Schrif­te­lijke vragen inzake verso­berde natuur en vergif­tigde grond in het Oosterpark


Schriftelijke vragen van het lid A.L. Bakker (Partij voor de Dieren) inzake versoberde natuur en vergiftigde grond in het Oosterpark

Aan het college van burgemeester en wethouders

Toelichting:

Afgelopen week signaleerde het Instituut voor Natuurbeschermingseducatie (IVN) in De Telegraaf dat het slecht gesteld is met de biodiversiteit in het Oosterpark.i De grote renovatie van het park zou ertoe geleid hebben dat de hoeveelheid bomen en struiken is geslonken; de grondkwaliteit van behouden begroeiing achteruit is gegaan; vleermuizen uit het park zijn verdwenen en de aanwezige insecten en vogels zijn afgenomen.

Daarnaast laat een woordvoerder van Stichting Herstel Oosterpark aan de Partij voor de Dieren-fractie weten dat er nog altijd zorgen zijn over de aanwezigheid van gifstoffen in de bodem van de speeltuin in het park vanwege het voormalig Laboratorium Gezondheidsleer. Dit probleem is al jaren bekendii en nog altijd lijkt er sprake van verontreinigde grond op de plek waar kinderen spelen.

De gemeenteraad van Amsterdam heeft eind juni jl. nog een klimaatcrisis en ecologische crisis uitgeroepen vanuit de overweging dat klimaatverandering op onze hele planeet plant- en diersoorten met uitsterven bedreigt. Wat betreft de Partij voor de Dieren zou het tot de minimale inzet moeten behoren om het bestaande groen te beschermen en de biodiversiteit in de parken op peil te houden.

Gezien het vorenstaande stelt ondergetekende, namens de fractie van de Partij voor de Dieren, op grond van artikel 45 van het Reglement van orde voor de raad van

Amsterdam, de volgende schriftelijke vragen:

1. Is het college bekend met de signalen over een verslechtering van flora en fauna en vervuilde grond in het Oosterpark?

2. Onderschrijft het college de signalen over een afname van insecten, vleermuizen en vogels in het Oosterpark? Kan het college dit onderbouwen met cijfers?

3. Indien de aantallen en soorten zijn afgenomen: hoe beoordeelt het college dit?

4. Klopt het dat de hoeveelheid begroeiing en het aantal bomen is afgenomen wanneer men de huidige staat van het Oosterpark vergelijkt met de staat van voor de renovatie?

5. Indien 3 wordt beantwoord met ‘nee’: op welke manier is compensatie van het groen in het park terug te vinden?

6. Indien 3 wordt beantwoord met ‘ja’:

a. om hoeveel verloren bomen en overig groen gaat het?

b. hoe beoordeelt het college deze afname?

c. is het college van plan om het Oosterpark zodanig te herstellen dat er opnieuw een rijkdom aan flora en fauna ontstaat? Zo nee: waarom niet? Zo ja: op welke termijn?

7. Klopt het dat de grond van de speeltuin in het Oosterpark nog altijd vervuld is van gifstoffen?

8. Indien onbekend of ja: gaat het college spoedig onderzoek laten doen en indien nodig opdracht geven tot bodemsanering?

Het lid van de gemeenteraad,

A.L. Bakker

i De Telegraaf, 24 juli 2019, ‘Vleermuizen verdwenen uit Oosterpark’.

ii Zie bijvoorbeeld het inspreekhalfuur en de rondvraag tijdens de vergadering van raadscommissie Infrastructuur en Duurzaamheid op woensdag 8 april 2015