukje groen bekend als ‘Petit Versailles’ geplaatst zou worden. De bouw van de collegezaal heeft namelijk grote gevolgen voor de leefomgeving van directe omwonenden en de verkeersveiligheid. Ondanks het voornemen van de UvA om het ontwerp te wijzigen, zetten zij de vergunningsaanvraag voor het oorspronkelijk geplande gebouw door. De fracties van de Partij voor de Dieren en de SP zijn benieuwd wat een verleende vergunning in dit geval betekent.

Gezien het vorenstaande stelt ondergetekende, namens de fracties van de Partij voor de Dieren en de SP, op grond van artikel 45 van het Reglement van orde voor de raad van Amsterdam, de volgende schriftelijke vragen:

  1. Is het college bekend met deze gang van zaken rondom de vergunningsaanvraag van de UvA voor dit terrein?

  2. Wat zijn de consequenties wanneer de aangevraagde vergunning voor de collegezaal wordt toegekend? Kan deze vergunning ook gebruikt worden voor een ander ontwerp dat nu nog niet bekend is?

  3. Zijn er naast, een dringend beroep doen op het bestuur van de UvA, nog andere mogelijkheden voor het college om het open stukje groen voor omwonenden te behouden?

  4. Deelt het college de mening van de PvdD en de SP, dat hoewel de bouwwensen van de UvA de toets der vergunningverlening op het eerste gezicht probleemloos kunnen doorstaan, het niet wenselijk is dat de leefbaarheid en het woongenot van omwonenden worden aangetast door ze deze schaarse open ruimte en groen te ontnemen, ook gelet op de afspraken
    die in het verleden met omwonenden gemaakt zijn?

Toelichting door de vragenstellers:

Nu blijkt dat de oorspronkelijke plannen van de UvA het bouwen van een collegezaal voor 1000 studenten niet haalbaar blijkt, lijkt de UvA er niettemin toch voor te kiezen om bouwplannen in het schaarse stukje open ruimte en groen door te zetten.

5. Is het college bereid om samen met de UvA nogmaals te onderzoeken of gewenste collegezaal voor 700 of 1000 studenten niet opgelost kan worden binnen de bestaande bebouwing?

Toelichting door de vragenstellers:

Naast afname van de leefbaarheid maken omwonenden zich, zoals bekend, ook zorgen om de grote hoeveelheid verkeersstromen die de campus te verwerken krijgt. Wanneer de bouw van de collegezaal doorgang vindt, is er nog minder ruimte om de aanvoer van goederen en de grote stroom aan studenten in goede banen te leiden.

6. Uit de berichtgeving valt op te maken dat bovenal vanwege financiële redenen nu wordt gekeken naar een kleinere collegezaal die plek moet bieden aan 700 in plaats van 1000 studenten. Kan het college navragen en aangeven in hoeverre de verkeersveiligheid en te verwachten verkeersstromen een rol hebben gespeeld in de afweging een kleinere collegezaal te gaan ontwerpen? Graag een toelichting.

Gelieve bij ieder antwoord de bron te vermelden. We gaan ervan uit dat beantwoording binnen 4 weken plaatsvindt en wanneer dit niet lukt dit ter kennis wordt gebracht.

De leden van de gemeenteraad,

J.F. Bloemberg-Issa

N.T. Bakker

Antwoorddatum: 9 jul. 2019

1. Is het college bekend met deze gang van zaken rondom de vergunningsaanvraag van de UvA voor dit terrein?

Antwoord:

Het is bekend dat de UvA de ontwikkelingsplannen van het multifunctionele onderwijsgebouw on hold heeft gezet. De aanvraag omgevingsvergunning heeft de procedure doorlopen en is vergund op 9 mei 2019.

2. Wat zijn de consequenties wanneer de aangevraagde vergunning voor de collegezaal wordt toegekend? Kan deze vergunning ook gebruikt worden voor een ander ontwerp dat nu nog niet bekend is?

Antwoord:

Het vigerende bestemmingsplan ‘Oostelijke Binnenstad’ is vastgesteld in 2012 en voorziet in dit bouwplan. De vergunning die nu voorligt past binnen genoemd bestemmingsplan. Er zijn geen consequenties te verwachten. Een vergunning op voorliggend bouwplan kan niet worden gebruikt voor een nieuw ontwerp dat nu nog niet bekend is.

3. Zijn er naast, een dringend beroep doen op het bestuur van de UvA, nog andere mogelijkheden voor het college om het open stukje groen voor omwonenden te behouden?

Antwoord:

Het open stukje groen heeft geen bestemming Tuin of Groen, maar is een perceel dat bestemd is als bouwperceel. De UvA heeft een recht om op dit perceel te mogen bouwen, mits het ontwerp past binnen de regels van het bestemmingsplan. Medio 2018 heeft het stadsdeel de Bewoners van de ‘Sarphatistrook’ en UvA verzocht om nader tot elkaar te komen. In overleg met bewoners heeft de UvA alternatieve ontwikkelvarianten onderzocht. Na onderzoek werden de alternatieven niet haalbaar geacht.

4. Deelt het college de mening van de fracties van de Partij voor de Dieren en de SP, dat hoewel de bouwwensen van de UvA de toets der vergunningverlening op het eerste gezicht probleemloos kunnen doorstaan, het niet wenselijk is dat de leefbaarheid en het woongenot van omwonenden worden aangetast door ze deze schaarse open ruimte en groen te ontnemen, ook gelet op de afspraken die in het verleden met omwonenden gemaakt zijn?

Antwoord:

Zie de beantwoording van vraag 3.

5. Is het college bereid om samen met de UvA nogmaals te onderzoeken of gewenste collegezaal voor 700 of 1000 studenten niet opgelost kan worden binnen de bestaande bebouwing?

Antwoord:

Deze exercitie is gedaan in 2018. Het stukje open ruimte is eigen terrein van de Uva en tevens een perceel waarop gebouwd mag worden. Verdere onderzoeken zijn niet aan de orde.