Initi­a­tief­voorstel Topstad bij Nacht, Kiezen voor vrijere slui­tings­tijden


14 januari 2011

Op 13 januari vergaderde de AZF commissie (algemene zaken en financiën) over het initiatiefvoorstel van D66, de PvdD en mede ondertekent door Red Amsterdam. De meeste partijen stonden positief tegenover het voorstel.

Initiatiefvoorstel

In het initiatiefvoorstel wordt aangetoond dat het nachtleven van belang is voor de economie, het toerisme, de sociale verbondenheid van Amsterdammers en voor het vestigingsklimaat. Dit wordt ook door het college benadrukt “Amsterdam is een levendige metropool en daar hoort een sprankelend nachtleven bij; hierdoor worden economie en cultuur met elkaar verbonden. Amsterdam is niet alleen de hoofdstad van Nederland, maar the place to be in Europa” (collegeakkoord).

Helaas loopt Amsterdam nog altijd achter in de ruimte die geboden wordt aan het nachtleven. Amsterdam kent nog altijd één van de strengste openingstijdenregimes van grote steden in Europa.

D66 en de Partij voor de Dieren leggen de gemeenteraad twee modellen voor. In het eerste model worden de sluitingstijden vrijgegeven en krijgen stadsdelen vervolgens de mogelijkheid deze per gebied te beperken. In het tweede model krijgen stadsdelen de mogelijkheid sluitingstijden per gebied of in het gehele stadsdeel vrij te geven of te verruimen.

Maatwerk: rol van de stadsdelen

Variant I:
In variant I wordt uitgegaan van de huidige situatie. Stadsdelen mogen de openingstijden verder verruimen of volledig vrijgeven, voor een bepaald gebied of voor het volledige stadsdeel. Tegelijkertijd mogen stadsdelen niet de openingstijden structureel beperken. Deze bevoegdheid blijft bij de gemeenteraad en voor specifieke situaties, gelimiteerd in tijd en plaats, bij de burgemeester. Nadeel van dit model is dat de stadsdelen niet gedwongen worden om na te gaan of er goede en doorslaggevende argumenten zijn voor een bepaalde sluitingstijd.

Variant II:
In variant II zijn de openingstijden in principe vrij. Stadsdelen mogen deze per gebied
beperken, met als ondergrens de huidige situatie. Dit model is de logische uitwerking van de argumentatie in het initiatiefvoorstel van D66 en de Partij voor de Dieren, en heeft dan ook onze voorkeur. Tegelijkertijd doet het voorstel volledig recht aan de gewenste autonomie van de stadsdelen.

Insprekers

Voordat de politieke partijen konden reageren op het initiatiefvoorstel, werd er eerst geluisterd naar 4 insprekers, onder wie de nachtburgemeester: Isis van der Wel. Zij sprak zich als enige uit ter verdediging van het initiatiefvoorstel. Ze vindt dat Amsterdam aan het vertrutten is. Dit is ook te merken aan de afnemende inter(nationale) status als uitgaansstad. De burgemeester vroeg zich af of het wel klopte dat Amsterdam aan het vertrutten is. Overdag merkt hij er niets van en vroeger kon hij als kleine jongen 24uur terecht in Amsterdam. Helaas gaf Isis aan, kan alleen maar illegaal 24 uur per dag door gegaan worden in Amsterdam.

De insprekers tegen het initiatiefvoorstel geloofden niet dat verruiming van de openingstijden zal zorgen voor minder overlast. Ze vinden dat de horeca te veel voor het zeggen heeft en dat er niet goed naar de bewoners wordt geluisterd. Sommigen onder hen pleitte zelfs voor vermindering van de openingstijden.

Reactie politieke partijen

De meeste partijen stonden positief tegenover het voorstel. VVD sprak zich uit voor het voorstel. Amsterdam moet “A city that never sleeps” zijn voor wie dat wil. De VVD vindt dat vrije openingstijden er in principe zouden moeten komen en zeker in het centrum. Groenlinks was het ook eens met vrijere openingstijden. Berlijn werd als het positieve voorbeeld genomen. Over de hele stad zijn daar een aantal plekken die 24 per dag open zijn. Deze goed geïsoleerde of stille plekken trekken veel (creatieve) mensen van over de hele wereld aan. De creativiteitssector van Berlijn heeft daar ook haar voordeel van gehaald. Dit zal ook zeker voor Amsterdam gelden, mochten er vrijere openingstijden komen.

PvdA stond er positief tegenover om een proef te starten, maar was geen voorstanderom de APV (algemeen plaatselijke verordening) te veranderen. CDA en Ton (trots op Nederland) waren ook voorstander van het opzetten van een proef, mits er ook een horeca convenant zou worden getekend. Het convenant had als belangrijkste verplichting de bedrijfsvoering in de horecagelegenheid tot een succes te maken met als enige maatstaf de overlast die gesignaleerd werd. Ze verwezen hiermee naar de proef in gemeente Den Haag. SP kon vanwege tekort aan spreektijd geen reactie geven.

In april zal de Burgemeester een uitspraak doen over het initiatiefvoorstel. Hij zal eerst werkbezoeken afleggen en nadenken voor hij zich waagt aan een uitspraak. Wel gaf hij aan dat hij wel invoelt bij hetgeen Groenlinks voorstelde. “Waarom moet al het uitgaansleven geconcentreerd worden in het centrum? Beter is het om een x aantal ’rond de klok’ plekken te hebben verspreid over de stad” aldus de Burgemeester.

[plugin initiatieven null "zorgzaam"]