Schrif­te­lijke vragen inzake het vooral bij achter­stands­scholen ontbreken van goede lucht­fil­ter­in­stal­laties die fijnstof buiten basis­scholen moeten houden


Onlangs publiceerden De Groene Amsterdammer[1] en OneWorld[2] een verontrustend onderzoek waaruit blijkt dat de lucht op zogeheten achterstandsscholen[3] ongezonder is dan op andere scholen. Uit de artikelen blijkt dat van de negen scholen die geen of minder goede luchtfilterinstallaties hebben, er zes hiervan achterstandsscholen zijn. Deze kinderen worden hierdoor benadeeld in hun gezondheid.

In de artikelen wordt aangegeven dat bij één op de vijf kinderen met astma in Nederland de ziekte gerelateerd is aan luchtvervuiling door het verkeer. Dit aantal is in geen enkel ander Europees land zo hoog. Een verontrustend signaal voor een stad als Amsterdam vol verkeer. Maar ook op scholen waar al wel hoogwaardige fijnstoffilters waren geïnstalleerd blijkt de zuivering te wensen over te laten vanwege gebrek aan onderhoud.

Gezien het vorenstaande stelt ondergetekende, namens de fracties van de Partij voor de Dieren en BIJ1, op grond van artikel 45 van het Reglement van orde voor de raad van Amsterdam, de volgende schriftelijke vragen:

  1. Welke minimale eisen stelt de gemeente aan filters die in scholen geïnstalleerd worden, zijn dit F9 filters? Zo nee, welke filters zijn dit dan, en zijn deze voldoende om schone lucht te garanderen en om ook de kleinste deeltjes fijnstof af te vangen?
  2. Hoe wordt er opvolging gegeven aan het onderhoud van de filters en welke rol speelt de gemeente hier nog in?
  3. Is het waar dat de luchtkwaliteit maar op twee scholen gemeten wordt? Zo ja, wat zijn de resultaten? Zo nee, hoe zit het dan?
  4. Waarom is het streven dat de installatie van de luchtkwaliteit filters in 2022 “bijna” overal geregeld is? Waarom kan dit niet overal en/of eerder?
  5. Wanneer worden scholen bovenaan de prioriteitenlijst voor nieuwe luchtfilterinstallaties gezet? Is er sprake van voorrang en zo ja wat zijn hierbij de voorwaarden?
  6. Deelt de wethouder de mening dat de aanwezigheid van goede luchtfilterinstallaties voor kinderen die op scholen in fijnstofzones zitten niet mag afhangen van kennis en prioriteiten bij de schoolbesturen? Zo ja, wat gaat de wethouder veranderen aan de huidige situatie? Zo nee, hoe ziet de wethouder dit dan in het perspectief van milieurechtvaardigheid?
  7. Is de wethouder bereid om mogelijkheden te bekijken de regeling te herzien waardoor de luchtfilters op alle scholen waar het nodig is geïnstalleerd en onderhouden worden, zodat dit niet hoeft af te hangen van de schoolbesturen?
  8. Heeft het college zicht op het plaatsingsbeleid van scholen die meerdere vestigingen hebben, waaronder in fijnstofzones, en leerlingen dus makkelijker kunnen verplaatsen? Zo ja, hoe ziet dit er uit?

De leden van de gemeenteraad,

J.F. Bloemberg-Issa

S.H. Simons

[1] https://www.groene.nl/artikel/niet-fris

[2] https://www.oneworld.nl/mensenrechten/onderzoek-de-lucht-is-vuiler-op-achterstandsscholen/

[3] Het CBS berekent deze score aan de hand van het opleidingsniveau, afkomst, verblijfsduur en financiële situatie van de ouders, en de intelligentiescore van de kinderen.