Amsterdam, effe dimmen!


21 december 2023

Initiatiefvoorstel

Vannacht, donderdag 21 december, is het exact midwinter, de langste nacht van het jaar. Deze nacht zal ruim 16 uur duren. En morgen, vrijdag 22 december, zal het de kortste dag van het jaar zijn. Deze dag zal voor nog geen 8 uur natuurlijk verlicht zijn – 7 uur en 43 minuten om precies te zijn. Toch is hier in Amsterdam weinig van te merken. Onze kunstmatige lichtbronnen zorgen voor een permanente verlichting van onze stad. En deze verlichting heeft veel negatieve gevolgen, voor mens, milieu en biodiversiteit. Daarom is het belangrijk dat de gemeenteraad hier een visie op formuleert, het moeilijke gesprek over (schijn)veiligheid durft aan te gaan en in te zetten op een veilige en gezonde stad voor al haar inwoners.

Met dit initiatiefvoorstel roept de Partij voor de Dieren op om de gevolgen van lichtvervuiling serieus te nemen en de onverschilligheid rondom lichtvervuiling aan te pakken, zodat plekken van donkerte beter bewaard kunnen blijven in een verdichte en verlichte stad. Op kaarten waarin verlichting wordt weergegeven, zoals in onderstaande figuur, komt een duidelijk beeld naar voren; Nederland, en Amsterdam lichten buitensporig op ten opzichte van de rest van Europa . Maar deze verlichting zorgt niet alleen voor zichtbaarheid op straat 's nachts. Verlichting heeft ook vele negatieve consequenties. Het bemoeilijkt de nachtrust van mensen, leidt tot een verstoord ritme bij nachtdieren en heeft directe gevolgen voor de fysiologische kenmerken van de cyclus van planten. Deze nadelige effecten worden hieronder verder toegelicht.

Mens en Dieren

Voor de mens heeft deze lichtvervuiling duidelijk negatieve consequenties. Het RIVM waarschuwt ervoor dat gemiddelde uren slaap afnemen, en wijst het gebrek aan donkerte aan als oorzaak. Ook stelt het RIVM dat lichtvervuiling en de negatieve consequenties serieus genomen moeten worden. Daarnaast kan deze overdadigheid aan licht zorgen voor stress, depressie of obesitas. Als één van de ontwrichtende factoren, is aangetoond dat kunstlicht zijn uitwerking heeft op de melatonine productie bij de mens en dier. Hierdoor raakt het slaapritme verstoord . Ook dieren hebben dus te lijden onder ons lichtverbruik. In gebieden met veel lichtvervuiling krijgen dieren namelijk minder nakomelingen. Ook raken vogels gedesoriënteerd of raken dieren eerder uit hun winterslaap, wat kan lijden tot uitputting en een kortere levensduur. Bovendien zorgt licht ervoor dat roofdieren langer kunnen jagen, waardoor de balans van het gehele ecosysteem in de war geschopt kan worden.

Planten

Naast de gevolgen voor mens en dier, hebben ook planten flink wat te verduren door onze verlichting. In de herfst is het aangetoond dat de bladeren van bomen later verkleuren wanneer zij in kunstlicht staan, en zelfs hun bladeren later verliezen. Ook bloeien deze bomen in het voorjaar eerder dan de bomen die niet in kunstlicht staan. Deze verstoorde cyclus heeft tot gevolg dat bomen en planten minder weerbaar zijn, vaker ziek worden en een kortere levensduur hebben.


Voorbij de stadsgrenzen

Naast deze directe lichtvervuiling is er nog een belangrijk fenomeen als gevolg van deze lichtvervuiling. Namelijk een hemelgloed. Iets waar Amsterdam met al haar particuliere en gemeentelijke verlichting enorm aan bijdraagt. Iedereen kent wel die prachtige sterrenhemel wanneer je op het platteland naar boven kijkt. Dat is hier een heel groot gemis. We ontnemen onszelf elke avond de connectie met onze omgeving, een reflectie op onze plek in het heelal. Kortom ons licht reikt veel verder dan alleen onze straten. En heeft dus ook ver buiten onze grenzen nog effect op de omgeving.


(Schijn)veiligheid

De verlichting in de stad geeft een gevoel van veiligheid. Het is echter niet bewezen in hoeverre deze verlichting ook daadwerkelijk leidt tot een veiligere openbare ruimte. In de strijd tegen lichtvervuiling is het van belang dat de maatschappelijke discussie wel gevoerd wordt. In eerder onderzoek is namelijk geen verband gevonden dat meer verlichting in steegjes lijdt tot minder gemelde misdrijven. Sterker nog, er werden meer misdrijven gemeld. En andersom is gevonden in een andere studie dat het dimmen van straatverlichting, mits zorgvuldig uitgevoerd, niet leidt tot meer verkeersongevallen of misdaden. Ook hier werd gevonden dat het aantal misdaden en ongevallen op sterk verlichte plekken zelfs hoger is dan op minder verlichte plekken. Bovendien is een verlichte openbare ruimte voor misdaden als vandalisme en graffiti juist een voorwaarde.

Licht is bedoeld om de zichtbaarheid te vergroten en het zicht te verbeteren. Echter heeft een overdaad aan licht het tegenovergestelde tot gevolg. Een teveel aan kunstmatig licht kan mens en dier verblinden en ervoor zorgen dat onze ogen zich traag of moeilijk aanpassen. Hoewel de samenhang tussen de daadwerkelijke veiligheid en de kunstmatige verlichting dus helemaal niet sterk is, is de samenhang tussen het gevoel van veiligheid en kunstmatige verlichting dat in sommige onderzoeken wel. Het is daarom van belang dat we eerlijk de maatschappelijke discussie aan kunnen gaan waar de oorzaken liggen van het gevoel van veiligheid in een verlichte omgeving, zodat we dat gevoel bij de kern aan kunnen pakken en toe kunnen werken naar meer plekken van donkerte, zonder daarbij voorbij te gaan aan het gevoel van de inwoners van Amsterdam.

Wat kan de gemeente doen?   

Het college opende onlangs een meldpunt lichtvervuiling. Hier kunnen inwoners van Amsterdam het melden als er lichten in de openbare ruimte naar hun mening onnodig zijn. Ook zet het college nu de eerste pilots op in de stad om de verlichting uit te zetten, bijvoorbeeld in de bossen. Recent nog, in de raadsvergadering van 8 en 9 september werd een motie van de Partij voor de Dieren aangenomen om te inventariseren in welke gebieden van de ecologische- en hoofdgroenstructuur lichtvervuiling een rol speelt. Maar dit zijn enkele losstaande initiatieven. Een duidelijke integrale aanpak tegen dit probleem ontbreekt nog in Amsterdam. Amsterdam heeft een verouderd beleidskader verlichting, geen gerichte aanpak op basis van een lichtscan van de hele stad en het ontbreekt nog aan een communicatieplan om de waarde van donkerte bij bewoners en bedrijven onder de aandacht te brengen. Hieronder zetten we onze voorstellen op een rijtje.

Het voorstel

Verzoekt het college van B&W:

  • een scan van de lichtervervuiling uit te voeren voor de gehele stad en hierin niet alleen de lokale straling mee te nemen, maar ook de hemelgloed naar boven toe:
    • en vervolgens een actieplan op te stellen om de meest licht-vervuilde locaties aan te pakken;
  • een herziening van het beleidskader verlichting uit 2017 en hierin in ieder geval het volgende op te nemen;
    • de ambitie om flink te minderen met de hoeveelheid en de sterkte van de verlichting in de stad en om daarbij het principe “uit of gedimd, tenzij” te hanteren;
    • de ambitie om meer donkerte te realiseren in de stad met specifiek maatregelen voor groene gebieden;
    • de intentie en mogelijke planning om over te stappen op dimbare ledverlichting;
    • dat de gemeente een systeem van samenwerking met onder meer eigenaren van sportparken, kantoren, winkels en horeca opzet om onnodige verlichting tegen te gaan en vaker dimbare LED in te zetten;
  • alsnog met een voorstel te komen voor het opnemen van een excessenregeling in de APV om excessieve private verlichting tegen te gaan, zoals was aangekondigd in het Beleidskader Verlichting 2017. Hierbij de raad mee te nemen in verschillende opties voor de maximale cumulatieve lichtsterkte in de openbare ruimte. En met een evaluatie te komen van de meldplicht illuminatie die in de plaats van de APV-wijziging was gekomen;
  • een gemeentelijk communicatieplan op te stellen om de warde van donkerte bij bewoners en bedrijven onder de aandacht te brengen en hierin ook mee te nemen hoe het meldpunt lichtvervuiling meer bekendheid kan krijgen;
  • het meldpunt lichtvervuiling uit te breiden met de mogelijkheid om ook particuliere en commerciële verlichting te melden. Zo kan de gemeente de melders helpen om dit op te lossen of kan de kwestie zelf oppakken (bijvoorbeeld bij specifieke probleem-locaties met meerdere soorten meldingen);
  • vanaf 2024 jaarlijks als gemeente mee te doen aan initiatieven als Nacht van de Nacht en de Week van het Donker, met extra aandacht voor de problematiek van lichtvervuiling en bijvoorbeeld het in het zonnetje zetten van succesvolle voorbeeldprojecten;
  • te onderzoeken of Amsterdam een recht op donkerte kan invoeren, waarmee bewoners het recht hebben om licht in de openbare ruimte, dat nachtrust verstorend werkt, te dimmen of uit te zetten waar dat veilig kan;
  • samenwerking te zoeken met provincie Noord-Holland in het kader van de aangenomen motie uit november jl. waarin expliciet genoemd wordt dat gemeenten gewezen zullen worden op de mogelijkheden om nachtelijke verlichting uit te zetten of te dimmen (P GroenLinks, D66, BBB, Partij voor de Dieren) ;
  • in de stad nachttuinen te creëren naar het voorbeeld van Donkerte van de Wadden. En hier ook een educatieve waarde voor het belang van donkerte aan toe te voegen;
  • te onderzoeken wat ervoor nodig is om het gevoel van veiligheid dat mensen hebben bij verlichting in de openbare ruimte ook te bewerkstelligen in een situatie van schemering. En als stad het maatschappelijk debat proberen op te starten over het verschil tussen het gevoel van veiligheid ten opzichte van daadwerkelijke veiligheid in de verlichte openbare ruimte, in relatie tot het belang van minder licht voor de gezondheid van mens en natuur;
  • bij het Rijk aan te kaarten welke nationale regulering wenselijk zou zijn om grote stappen te zetten tegen lichtvervuiling in de stad, daarbij inspiratie te halen uit de maatregelen van de Franse overheid;
  • bij de bestuurlijke reactie op bovenstaande voorstellen met een reflectie te komen op de mogelijke kosten- en energiebesparing waar deze aanpak toe gaat leiden en welke mogelijke aan te wenden middelen het college ziet vanuit duurzaamheid, openbare ruimte en/of veiligheid.


Status

Ingediend

Voor

Tegen